Een leven lang met Berlioz

De onlangs overleden Sir Colin Davis was in zijn latere jaren voor de tweede keer bezig met het opnemen van het complete oeuvre van Berlioz. Zijn die nieuwe live-opnamen te prefereren boven zijn legendarische studio-opnamen van Philips?

KLASSIEK

Sir Colin Davis

Requiem van Berlioz (LSO Live)

****

Denk aan dirigent Sir Colin Davis en je denkt ook meteen aan Hector Berlioz. Gedurende een zeer productief en lang leven heeft geen enkele dirigent zich zo intensief met de muziek van Berlioz beziggehouden als Sir Colin.

Begin deze maand overleed Davis op 85-jarige leeftijd en hij laat een immense muzikale Berlioz-erfenis op geluidsdocumenten na. Tot op hoge leeftijd bleef Davis dirigeren - hij was slechts kort ziek voor hij stierf - en dus komen er nog steeds opnamen van hem uit. Opnamen gemaakt met het London Symphony Orchestra (LSO), het orkest waar hij het langst aan verbonden was. Het LSO was het eerste orkest ter wereld dat live-opnamen in eigen beheer op cd ging uitbrengen. LSO Live was vanaf het begin een groot succes, inmiddels door vele orkesten nagevolgd.

Het is op dit LSO Live dat een van Davis' allerlaatste cd's nu onlangs, net na zijn dood, is verschenen. En heel toepasselijk staat er op deze cd muziek van Berlioz. Nog toepasselijker: de Grande Messe des morts, Berlioz' Requiem. De opnamen werden gemaakt in St. Paul's Cathedral in Londen op twee dagen in juni vorig jaar.

De uitgave past in een hele reeks LSO Live-opnamen, waarop zo ongeveer alle Berlioz-composities die Davis in de jaren '60 en '70 voor Philips vastlegde, nog eens werden overgedaan. En ook al zitten er tussen die Philips-opnamen enkele onvervangbare klassiekers, Davis' hernieuwde bemoeienis met Berlioz is in bijna alle gevallen beter.

Philips bracht in 2003, ter gelegenheid van Berlioz' 200ste geboortedag, de verzamelde Davis-opnamen in grote boxen uit. Een box met de complete orkestwerken (zes cd's), eentje met de complete opera's (negen cd's) en een box met geestelijke muziek, de symfonische drama's en de liederen (negen cd's). Een schatkist met 24 cd's, die zijn weerga in de klassieke opnamegeschiedenis niet kent. Een must voor elke Berlioziaan.

Terug naar die speciale nieuwe opname van het Requiem. Davis werkte in de enorme ruimte van St. Paul's met zijn sterk uitgebreide London Symphony Orchestra, het London Symphony Chorus en het London Philharmonic Choir. Barry Banks is de tenorsolist.

Waar Davis vooral rekening mee moest houden, is de lange nagalm in de kerk. Die heeft gevolgen voor de voortgang van de muziek, omdat Davis pauzes inlast om de muzikale effecten een kans te geven. Dat doet hij met een waar kennersoor. Het gigantische kabaal dat Berlioz in het Dies Irae genereert, krijgt het volle pond van Davis. Maar het 'gedonder' van de acht paukenisten en het geschal van vier koperensembles - in een kwadrant opgesteld rondom orkest en koor - wordt nooit zó overweldigend dat het alles overstemt. En prachtig is het hoe na het losbreken van de hel, de stilte oorverdovend nagalmt. Het moet geweldig zijn geweest om dit live mee te maken, daar in die grote ruimte, qua omvang vergelijkbaar met Les Invalides in Parijs waar het Requiem voor gemaakt is.

In zijn eerdere opname van het Requiem (Westminster Cathedral, 1969) had Davis last van een zwakke tenorgroep. Die is nu beduidend beter, maar toch blijven er her en der intonatieproblemen in het koor hoorbaar, nu vooral bij de sopranen. En in het Lacrymosa zijn er een paar redelijk heftige ontsporingen, die kennelijk niet meer te repareren waren. Blijft over een monument van een opname, de ontroerende culminatie van een prachtig muzikaal leven met Berlioz.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden