Een leven in dienst van de kreeft

recensie | Een schitterend uitgegeven boek ontsluit de privé-verzameling van de kleurrijke onderzoeker Lipke Holthuis, die in 2008 overleed. Holthuis was een wereldberoemde krabben- en kreeftenexpert.

Het is een onsmakelijk plaatje: een slaaf die aan de galg bungelt met een ijzeren haak door zijn ribbenkast; het onderschrift luidt 'Een neger, levendig aan zijn ribben opgehangen'. Dit staaltje westerse beschaving is afkomstig uit een boek van John Stedman dat in 1796 verscheen met de beschrijving van een vijfjarige veldtocht door Suriname; behalve verslagen van strafexpedities tegen opstandige slaven staan er ook natuurbeschrijvingen in.

Ergens wordt kort iets vermeld over Surinaamse Crustacea, kreeftachtigen, en om die reden bevindt het werk van Stedman zich in de Bibliotheca Carcinologica, letterlijk: kreeftkundige bibliotheek. Deze grote en kostbare privéverzameling met werken over kreeftachtigen is in de loop van vele decennia bijeengebracht door Lipke Bijdeley Holthuis (1921-2008), voormalig conservator krabben en kreeften van het Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie, de voorloper van Naturalis.

Holthuis moet een kleurrijke figuur geweest zijn, een erudiete natuurvorser van de oude stempel, die zijn hele leven ongetrouwd bleef en voor maar één ding leefde: de studie van kreeftachtigen. Een eenzaat maar niet wereldvreemd. Zijn collectie parafernalia, waaronder antiek Chinees porselein met afbeeldingen van krabben en kreeften, is na zijn dood geveild; de opbrengst ervan vormt het kapitaal van het L.B. Holthuis Fonds.

Verzamelwoede

De Bibliotheca is overgedragen aan Naturalis; het is een collectie van achtduizend boeken (waarvan sommige evenveel kostten als een nieuwe auto), tienduizenden overdrukken en de nodige tijdschriften, plus een archief met honderd strekkende meters correspondentie. Holthuis heeft zijn hele leven verzameld, zijn eerste maandsalaris ooit bracht hij naar de antiquaar. Al in 1940 kocht hij een werk van Cuvier uit 1836, en de verzamelwoede is nooit verdwenen.

Aan de Bibliotheca Carcinologica is het onlangs verschenen 'In krabbengang door kreeftenboeken' gewijd. Mede dankzij een bijdrage uit het Holthuis Fonds is het niet alleen een zeer betaalbaar maar ook een uiterst fraai boek geworden. Eigenlijk is alles eraan perfect: de omvang van 22x29 centimeter, de harde kaft, het stevige lichtivoren papier, het lettertype, de bladspiegel, de illustraties en de ingetogen en fratsenloze vormgeving maken dit boek een serieuze kandidaat voor de titel Mooiste Boek van het Jaar. De inhoud maakt het leesfeest compleet.

Uit de inleiding, geschreven door Holthuis' neef, de bekende geoloog en schrijver Salomon Kroonenberg, komt een gedreven figuur tevoorschijn: tot zijn vierenveertigste woonde Holthuis bij zijn moeder, hij is nimmer betrapt op iets dat op een relatie leek en besteedde al zijn tijd, aandacht en geld aan de krabben en de kreeften. Holthuis was op dat gebied een wereldexpert en dat vertaalde zich naast zijn enorme collectie kreeftenboeken, -prenten, -publicaties en -snuisterijen, in een enorm netwerk aan collega's. De bekendste mede-kreeftkundige waarmee hij ooit sprak - en wel op Paleis Huis ten Bosch - is de voormalige heerser van Japan en tevens zeebioloog, keizer Hirohito.

Kleurrijk en gedreven

Uiteraard werden over een kleurrijke en gedreven man als Holthuis allerlei verhalen verteld. Een daarvan gonsde lang rond en kwam ook mij ooit ter ore: hij zou ergens tijdens een diner in de cocktail een garnaal hebben ontdekt die nieuw was voor de wetenschap, en ter plekke enkele gekookte exemplaren in een servetje hebben gewikkeld om ze mee te nemen.

Dat broodje-aapverhaal (liever: broodje-garnaalverhaal) wordt ontkracht, maar de ware gebeurtenis is zeker zo interessant: een collega had een nieuwe garnalensoort naar Lipke Holthuis genoemd: Lipkius holthuisi. Toen Holthuis bij de betreffende collega op bezoek kwam, kreeg hij als grap deze garnalen bij de lunch geserveerd. Omdat er in het Leidse museum op dat moment geen exemplaren in de collectie zaten, wilde hij er wat meenemen. Helaas bleken ze alle reeds gekookt en in de garnalencocktail verwerkt, zodat er in de Leidse alcoholcollectie nu slechts een pot met gekookte exemplaren van Lipkius holthuisi aanwezig is.

Het was sowieso lastig dat het onderwerp van studie ook eetbaar is; tijdens expedities was het verzamelen van garnalen een voortdurende strijd met de keuken: 'had je net iets gevangen, ging de kok ermee vandoor'. Het verbaast dan ook niet dat de bibliotheek een serie kookboeken bevat, waaronder 'North Atlantic Seafood' van de bekende Britse diplomaat en gastronoom Alan Davidson. Uiteraard met een opdracht aan Holthuis erin! Holthuis, die zelf nog geen ei kon bakken, was vooral ingenomen met het feit dat Davidson alle Nederlandse soortnamen foutloos in zijn werk had opgenomen: 'Dat zie je slechts zelden in een buitenlandse publicatie'.

De standaard voor biologen is ongetwijfeld het werk van Linnaeus, de Zweedse natuurvorser die de basis legde voor de biologische nomenclatuur. In Linnaeus' boekhouding van het leven, de 'Systema naturae' die in vele edities verscheen, zijn de destijds bekende planten en dieren van een wetenschappelijke naam voorzien. Van de eerste druk uit 1735 tot de dertiende druk uit 1770 kan de ontwikkeling van de biologische systematiek worden gevolgd. Holthuis bezat exemplaren van de vierde, zesde, negende, tiende (een facsimile uit 1894), elfde en dertiende druk, de laatste in vier edities.

Menukaarten

Dat de boekencollectie van Holthuis nu in Naturalis wordt bewaard, vormt een interessante paradox - iets wat de samenstellers van 'In krabbengang' ook erkennen: terwijl hedendaagse bibliotheken zich steeds meer tevreden stellen met digitaal ontsloten bronnen 'en desnoods een snipper van Google Books', vormen de boeken, overdrukken en archivalia van de Bibliotheca Carcinologica een rijke bron van gegevens over verhoudingen in de wetenschap. Uit opdrachten, flyers, aantekeningen, menukaarten en andere ogenschijnlijk triviale documenten die zelden of nooit worden gedigitaliseerd, kom je te weten 'wie er op een congres samen een garnalencocktail hebben gegeten'.

Veel van de boeken hebben handtekeningen of ex-libris van vorige eigenaren en daar zitten niet de minsten tussen: zo bevat een exemplaar van een boek uit 1816 ('Histoire naturelle des crustacés des environs de Nice') de gebruikssporen van niemand minder dan de Franse natuuronderzoeker Georges Cuvier ('présenté par l'auteur á Monsieur Cuvier') en van latere bezitters onder wie Théodore Monod, die zelf nog als hoogbejaarde in Leiden Holthuis bezocht.

Het boek staat vol reproducties van oude prenten: beerkreeften, een klapperdief, de 'Guineesche lepade' (een grote zeepok, ook een kreeftachtige), een bidsprinkhaankreeft uit 1553, Japanse reuzenkrabben, heremietkreeften, een Noordzeekrab met zijn rugpantser vol zeepokken, en uiteraard veel titelbladen. Alleen al als kijkboek is het een genoegen en de prettig geschreven inhoud blijft boeien. Ik kan geen reden verzinnen om dit boek niet aan te schaffen, ook het prijsje zal u niet tegenhouden.

18de-eeuwse aquarellen van Franz Anton von Scheidel uit de collectie van Holthuis.

Lipke Holthuis

Alex Alsemgeest en Charles Fransen In krabbengang door kreeftenboeken De Bibliotheca Carcinologica L.B. Holthuis. Leiden, Naturalis, 2016, 216 pp. Prijs 24,95 euro.

Tijdens expedities was het verzamelen van garnalen een voortdurende strijd met de keuken: al te vaak ging de kok ermee vandoor

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden