Een leven gevuld met choreografie van experiment tot klassiek

De Meervaart, Amsterdam, 22 t/m 26 juni, 20.15 u., vertoning van video- vastleggingen van Van Manen-balletten; 20-30 juni expositie van foto's die Van Manen maakte.

Hans van Manen is een enthousiasmerend kunstenaar zonder al te veel spatsies. Van origine een gewone Amsterdamse jongen met een dosis lef in zijn body, behept met een enorme nieuwsgierigheid, een ijzeren wil en - zoals al snel bleek - begiftigd met een hoop talent. Een kunstenaar die indertijd niet te beroerd was om populaire tv-shows op te luisteren met vlotte, jazzy dansen. Wie had toen kunnen bedenken dat deze autodidact uit zou groeien tot een van de meest toonaangevende choreografen in de tweede helft van deze eeuw?

In de afgelopen tien jaar zijn de meeste balletten op de terugblikkende jubileumprogramma's wel bij een van de gezelschappen waaraan hij verbonden is of was, in reprise genomen. In een tijd dat dans vaak als een wegwerpkunst beschouwd wordt, is dat opvallend.

Aan de meeste van zijn stukken hangt dan ook het label 'made for ever'. Dat komt door de hoge graad van abstractie in zijn balletten; dat wil zeggen: door het niet-verhalende karakter. Dat komt ook door zijn zuivere gevoel voor esthetiek die nooit verwordt tot louter mooi om het mooie en daarmee nooit glad is.

Compact

Op fascinerende wijze weet hij dans, muziek en vormgeving tot een compacte eenheid te brengen en betoont hij zich als choreograaf een fijne keurmeester die zijn materiaal uiterst selectief hanteert en magistraal beheerst.

Hij is een choreograaf die altijd op zoek blijft naar de uitdaging en pas tevreden is hij als de enige juiste oplossing gevonden heeft: briljant meestal. Eenvoud, helderheid en logica zijn vaste epitheta geworden in zijn stijl, de Van Manen-stijl.

Als choreograaf groeide Hans van Manen op halverwege de jaren vijftig, een periode waarin Nederland kennis begon te maken met de wijdsheid van de danskunst. In Martha Grahams danskunst bewonderde hij de moderne techniek die de academische dans enorme perspectieven bood en een ongekende bewegingsvrijheid verschafte. Van Jerome Robbins hield hij vanwege diens swingende jazzy idioom, lekker strak en ritmisch, spannend. George Balanchine was zijn grote voorbeeld vanwege diens loepzuivere neo-academische stijl, diens rijkdom aan vocabulaire en grote muzikaliteit. Vooral deze laatste had blijvende invloed, niet alleen qua stijl, maar ook door diens opvatting dat 'dans alleen maar over dans moet gaan'. In Van Manens woorden: dans drukt alleen dans uit.

Toen Van Manen in 1960 bij het Nederlands Dans Theater kwam, nam hij de kans te baat om van alles uit te proberen. Behalve jazzy dansen (werden ze nog maar eens uitgevoerd!) maakte hij dans vanuit een conceptionele werkwijze: in een dag maakte hij 'Ready Made'.

Nieuw was ook dat hij dans combineerde met het medium film. In 1979 (hij was toen als vaste choreograaf verbonden aan Het Nationale Ballet) kreeg dat een vervolg met 'Live', waarbij videomaster Henk van Dijk soliste Coleen Davis op de voet volgde. Die experimentele inslag is altijd een onderdeel gebleven van Van Manens werk, dat in de loop der tijd wel klassieker werd.

Zeker vanaf de jaren zeventig kregen zijn stukken een uiterst hechte structuur, die zich laat aflezen door het altijd even aantal dansers dat hij inzet. Vaak zijn de seksen evenredig in getal, waardoor duetvorming mogelijk is; soms stelt hij een blok seksegenoten tegenover een van de andere sekse, zoals in 'Pose' en 'Corps'. Maar meestal maakt hij werk voor een kleine bezetting (zes tot acht dansers), zoals bij 'Adagio Hammerklavier' en 'Grosse Fuge'.

Bekende alleenstaande duetten werden 'Twilight' (gecreeerd door Alexandra Radius op hakken, met Han Ebbelaar), 'Sarkasmen', 'Live' (Coleen Davis en Henny Jurriens, met videomaster Henk van Dijk), 'Trois Gnossiennes' en het recente 'Two'. Soli maakte hij incidenteel: voor zijn vriend Gerard Lemaitre ('Opus Lemaitre'), voor NDT-danseres Marianne Sarstadt ('Essay in stilte') en voor Pauline Daniels ('Portrait').

Van Manen is wel vergeleken met de schilder Piet Mondriaan, vanwege zijn abstractie en zijn geometrische gebruik van de ruimte. Die vergelijking gaat in letterlijke zin niet op. Bij Van Manen is geen sprake is van twee, maar van drie dimensies, omdat bij hem dansers zo veel meer inbreng hebben dan verf en natte kwasten. Een ideologische verwantschap bestaat er wel, algemener met de hele modernistische stroming die de beeldende kunst en architectuur in de periode tussen de beide wereldoorlogen omvatte. 'Vorm volgt funktie' en 'nieuwe zakelijkheid', dat ideeengoed benadert Van Manen nog het meest.

Vertaald naar dans betekent dat strakke lijnen, weinig versierselen, geen sentimentaliteit, geen anecdote, maar wel een nauwe, sluitende relatie tussen vorm en inhoud. De vraag is dan wat eerder is bij het creeren: een choreografisch uitgangspunt dat met menselijke expressie wordt ingevuld, of een inhoudelijk thema dat choreografisch vorm krijgt.

Van Manen werkt vanuit beide richtingen. Bij sommige balletten is het inhoudelijke thema evident, bijvoorbeeld ingegeven door de muziek, zoals bij 'Corps' (op het vioolconcert van Alban Berg) dat over afscheid en dood gaat (te zien op 18 en 20 juni in het Amsterdams Muziektheater). Soms is het thema abstract van aard; een afgebakende lichtstrook waar doorheen twee dansers (m/v) zich bewegen, zoals in 'Theme'. Een abstract gegeven dat via het kenmerk sekse toch nog de nodige invulling en daarmee spanning krijgt.

Hoofdmotief

Zijn hoofdmotief is dans; de onderliggende thematiek wordt vaak bepaald door menselijke relaties. Opvallend is dat het ruimtelijke gegeven daarbij vaak bepalend is. Zeer sterk is dat het geval bij 'Situation' (ook op 18 en 20 juni in het Muziektheater), waarin de groep dansers opgesloten zit in een (wacht)kamer, waarin maar een deur verlossing biedt. Dat dansstuk is doortrokken van agressieve seksualiteit, van onderhuidse driften die in een kooi tot ontlading komen.

Muziek is voor hem de brandstof waarop de motor loopt. Zijn keuze is breed, varierend van tango-muziek tot eigentijdse pop, van klassiek tot modern, en niet te vergeten Stravinski. Alle stukken kiest hij met zorg en met een groot gevoel voor kwaliteit en hij koestert ze in de behandeling. Brandstof is ook de vormgeving van zijn balletten, die minstens zo belangrijk is als de muziek. Dat reflecteert zich in de rij vaste vormgevers die in de loop van de jaren met hem samenwerkten, van wie Keso Dekker nu het langst. Ook die delen allemaal in dit jubileum, evenals de dansers waar Van Manen mee werkt en werkte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden