Een leuker bestaan, maar niet zonder Koran

Het succes van een grensverleggend boek als ’De vrouw heeft geen naam’ van de Turkse schrijfster Duygu Asena bewijst dat stevige kritiek op de positie van vrouwen in islamitische landen heus mogelijk is, zegt publiciste Çilay üzdemir. Maar anders dan bijvoorbeeld Nahed Selim (zie vorige week in Letter & Geest) wil zij haar pijlen niet rechtstreeks op de islam richten.

Hoe komt het dat onder allochtone vrouwen in Nederland geen brede discussie is losgebroken over hun achtergestelde positie? Waar blijft de Derde Feministische Golf die volgens Hedy d’Ancona en Cisca Dresselhuys een zaak is van de allochtone vrouwen? Het is oorverdovend stil. Wel hoor ik van allochtone vrouwen herhaaldelijk de klacht dat de Nederlandse maatschappij is verhard. Vroeger was het beter, vinden zelfs twintigjarigen.

Een antwoord is misschien dit. De feministische bewegingen waarvan ik weet heb, zijn deels begonnen met een artikel of een boek. In Nederland was dat in de jaren zestig Joke Smits roemruchte essay ’Het onbehagen van de vrouw’. In Turkije vervulde in de jaren tachtig het boek ’De vrouw heeft geen naam’ van Duygu Asena die rol. En in Saoedi-Arabië verscheen recentelijk ’De meiden van Riad’ van Rajae Alsanea. Zelfs aan de basis van het manifest ’Seks moet weer haute couture worden’ – uitvloeisel van de spraakmakende documentaire ’Beperkt houdbaar’ (2007) van Sunny Bergman – staat een boek: ’The Beauty Myth’. Daarin hekelde de Amerikaanse schrijfster Naomi Wolf de uitbuiting van vrouwen door de mode- en schoonheidsindustrie. Al deze schrijfsters zijn boegbeelden van de emancipatiestrijd geworden.

Zelfontmaagding

Inmiddels zijn in Nederland flink wat boeken verschenen over de achtergestelde positie van allochtone vrouwen, veelal geschreven door henzelf. Dat is het goede nieuws. Het probleem is dat ze niet het effect hebben gesorteerd als de hierboven genoemde artikelen en boeken.

Het bekendste voorbeeld is Ayaan Hirsi Ali. Ze mag dan een van de belangrijkste opinieleiders zijn, maar ik betwijfel of haar boeken gretig door allochtonen worden gelezen. Ze lijkt zich eerder te richten tot de westerse boekenconsument.

Ook tolk en publiciste Nahed Selim schreef veelvuldig over de islam en de positie van de vrouw. In haar publicaties legt ze als kritische moslima de nadruk op de vrouwonvriendelijkheid van de Koran. Haar laatste boek heet letterlijk: ’Allah houdt niet van vrouwen’. Voor menig moslima is dat niet erg uitnodigend. Ook Selim lijkt zich meer op Nederlanders te richten dan op moslima’s.

De van oorsprong Pakistaans-Britse schrijfster Naema Tahir publiceerde tot nu toe twee romans. Tahir wordt door de Nederlandse media gretig omarmd, maar niet door allochtone vrouwen. Haar advies aan moslima’s om zichzelf te ontmaagden als sleutel naar de vrijheid klinkt gedurfd, maar schiet zijn doel voorbij.

Wat deze drie vrouwen met elkaar verbindt, is dat zij de islam als boosdoener zien van alles wat met de slechte positie van vrouwen in de islamitische gemeenschap te maken heeft. Hun blik is uitsluitend op de islam gericht. Terwijl dat maar één kant van de medaille is.

Deze vrouwen gaan voorbij aan de werking en het nut van religie voor de mens als individu. In hun optiek lijkt het alsof mensen voor een religie kiezen na een proces van wikken en wegen. In hun geval leidt dit altijd tot het oordeel dat de islam vrouwonvriendelijk is. Minimaal moet de Koran herschreven worden.

Maar voor miljarden mensen werkt religie niet op deze manier. Zij die opgroeien in een gezin met een godsdienstige gezindte, krijgen met de paplepel ingegoten wat de waarden en symbolen van die religie zijn.

Diep in de ziel

Voor mij persoonlijk bestaat de islam uit een mix van rituelen en symbolen uit mijn jeugd die een specifiek gevoel oproepen. Dat gevoel zal niet gemakkelijk verdwijnen. Ik heb niet voor de islam gekozen door de Koran van bladzijde tot bladzijde te bestuderen. Geloven volgens de principes van de islam was een natuurlijk onderdeel van mijn opvoeding en socialisatie. Miljoenen andere moslims hebben evenmin de bronnen van de islam bestudeerd alvorens ervoor te kiezen.

En ik durf te wedden dat miljoenen christenen en joden geloven zonder de basisboeken van hun religie te hebben bestudeerd. Zo werkt religie: zij wordt van ouders op kinderen doorgegeven, overal op de wereld.

Wezenlijk voor je geloof is wat je in je kindertijd hebt meegekregen. Dat reikt tot diep in je ziel. En het is niet iedereen gegeven om deze waarden en symbolen onder de microscoop te leggen en te analyseren of ze wel zo waardevol zijn.

Ik vind het eerder belangrijk om culturele gewoonten die tot onrecht leiden te kritiseren en te veranderen. Dat kan ik en dat wil ik, omdat ik iets wil veranderen. En omdat ik denk dat het mogelijk is. De religie veranderen is voor mij en voor vele andere moslima’s te hoog gegrepen. De Koran, het woord van God, willen en kunnen velen niet tegenspreken. Bovendien kunnen veel moslims voor wie het Arabisch niet de moedertaal is, de Koran in de oorspronkelijke taal niet begrijpen. Ook ik ben aangewezen op de vertaling. Dan is het niet eenvoudig te zeggen: dat staat zo in de Koran, dus moeten we het zo doen.

Natuurlijk kan ik wél in discussie gaan over de interpretatie van de Koran, wat ik ook zeker doe. De hoofddoek is een dergelijke kwestie. De conservatieve moslim zegt dat er letterlijk in de Koran staat dat je je hoofd moet bedekken, de liberale moslim zegt dat er alleen staat dat je je ’sieraden’ moet verbergen voor de buitenwereld. Wie heeft er gelijk? Het is voor een gewone moslima geen eenvoudige opgave om vraagtekens te zetten bij het woord van God.

Sowieso is het voor vrouwen moeilijk om over de interpretatie van de Koran te discussiëren. In islamitische landen hebben conservatieve geestelijken het monopolie op de uitleg van de Koran. Dit monopolie treft naast vrouwen natuurlijk ook vrijzinnige moslims die de Koran voor meerdere uitleg vatbaar achten. Hun wordt de mond gesnoerd, omdat zij de macht van de geestelijken aantasten. Theologen als Rifat Hassan zijn hier wel mee bezig, maar niet in een islamitisch land. Beter elders dan helemaal niet.

Daarom heeft Nahed Selim volgens mij ook ongelijk wanneer ze, in Letter & Geest van vorige week stelt dat de islam niet pluriform is. Het is niet de Koran of de islam die geen andere geluiden duldt, het zijn de geestelijken, de monarchieën en de dictators die het tegenhouden. Nahed Selim is overigens zelf het beste voorbeeld dat je moslim kunt zijn en liberaal kunt omgaan met de koranteksten. Zelf geeft ze in haar stuk nog talloze andere voorbeelden. Als de vrijheid van meningsuiting in islamitische landen gemeengoed zou zijn – wat nu absoluut niet het geval is – zouden ook andere geluiden over het geloof geaccepteerd zijn.

Toch is het de vraag of het kritiseren en daarna eventueel veranderen van de islam de eerste stap is naar emancipatie van de niet-westerse vrouwen in Nederland en daarbuiten.

Ik denk het niet. Het is veel nuttiger en efficiënter om bij kritiek op de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen de nadruk te leggen op de cultuur en op de wetten.

Gewoon actie

Neem Duygu Asena, dé feministe van Turkije. Zij maakte in de jaren tachtig furore als hoofdredacteur van het feministische blad Kadinca( ’vrouwelijk’). De redactie bestond bijna geheel uit vrouwen die alles deden wat een (vrouwen)leven waardevol maakt: werken, reizen (mijn droom, maar in die periode onbereikbaar), politici schaamteloos aan de tand voelen over vrouwonvriendelijke wetten. Ze maakten vrouwenproblemen bespreekbaar, kwesties die altijd onder het tapijt waren geveegd en dus min of meer taboe waren. Ze stimuleerden vrouwen om hun eigen lot in handen te nemen. Ze lieten ons zien dat je niet bij de pakken hoeft neer te zitten als je iets wilt veranderen. Gewoon actie ondernemen, zoals zij. Nog belangrijker: zij maakten ons ervan bewust dat je recht hebt op een leuker bestaan.

Kadinca was een eyeopener voor mij en duizenden andere Turkse vrouwen. Het blad, dat na de dood van Asena is opgeheven, verkocht ruim 90.000 exemplaren per maand. Maar het bleek een briesje vergeleken met de echte storm die nog door Turkije zou razen: die van de roman ’De vrouw heeft geen naam’ die Duygu Asena eind jaren tachtig publiceerde. Volgens mensen die Asena hebben gekend (ze overleed in 2006) was het verhaal gebaseerd op haar eigen leven.

Het boek bestrijkt de verschillende levensfasen van een vrouw, van klein meisje tot getrouwde vrouw. Het absoluut vernieuwende voor de Turkse literatuur is het rebelse karakter van het meisje, dat in een middenklasse familie opgroeit. De naamloze hoofdpersoon zet vraagtekens bij alle situaties waarin jongens en meisjes een andere behandeling krijgen. Dat maakte het tot het eerste boek dat alle vanzelfsprekendheden van de Turkse machocultuur aan de kaak stelde. In het boek worden bijvoorbeeld de besnijdenis van een jongen en de eerste menstruatie van een meisje met elkaar vergeleken. Waarom wordt de besnijdenis feestelijk gevierd en de menstruatie angstvallig stilgehouden? Iedere Turkse vrouw kan zich hiermee identificeren

Het boek (dat in het jaar van verschijning veertig drukken beleefde) markeert het begin van de feministische beweging in Turkije. Asena benadert de achtergestelde positie van vrouwen niet door meteen te verwijzen naar de vrouwonvriendelijke islam. In haar boek komt niet één keer kritiek op de islam voor. Toch legt ze de vinger op de zere plek: de effecten die vanzelfsprekendheden, dus tradities en vastgeroeste rolpatronen kunnen hebben op de positie van vrouwen.

Het is precies de reden dat het boek zoveel succes heeft gehad. Was het een directe aanval op het geloof geweest, dan had het veel Turken zo diep aangetast dat ze de boodschap – de sociale en culturele ongelijkheid tussen man en vrouw – nooit tot zich hadden willen laten doordringen.

Cultuur en tradities raken mensen nu eenmaal minder diep dan het geloof. Nog belangrijker: aan onrechtvaardige aspecten van de cultuur kun je op eigen kracht iets veranderen. Het geloof veranderen is ondoenlijk voor één individu. Hoe moet een Turkse vrouw binnen haar familie de Koran ter discussie stellen? Je krijgt dan een discussie over wat wel en niet mag binnen de islam. Dat is voor een leek onbegonnen werk.

In Jordanië, waar ik de helft van het jaar woon, verbaas ik me over de openheid waarmee de positie van de vrouw wordt besproken. Er is discussie over het recht om te kunnen studeren, werken en een partner te huwen naar eigen keuze. Niet de islam wordt er als belemmerend ervaren maar juist de tradities en de cultuur. Als de religie ter discussie staat dan gaat het vaak over de verschillende (onjuiste) wijzen waarop de regels binnen de islam worden geïnterpreteerd.

Mijn nichtje van twintig uit Istanbul was boos op haar ouders en op de Turkse overheid omdat ze haar belemmerden te studeren. Van haar ouders mocht ze haar hoofddoek niet afdoen, van de overheid mocht ze niet met hoofddoek studeren. Geen enkele keer hoorde ik haar zeggen dat haar situatie de schuld van de islam was of van Allah.

Schaamteloos

Ik heb zelf in drie islamitische landen geleefd. En overal zijn de wetten weer anders. In Jordanië mag een ongetrouwd stel geen kind op de wereld zetten. Als ze dat toch doen, dan wordt het niet geregistreerd. In Turkije mag een ongetrouwde vrouw een kind adopteren en zelfs bij de spermabank anoniem donorzaad kopen om zich te laten bevruchten. In Senegal hoeven kinderen van een ongehuwde moeder zowel sociaal als juridisch geen problemen te verwachten.

Nog een voorbeeld: in Saoedi-Arabië mogen vrouwen niet autorijden omdat mannen bang zijn dat ze daarmee zo mobiel worden dat ze zich van hun juk zullen bevrijden. Een verbod op autorijden is een culturele en wettelijke aangelegenheid, geen religieuze. In geen enkel ander islamitisch land geldt dit verbod. Maar mede dankzij het hierboven al genoemde boek ’De meiden van Riad’ van Rajae Alsanea, is er wat aan het veranderen. Er is iets in gang gezet dat niet meer tegen te houden is.

Geheime relaties

Rajae Alsanea is de Duygu Asena van Saoedi-Arabië. Deze 25-jarige schrijfster heeft met haar debuutroman drie jaar geleden het Arabische schiereiland in rep en roer gebracht. Het boek gaat over de belevenissen van vier Saoedische vriendinnen uit de hogere kringen en hun strubbelingen met de liefde. Alles wat Saoediërs graag voor de buitenwereld geheim hadden willen houden, doet Alsanea schaamteloos uit de doeken: de hypocrisie van de mannen en de creatieve manieren waarop mannen en vrouwen omgaan met de beperkingen. Zo rijden vrouwen toch auto door zich als man te kleden, ze nuttigen alcohol tijdens feestjes, ze onderhouden geheime relaties via de telefoon of internet en soms zelfs in het echt. Rajae Alsanea hekelt, net als Duygu Asena, de vanzelfsprekendheden van de Saoedische cultuur, zonder de islam erbij te betrekken.

Alsanea zet niet alle vrouwen als dom en onderontwikkeld neer, ze houdt van haar land en zou er graag willen wonen als ze met haar studie in de VS klaar is. Hoe beperkend ze het leven er voor de vrouwen ook vindt. Wel is zij strikter dan Asena in haar religieuze beleving. Ze draagt een hoofddoek, maar weigert de in Saoedi-Arabië verplichte gezichtssluier te dragen. Integendeel, ze kleedt zich zo trendy mogelijk – een recht dat ze voor alle vrouwen in Saoedi-Arabië wenst. Net als het recht om te werken in het beroep waarin je geschoold bent.

Dankzij vrouwen als Rajae Alsanea is Saoedi-Arabië langzaam aan het veranderen. Boegbeelden kunnen sociale misstanden helpen verbeteren, mits ze de juiste snaar raken.

Çilay üzdemir is schrijfster en publicist. Dit voorjaar verschijnt bij Artemis & Co haar boek ’Zeeuwse babbelaars en Turks fruit’ .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden