Een leraar vol verrassingen

Een vrolijk en druk boerenjoch groeide op tot leraar aan het gymnasium. Maar hij voelde zich soms tweederangs, daarom trok hij hard aan zichzelf.

Ooit gehoord van een leraar die door zijn leerlingen tot de orde wordt geroepen? Docent Spriensma van het Stedelijk Gymnasium in Leeuwarden was er zo een. Als hij een proefwerk gaf en de klas was muisstil bezig, dan begon het bij hem te kriebelen. Dan ging hij rondlopen, trok een gekke bek, zong een flard van een liedje, totdat een van de leerlingen zei: "Alstublieft! We moeten ons concentreren". Dan was hij meteen stil, heel schuldbewust.

Zo ging het vaak bij hem. Hij was impulsief en flapte er van alles uit. Vaak was dat grappig, maar soms klonk het vilein. Als hij zag dat zijn woorden schade hadden aangericht, probeerde hij dat te herstellen.

Hij was populair op zijn school. Nooit heeft een leerling geklaagd over zijn lessen. Die had hij altijd degelijk voorbereid. En hij was snel met het nakijken van proefwerken, daar hadden de leerlingen recht op, vond hij. En hij zat vol met verrassingen. Zoals die keer dat hij dertig euro aan een leerling gaf: "Ga maar ijsjes halen voor iedereen".

Op het gymnasium doen ze veel aan toneel en cabaret en hij was een welkom personage om de spot mee te drijven. Zijn nichterige maniertjes, zijn eeuwige hoed en zijn liedjes van het Songfestival-type smeekten om een persiflage in een schoolvoorstelling.

Daar genoot hij zelf ook van. Aucke Spriensma stond graag in de aandacht en hij scherpte zijn excentriciteit nog wat aan. Misschien dat hij daarom zijn voornaam Auke met ck ging schrijven. Maar iedereen die hem beter leerde kennen, zag zijn onzekerheid onder al die show. Altijd was hij bang dat hij niet goed genoeg was. Ook al gaf hij les aan een prestigieuze school, met zijn tweedegraads bevoegdheid voelde hij zich de mindere van zijn universitair geschoolde collega's. Daarom stelde hij hoge eisen aan zichzelf.

Hij was van ver gekomen. Zijn wieg stond in zijn vaders boerderij in het Friese gehucht Midhuizen bij het dorp Ee, ten oosten van Dokkum. Hij was de derde van vier kinderen, een blij kereltje dat veel praatte en lachte. Als jongetje liep hij in zijn blauwe overall altijd rond op de boerderij.

Het was een gemengd bedrijf. Graan, aardappels, bieten, maar de trots was het stamboekvee. Als jochie van vijf had hij de officiële stamboekschetsen nog nooit gezien, toch kende hij alle koeien bij naam en wist hij wanneer ze drachtig waren. Zijn vader moest de koeien omhoog porren om het stro te verversen, als Aucke binnenkwam stonden ze uit zichzelf op.

Als de schapen in de lammertijd 's avonds op stal moesten, was dat een klus voor Aucke. Hij had geen hond nodig om de dieren op te drijven, dat kon hij in z'n eentje wel.

Aan dat mooie leven kwam een einde toen een baal stro op zijn vaders nek viel. Daarna had vader altijd hoofdpijn en problemen met zijn wervels. Hij lag veel in het ziekenhuis en het vee werd geleidelijk van de hand gedaan. Toen Aucke tien was, werd alles verkocht en het gezin trok in een rijtjeshuis in Dokkum.

Aucke ging graag helpen op boerderijen in de buurt, maar het leek uitgesloten dat hij nog boer zou kunnen worden zonder zijn vaders bedrijf. Hij ging naar de leao, het lager economisch en administratief onderwijs dat opleidde voor banen in winkels en kantoren. De onderwijzers gaven hem weinig kans: hij was veel te druk en praterig en hij verloor zich in details.

Toch haalde hij zijn diploma en vervolgens ook dat van de lagere landbouwschool.

Toen wist zijn moeder genoeg. Ze ging naar het schoolhoofd en zei: "Deze jonge mat vorut, die kin meer". Ze had gelijk. Het was ongebruikelijk, maar Aucke mocht naar de havo en vervolgens naar een lerarenopleiding. Aucke is zijn moeder altijd diep dankbaar gebleven dat ze hem die zet heeft gegeven.

Op zijn negentiende betrok hij een studentenkamer in Leeuwarden, in een woning die hij deelde met een vriendin. Zij was de perfecte dekmantel voor zijn echte liefde: Wouter. Ze zouden twintig jaar lang bij elkaar blijven.

In de stad was Aucke openlijk homo. Hij werkte in de homodiscotheek Incognito, eerst als afwasser, later als deejay. Met zijn gereformeerde ouders sprak hij er niet over, hij wilde hen geen pijn doen. Maar zijn moeder wist genoeg. Toen zijn vader in 1987 was overleden, lag Aucke met zijn hoofd op de kist te huilen. "Ik had het hem zo graag willen vertellen", zei hij.

Aucke werd leraar op een mavo: aardrijkskunde (zijn hoofdvak) en Nederlands. Na enkele jaren plaatste de overkoepelende schoolorganisatie hem over naar het Stedelijk Gymnasium. Daar was hij trots op. Maar zonder een academische graad kreeg hij alleen de jongste leerlingen, zo waren de regels.

Met Wouter kocht hij een groot pand in de binnenstad. Daar woonden ze en verzamelden ze glaskunst en stalenbuismeubelen uit de jaren twintig en dertig. Ze struinden markten af en verkochten zelf ook. Hun pand raakte overvol met modern antiek.

Als Aucke over straat liep, leek het alsof iedereen hem kende en groette. In de betere winkels was hij vaste klant en hij liep er altijd even binnen voor een praatje. Muzikaal leefde hij zich uit in het homokoor Onder Anderen, een uitvloeisel van vrolijke avonden in het COC waar iedereen spontaan in gezang uitbarstte. Het werd een ambitieus koor, dat zelfs op buitenlandse tournees ging. Bij optredens praatte Aucke het cabareteske repertoire aan elkaar.

Een jaar of negen geleden stortte zijn wereld in. Wouter verliet hem. Aucke zat alleen in dat grote huis. Hij probeerde het te verkopen, maar dat lukte niet. Vier jaar zat hij daarmee opgezadeld. Daarna trok hij in een huurflat.

Het werk op school werd nog belangrijker voor hem. Zijn leerlingen hadden waarschijnlijk geen idee hoe serieus hij was als hij guitig zijn hoofd om de deur stak en zei: "Niet verder vertellen hoor, maar ik hou van jullie".

Bij het homokoor raakte hij aan de praat met een nieuw en wat verlegen lid, Richard. Met hem begon hij een nieuw leven.

Aucke had genoeg van de drukte in de binnenstad. Hij verlangde naar rust en een tuin. Met Richard kocht hij aan de rand van Leeuwarden een ruim huis in een nieuwbouwwijk. Hij richtte nog twee vitrinekasten in met de mooiste vazen en andere glaskunst uit zijn verzameling. De rest werd verkocht.

Tuinieren werd zijn nieuwe hobby. Een teken des tijds misschien. Het homokoor werd opgeheven wegens gebrek aan nieuwe leden.

Op school kreeg Aucke een nieuwe verantwoordelijkheid als coördinator van maatschappelijke stages. Die vond hij belangrijk voor de leerlingen, maar ook voor zichzelf. Die extra taak gaf hem erkenning, vooral toen zijn werk werd uitgebreid naar de andere scholen van de scholengemeenschap Piter Jelles. Een dag per week zat hij op het hoofdkantoor.

Dit voorjaar, toen hij de opzet van de stages goed had geregeld, besloot hij met dat werk te stoppen. De kantoorpolitiek gaf te veel spanning. Hij kon het niet hebben als collega's streken uithaalden om voordeeltjes te bemachtigen. Het moest om de leerlingen gaan, vond hij.

In de klas vond hij wel een uitlaatklep voor zijn ambitie. Hij kreeg voor aardrijkskunde een vierde klas, de bovenbouw die gewoonlijk uitgesloten was voor een tweedegrader.

Aucke voelde zich niet tweederangs meer, hij was tevreden. Toen stond zijn hart ineens stil. Zomaar. Op de bank in woonkamer. Een oorzaak is niet gevonden.

Met apparatuur is zijn lichaam nog twee weken blijven ademen. Maar zijn geest was al vervlogen. Bovenaan de rouwkaart stond: Net nu het leven zo mooi is...

Aucke Spriensma werd geboren op 6 april 1961 in Ee (Friesland). Hij stierf op 22 mei 2012 in Leeuwarden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden