Een leven in dienst van de Haagse cultuur

Het laatste project van Hermance Schaepman (85) is geëindigd. Den Haag zal het verder zonder haar projecten moeten stellen. Nog even de zolder opruimen - nou ja, even - en dan komt een eind aan ruim dertig jaar kunstzinnig activisme.

Dat het Kurhaus er nog staat, dat heeft Scheveningen in de kern te danken aan Hermance Schaepman. Dat de Van Ostadewoningen in de Schilderswijk er nog staan ook. Of neem anders de Hofvijver. Zonder Hermance Schaepman was die allang veranderd in een parkeergarage. En de kunstwerken die er de laatste tijd in dreven, die waren er dan ook nooit geweest.

Ze heeft altijd een baret op, met het sprietje recht overeind. En ze heeft een fiets, met enorme tassen. En verder hoort iedereen natuurlijk onmiddellijk dat ze, hoezeer ook hoogbejaard en breekbaar, eigenlijk een deftig meisje is. Niet uit Den Haag, maar uit Den Bosch - maar dat hoor je niet.

Hermance Schaepman is in Den Haag een begrip. Toen de Haagse Courant zich in 1999 - ver voor de KRO uit - afvroeg wie 'de grootste Hagenaar' was en de lezer liet kiezen uit honderd alfabetisch gerangschikte kandidaten, stond zij bij de S van Schaepman.

Op dat moment dreef ze in de Maziestraat nog een galerie, Kadans.

Maar vooral had ze de stad toen al voor verschillende culturele rampen behoed. Dat begon in de vroege jaren zeventig, toen ze er lucht van kreeg dat het Kurhaus in Scheveningen zou worden neergehaald. Het Kurhaus! Waar ze als kind al naar keek! Want in de vakanties gingen de Schaepmannen naar Den Haag. Dan ging haar vader - officier van justitie in Den Bosch en dertig jaar ouder dan zijn vrouw - lekker rustig naar sociëteit De Witte. Hermance en haar broer gingen met moeder naar het strand.

Uit verontwaardiging over zoiets hersenloos als de destructie van het Kurhaus richtte ze de vereniging Vrienden van Den Haag op. Die wist de sloop te verhinderen. ,,Het zat in de lucht, die opkomst van bezorgde burgers. Maar op dat moment had de gemeente nog nooit een burger van dichtbij gezien. Een burger die z'n mond opendeed, dat was nieuw. Ik zat zelf in de kunst, ik wist niet hoe de maatschappij in elkaar zat, ik was apolitiek. Dat ben ik nog; al heb ik wel geleerd dat het altijd VVD'ers zijn die iets moois willen omverhalen om er een parkeergarage van te maken.”

Het succes van de Vrienden van Den Haag - ze was er officieel het secretariaat van, ,,maar als alle papieren bij jou thuis liggen, en je bent het telefoon-nummer, dan heb je van de voorzitter en de penningmeester verder niet zo veel last” - verklaart ze mede uit haar ingeving om niet alleen actie te voeren, maar ook mooie wenskaarten uit te gaan geven, met foto's van Haagse stadsgezichten erop. ,,Dat had ik bedacht in de tijd dat ik bij Boijmans werkte. Dat is een heel krachtig middel. Je had in die tijd wel een paar historische verenigingen die zich met Den Haag bezighielden, maar die waren suffig. Die deden niet wat ik deed. Ik was bezig met de toekomst. Zij keken alleen maar naar het verleden.”

Vóór Den Haag, vóór de galerie en het stadsactivisme, had ze er al een avontuurlijk leven op zitten. Ze had gewerkt bij het Concertgebouworkest, bij het Rotterdams Philharmonisch or-kest, bij het Boijmans, bij de Avro.

,,Mensen als Stokovski, Monteux, Klemperer, die heb ik allemaal gekend. En Louis Armstrong, dat was een schat van een man. Maar het Avrobestuur moest niets van jazz hebben en liep de zaal uit.” Voor de oorlog was ze au pair geweest in Brussel, Engeland en Parijs, waar ze in 1939 - de Tweede Wereldoorlog brak daar toen al uit - met de laatste sneltrein vertrok. Op haar nagels zat rode lak, wat in het Nederland van toen absoluut niet 'kon'. Zodat ze bij een apotheek nog even snel een flesje aceton kocht en de rode kleur weghaalde voordat ze zich weer thuis bij haar ouders meldde.Na de oorlog vertrok ze direct naar Nederlands-Indië. ,,Ik bazuinde mijn plannen altijd rond, hè. Dus in 1945 zei ik: 'Ik wil naar Indië, want we raken het kwijt'. Als je rondbazuint wat je wilt, dan gebeurt het ook. Ik heb twee jaar gewerkt voor de Niwa, de Nederlands-Indische welfare artiesten. Artiesten die naar Indië kwamen moesten daar auditie doen, van de Zingende Zusjes tot de Kilima Hawaiïans. En iedereen woonde in het Niwa-hotel in Batavia.”

Maar sinds alweer mensenheugenis is ze voor alles bezig geweest met het aangezicht van Den Haag. ,,Ik ben in al mijn banen gewend geweest om met heel weinig mensen de boel aan de gang te houden. Je moet snel zijn in je reacties, en dat kan alleen maar als je alleen bent en alles weet. Hans Voorhoeve, de vader van Joris, was een tijd lang vice-voorzitter van de Vrienden van Den Haag. Dan belde ik hem op en zei: 'Ik heb hier een brief, teken die even'. En dan fietste ik langs, hij tekende, en dan fietste ik naar het stadhuis.”

Ze is nooit een groot inspreker geworden. ,,Ik schreef liever een brief. Met spreken ben ik niet zo rustig. Dat enerveert me. Maar ik heb me wel altijd vertoond bij vergaderingen van de gemeenteraad. Dat was toen nog helemaal niet gewoon. Maar een gezwam was dat! Een gezwam! Je hebt geen idee. En altijd om de macht. Dat is een tijdverlies, zeg.”

De laatste jaren, sinds 2002, is ze op een andere manier activist geworden. Niet langer was ze bezig andermans snode plannen met Haags erfgoed de voet dwars te zetten - ,,Dat kunnen de wijkverenigingen, die intussen zijn ontstaan, nu wel zelf af”. Ze wijdde zich alleen nog aan haar grote liefde: de Hofvijver. Die vindt ze ,,een van de prachtigste stadsgezichten van de wereld.” Nee, dat boven de horizon van de vijver tegenwoordig een paar kantoortorens uitsteken vindt ze geen probleem. ,,Die hoogbouw doet m'n oog geen pijn. Ik vind dat niet zo erg. Ik ben niet bezig met nostalgie, we leven in een tijd van combinaties. Van oud en nieuw. Van muziek en dans. Het is eigenlijk een heel creatieve tijd.”

De Hofvijver is kunst, vindt Hermance Schaepman. Daarom moet hij geschilderd worden, en bezongen. De afgelopen jaren organiseerde ze tweemaal een grote manifestatie rond haar geliefde, beide gesponsord; niet alleen heeft Hermance Schaepman een artistiek oog, ook heeft ze een groot talent voor 'relaties'. In 2002 liet ze 167 Nederlandse en Vlaamse dichters en schilders hun visie op de Hofvijver geven; die werken waren te zien in drie monumentale gebouwen in de buurt. Dit najaar liet ze tweemaal tien beeldend kunstenaars een ode aan de Hofvijver brengen: tien Nederlanders en tien uit de nieuwe lidstaten van Europa. De opdracht aan hen lag in zekere zin vast: allemaal moesten ze een meer dan levensgrote schilderijlijst bewerken, die met twee tegelijk dreven op een ponton in het water, zodat de Hofvijver op allerlei verschillende manieren werd 'ingelijst'. Het visuele spektakel werd nog kracht bijgezet door muziek. Alleen Hermance Schaepman kon die aan-en uitzetten, vanuit een klein schuurtje langs het water waarvan alleen zij de sleutel had. Een paar maal per week fietste ze naar de Hofvijver toe, en zette met enige moeite de muziek aan. ,,O heden, ik ben helemaal niet technisch”, kreunde ze dan, ,,Hoe moet het ook alweer: eerst dit knopje, en dan dat. Toch?” En dan klonk het dubbelconcert van Bach over het water.

Nu staan de lijsten ingepakt in een loods in Delft en breekt ze zich het hoofd waar ze 'op het land' een goede plaats kunnen vinden. Maar als dat achter de rug is, en de zolder is opgeruimd, dan is het tijd voor rust. Nou ja, relatieve rust. ,,Ik moet natuurlijk nog een boek schrijven. Dat is echt hoog tijd. Dat moet gaan over de rol de burger in de samenleving. Nou ja, van de weldenkende burger.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden