Een les in geschiedenis voor vrijwillig teruggekeerde militiestrijders

Een verkiezingsposter van het huidige staatshoofd Paul Kagame siert een deurpost, in de buurt van hoofdstad Kigali. Hij wordt vrijwel zeker herkozen. (REUTERS) Beeld REUTERS
Een verkiezingsposter van het huidige staatshoofd Paul Kagame siert een deurpost, in de buurt van hoofdstad Kigali. Hij wordt vrijwel zeker herkozen. (REUTERS)Beeld REUTERS

Rwanda oogt aan de buitenkant als een gezond en voortvarend land. Dicht onder de oppervlakte zit echter veel angst en wantrouwen. De volkenmoord van 1994, die het leven kostte aan 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s, beheerst nog altijd het dagelijks leven. In dat klimaat gaan de Rwandezen vandaag naar de stembus.

Zo’n tweehonderd mannen, diep weggedoken in windjacks tegen de kou, schrijven ijverig in hun schriftjes. Regenwolken hangen rond de vulkaankraters in het noorden van Rwanda, de druppels kletteren op het golfplaten dak. Het lawaai maakt de les in Rwandese geschiedenis deels onverstaanbaar in het klaslokaal met slechts houten bankjes op een vloer van aangestampte aarde.

Zij krijgen hier een andere versie van de geschiedenis dan die ze leerden in de voormalige strijdkrachten van Rwanda, verantwoordelijk voor de volkenmoord in 1994. In het ex-leger kregen ze de extremistische Hutu-ideologie voorgeschoteld. Die kwam er in het kort op neer dat Hutu’s waren geknecht door de Tutsi’s en dat er in Rwanda geen ruimte was voor beide bevolkingsgroepen. Eén moest verdwijnen.

En daaraan droegen deze mannen bij. Zij zijn gedemobiliseerde strijders van de Democratische krachten voor de bevrijding van Rwanda (FDLR), een militie van zo’n 6000 Rwandese Hutu’s die tot op de dag van vandaag terreur uitoefent in Oost-Congo. De FDLR is grotendeels opgebouwd uit militairen van het voormalige leger en de burgerleiding van het oude, voor de genocide verantwoordelijke regime van Rwanda.

De vrijwillig teruggekeerde militiestrijders volgen twee maanden een reïntegratieprogramma voordat ze zich bij hun families voegen. „Ik ben verbaasd dat er geen militairen zijn die ons bewaken. Ik dacht in een gevangenis terecht te komen maar heb alle vrijheid”, merkt een luitenant op. „Ik bezocht al mijn dorp en mijn gezin was hier voor een weekeinde.”

Hij was de ICT-specialist van de Sylvestre Mudacumura, commandant van de FDLR-troepen in Oost-Congo. „Het was gevaarlijk te deserteren want daar staat de doodstraf op. Ik zat in het hoofdkwartier in Masisi, waar het wemelt van de FDLR-controleposten.” Hij bereidde zijn vertrek nauwkeurig voor. Eerst stuurde hij vorig jaar zijn vrouw en kinderen terug naar Rwanda om de sfeer te proeven. „We belden regelmatig met elkaar. Toen ze meldden dat het veilig was, maakte ik een plan om ongezien bij een basis van de VN-vredestroepen in Congo te komen, die mij daarna naar Rwanda brachten.”

Het onderkomen van het Rwanda Demobilisatie- en Reïntegratieprogramma (RDRP) staat in Mutobo, een plaatsje aan de voet van een heuvel, niet ver van het stadje Ruhengeri. De streek vormt de toegangspoort tot het vulkanenpark waar de zeldzame berggorilla’s wonen. Voor de volkenmoord stond dit deel van het land vooral bekend als het bastion van de Hutu-extremisten, verantwoordelijk voor de moord op 800.000 Tutsi’s en gematigde Hutu’s.

Er hangt nu een ontspannen sfeer in Mutobo. Als er geen les is, wordt er gevoetbald. Sommigen brachten hun echtgenotes en kinderen mee, die groente en vooral aardappelen op kleine perceeltjes verbouwen.

„Ik wachtte met mijn terugkeer omdat ik niet wist wat me te wachten stond. De FDLR-commandanten voorspelden hel en verdoemenis terwijl het VN-radiostation, Okapi, juist opriep de wapens neer te leggen en naar huis terug te keren. Ik wist niet wie ik moest geloven”, vertelt de luitenant. Volgens hem deserteerden sinds vorig jaar grote aantallen FDLR-strijders nadat de politieke leider, Ignace Murwanashyaka, in Duitsland werd gearresteerd. Hem wordt lidmaatschap van een terroristische organisatie ten laste gelegd. „Er heerst verwarring onder de strijders sinds Murwanashyaka werd opgepakt. Niemand weet wie nu de baas is.”

De politieke leiders van de FDLR en de afsplitsing, RUD Urunana, verblijven in Europa, Noord-Amerika en Zambia. De Rwandese regering van president Paul Kagame voelt zich voortdurend bedreigd door de FDLR. Als reactie schroeft het Kagame-bewind de repressie in eigen land op. Daar maakt de FDLR dankbaar gebruik van om hun strijd te rechtvaardigen.

Maar vooralsnog zijn het de Oost-Congolezen die lijden onder de terreur van de FDLR. Rakiya Omaar onderzoekt in opdracht van de Afrikaanse Unie de structuren van de beweging. „De aanwezigheid van de FDLR in Oost-Congo is enorm destructief voor de bevolking daar. Niet alleen de militiestrijders maar ook het leiderschap in het buitenland is verantwoordelijk voor zware misdaden tegen Congolezen.” Ze voegt er aan toe dat FDLR en RUD Urunana vertegenwoordigd zijn in onder meer Nederland.

De gedemobiliseerde strijders in Mutobo leren ook politiek correct te spreken. In plaats van ’wij’ hanteren ze nu ’zij’ als de FDLR ter sprake komt. Ook dringen reïntegratietrainers aan op het gebruik van ’volkenmoord’ in plaats van ’de gebeurtenissen van 1994’. Het spreken over ’gebeurtenissen’ beschouwt het huidige bewind als de terminologie van Hutu-extremisten die de genocide ontkennen.

Majoor Jean de Dieu Ntibakunze, een van de weinige gedemobiliseerde strijders die zijn naam durft te geven, vergist zich nog weleens in de politiek correcte uitspraken. Hij giechelt dan zenuwachtig. „Murwanashyaka, de politieke leider van de FDLR, bezocht in 2006 meerdere malen onze bases.pardonbases van de beweging in Oost-Congo. Hij kwam geld brengen. Ook spoorde hij ons aan de oorlog voort te zetten om Rwanda te veranderen.”

Murwanashyaka verbleef tijdens de genocide in het Westen. Maar de nummer twee van de FDLR, de in Frankrijk woonachtige Callixte Mbarushimana, wordt verdacht van deelname aan de volkenmoord. De Rwandese regering probeert met het demobilisatieprogramma de FDLR-milities te ontmantelen. Tegelijkertijd vraagt het bewind landen waar vermeende volkenmoordenaars of FDLR-aanhangers wonen, hen te berechten of uit te leveren.

In de afgelopen zestien jaar voltrok zich een economisch wonder in Rwanda. Maar ondanks alles dicteert de genocide nog altijd het dagelijks leven.

Ook in de FDLR-bases in Oost-Congo komt de volkenmoord veel ter sprake. Volgens de majoor, die als taak had om strijders op te leiden, wordt het ’de burgeroorlog’ genoemd. „De verhalen gaan vooral over Hutu-militairen die werden gedood door de oprukkende Tutsi-rebellen. Niemand zal toegeven zelf gedood te hebben. Daarvoor ontbreekt het aan onderling vertrouwen binnen de FDLR.”

Een opvallende verschijning tussen de gedemobiliseerde strijders in Mutobo is een rijzige man met grijze krullen. Een ex-paratroeper die zijn militaire pas behield en gezag uitstraalt zonder iets te zeggen. Hij verbleef sinds 1997 in Congo-Brazzaville, in het westen van Afrika. „De reis terug naar Rwanda was een stuk aangenamer dan de tocht naar Congo-Brazzaville want die ging te voet en duurde ruim een half jaar. Ik arriveerde hier per vliegtuig en dat ging een stuk sneller”, merkt hij op met een twinkeling in zijn ogen.

De man was de persoonlijke chauffeur van de Rwandese Hutu-president Juvenal Habyarimana. Op 6 april 1994 werd zijn presidentiële vliegtuig vlakbij de Rwandese hoofdstad Kigali neergeschoten. Die gebeurtenis vormde het startschot voor de drie maanden durende genocide.

Nog altijd is onduidelijk wie verantwoordelijk is voor de aanslag. Het Hutu-bewind gaf de Tutsi-rebellen de schuld. Die wezen echter Hutu-extremisten aan als daders, zodat ze een aanleiding hadden om met de volkenmoord te beginnen.

Het toestel kwam uit het Tanzaniaanse Arusha, waar een regionale conferentie plaatsvond. „Ik had met de president in het vliegtuig moeten zitten”, vertelt de ex-paratroeper. „Als ik de president niet reed, was ik verantwoordelijk voor zijn bagage en ik vloog overal met hem mee. Maar op die bewuste dag wilde Habyarimana napraten met zijn Burundese collega Cyprien Ntaryamira. Ik moest mijn plaats afstaan.” Hij zwijgt even en mompelt dan: „Het was mijn tijd blijkbaar niet.”

Hij arriveerde enkele dagen later in Rwanda waar de volkenmoord al in volle gang was. Bij zijn aankomst moest hij zich melden bij de overgangspresident, Theodore Sindikubwabo. Opnieuw werd hij als presidentiële chauffeur aangesteld. Over de drie maanden die de genocide in beslag nam, wil de ex-paratroeper weinig kwijt. „Ik zag niets. Ik reed voortdurend de president rond in de stad Gitarama, waar zijn regering zetelde. Soms gingen we naar zijn geboorteplaats Butare waar hij bijeenkomsten hield in zijn huis.”

Toen de rebellen Gitarama naderden, reed hij Sindikubwabo naar Oost-Congo. „Ik had inmiddels mijn vrouw en kinderen opdracht gegeven ook naar Congo te vluchten. Ik was ervan overtuigd dat Hutu’s zouden worden gedood uit wraak.”

Hijzelf marcheerde met een groot deel van het voormalige leger en de politieke leiding naar Congo-Brazzaville. Ze arriveerden daar op 1 juni 1997. Vier dagen later begon in Congo-Brazzaville een burgeroorlog. „Veel leiders van het vorige bewind vertrokken naar het buitenland. Wij die achterbleven werden opgeslokt door het geweld in ons gastland.”

Hij vertelt dat alle militairen van het ex-leger verplicht lid werden van de FDLR. Maar volgens hem stelde de beweging niets voor in Congo-Brazzaville. „Er was geen kantoor en er werden geen vergaderingen gehouden. Een vaag figuur die ik alleen ken als Cyprien zou de plaatselijke leider zijn geweest.” De paratroeper werkte als taxichauffeur om te voorzien in zijn onderhoud.

Zijn gezin, dat al lang weer in Rwanda woonde, drong aan op zijn terugkeer. „Lange tijd durfde ik niet. Als chauffeur van twee presidenten stond ik heel dicht bij het bewind.” Nu wil hij een dikke streep onder het verleden zetten. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Met enige bitterheid in zijn stem, merkt hij op: „Degenen die toen orders uitdeelden, leiden een goed leven in het Westen. Ik ben 59 en moet weer een taxi rijden om mijn familie te onderhouden. Het verleden blijft mij achtervolgen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden