Een leven lang solidair met het joodse volk

Vanavond vindt in de Rode Hoed het debat plaats naar aanleiding van rabbijn Lilienthals felle kritiek op het boek 'Het verhaal gaat' van Nico ter Linden. In zijn Podiumartikel ('Het oude anti-joodse verhaal gaat ...', 19 december) betrok hij ds. K.H. Kroon en prof. dr. K.A. Deurloo, die beiden worden genoemd in de 'Verantwoording' bij Ter Lindens boek. Lilienthal verwijt hen een anti-judaïstisch standpunt. Deurloo kan daar vanavond zelf helderheid over verschaffen, de in 1983 overleden Kroon kan dat niet meer. Ds. Grandia doet dat voor hem, ook als mogelijke bijdrage tot de discussie. Dat laatste geldt ook voor het artikel van Gerrit Noordzij, dat hiernaast staat. De auteur is werkzaam bij het Ikonpastoraat

In de oorlog zorgt hij, als predikant in Noordwijk, voor onderduikadressen voor joodse kinderen; de familie Kroon neemt ook zelf twee joodse kinderen in huis. Later, in Amsterdam, nam hij een duidelijk standpunt in bij de discussie in de Amsterdamse kerken over de vraag of je joden moest dopen om ze zo te vrijwaren tegen vervolging. Nee, zei Kroon, niet dopen, maar wel verklaren dat ze gedoopt zijn. Als predikant in Amsterdam en lid van de kerkenraadscommissie 'Bekirbenoe' (de Heer in ons midden) heeft hij steeds stelling genomen tegen de gedachte dat de kerk zending onder het joodse volk zou moeten bedrijven. Hij zag dat als een heropvoeding door het kind van de moeder.

In 1962 formuleerde Kroon de volgende stellingen:

1. Christelijk geloof is slechts zuiver, naar de mate waarin het ondanks alle verschil vasthoudt aan de eenheid van het Nieuwe met het Oude Testament en daarom aan de eenheid van christenen en joden.

2. Het Nieuwe Testament veronderstelt overal het Oude Testament in zijn verkondiging, dat in en door de Messias Jezus de vervreemding tussen joden en niet-joden werd weggenomen en juist daarin hun beider verzoening met God geschiedde.

3. Volgens het Nieuwe Testament bestaat het 'geheimenis van de Messias' daarin, dat de volkeren medeburgers en mede-erfgenamen van Israël zijn geworden; dat daarentegen de kerk of de christenheid of de gekerstende volkerenwereld in de plaats of de rechten van Israël zou zijn getreden, zegt het Nieuwe Testament nergens.

4. De belijdenis van Jezus als de Christus (de messias) was en is primair een joodse geloofsbelijdenis aangaande deze verzoening tussen Israël en de volkerenwereld; een van deze inhoud ontdane 'Christusbelijdenis' dreigt voortdurend abstract en leeg, zo niet 'heidens' te worden.

5. De strijd tussen die joden, die deze 'dagen van de Messias' in het geloof reeds wel, en de anderen die ze op grond van de feiten nog niet zagen aanbreken, heeft geleid tot een smartelijk schisma, dat nog steeds de empirische verhouding tussen kerk en Israël bepaalt.

6. Zending onder de joden betekent, ongeacht betere bedoelingen, in principe en praktijk een veronachtzaming en miskenning zowel van dit schisma als van de eenheid tussen christenen en joden. Gesprek in de zin van geloofsontmoeting en geloofsconfrontatie met Israël wil het een zowel als het ander erkennen en in acht nemen.

7. Het werk der commissie 'Bekirbenoe' beoogt de voorbereiding en rijpmaking der gemeente voor deze ontmoeting en confrontatie.

Politiek

Dat schreef Kroon in 1962. In 1967 formuleert hij samen met zijn Amsterdamse collega ds. de Nie vijf stellingen ten behoeve van een gesprek binnen de Hervormde raad voor de verhouding van Kerk en Israël. In stelling vier over de staat Israël lezen we: “Een bijbels bezig zijn met de staat Israël behoort het zicht op de politieke problematiek niet te vertroebelen, maar te verhelderen. Het kan alleen tot het inzicht leiden, dat het ontstaan, de lotgevallen en de gedragingen van de staat Israël naar principiële gelijke normen als die van ander staten worden beoordeeld”.

In stelling vijf over Kerk en Israël staat: “Voor een heldere verhouding van Kerk en Israël is het noodzakelijk, dat in de kerk het besef leeft, dat alle joden geen Zionisten en alle Zionisten geen vertegenwoordigers van 'Sion' zijn.

In 1970 schrijft Kroon dat het beter is te spreken over de verhouding tussen Kerk en Synagoge. Hij is inmiddels uit de Raad voor Kerk en Israël gestapt. De verhouding tussen Kroon en de Hervormde Raad voor Kerk en Israël is altijd een gespannen verhouding geweest. Kroon schrijft: “Bevrijd uit het keurslijf van 'Kerk en Israël' hoop ik nu onbevangener aandacht en kracht te kunnen geven aan het benauwende conflict in het Midden-Oosten tussen joden en Arabieren, beter gezegd tussen Israëli's en Palestijnen. Een 'christen' is immers niet iemand, die exclusief achter een van deze partijen staat. Hij is, als messiaans mens, 'jood in Arabië, goj in Israël'. Dat was Paulus ook al, die bij zijn volk voor de volkeren en bij de volkeren voor zijn volk pleitte.”

In 1970 citeert hij een deel uit een brief van zijn oude vriend, rabbijn prof. Raphaël Geis. Deze schrijft over kritiek op Israël: “Waarschuwingen van joodse zijde gelden als verraad, van Duitse zijde (hoe wel gemeend ook) als nazisme, van christelijke zijde als herlevend anti-judaïsme. Daarom juist zijn de uitingen van Nederlandse vrienden zo belangrijk.”

Palestijnen

Kroon kreeg in de loop van zijn leven meer en meer oog voor de positie van de Palestijnen. Er werd hem gevraagd in een uiterst kritisch kader over het zionisme te schrijven. Dat weigerde hij. Ik vind het wel zinvol, schreef hij, om het bij de Israëli's voor de Palestijnen op te nemen, maar laten mensen met relaties bij de Arabieren en Palestijnen het daar dan juist voor de joden opnemen.

Kroon een antijudaïst? Niet in de zin dat hij anti-jodendom of anti-Israël is. Op één punt is hij tegen het judaïsme. In 1970, naar aanleiding van de discussie over het Hervormd rapport over Israël, zegt hij: “Men is almaar bezig 'Gods weg met het volk Israël' na te speuren. Nee zeg ik, het gaat erom via dit volk, Gods weg met de wereld na te speuren. Anders loopt het uit op een judaïsme, een soort philosemitisme waar de joden zelf doodsbang voor zijn, omdat ze natuurlijk weer zullen tegenvallen en wat dan weer . . .?” Tegen dat judaïsme verzette hij zich.

Solidariteit

Kleis Kroon heeft een leven lang in woord en daad zijn solidariteit met het joodse volk getoond. In de oorlog behoorde hij tot de Lunterse Kring die het helderst en het felst heeft stelling genomen tegen de jodenvervolging. Het feit dat hij vanuit deze diepe verbondenheid ook kritisch heeft gesproken over de concrete politiek van Israël is een teken van vriendschap, waarin je je vrienden de waarheid durft te zeggen.

Kroon werkte in de jaren zestig mee aan een prachtige serie, de Phoenix bijbelpocketreeks 'Zoals gezegd is over'. Een samenwerkingsproject van protestantse, rooms-katholieke, joodse en moslimgeleerden. Daaruit heeft ds. Nico ter Linden Kroon geciteerd. Dat is rabbijn Lilienthal wellicht ontgaan.

Ik hoop juist ter wille van een voortgaand gesprek dat de smet op de naam van Kroon verdwijnt. Het behoort ook tot de heiliging van de Naam dat je zorgvuldig omgaat met de beelddraagsters en beelddragers van de Naam. Kroon is nog steeds een kroongetuige als het gaat om een open ontmoeting tussen joden en christenen.

Ik hoop dat hij - ook al is hij gestorven - toch mee blijft spreken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden