Een legohuis van puin

Na een oorlog of natuurramp blijft er veel puin liggen. In het mobiele fabriekje van Gerard Steijn kan dat meteen verwerkt worden tot lego-achtige bouwstenen. Zo heb je noodwoningen in een oogwenk.

In de Amsterdamse haven ligt een klein stukje tropen. Naast een met vrolijke kleuren beschilderde muur en enkele palmboompjes en bamboestruiken, staan twee huisjes in pasteltinten die niet zouden misstaan in het Caribisch gebied. Het is de bedoeling dat er komende zomer dertig van deze zogenaamde T-shelters in Haïti worden gebouwd.

Het blauw-gele huisje van 18 m2 en zijn blauw-witte broertje van 24 m2 dat ernaast staat, zijn prototypes van noodwoningen die zijn opgebouwd met Q-bricks, een soort legostenen gemaakt van bouwpuin waarmee de huizen in een mum van tijd kunnen worden opgebouwd en weer gedemonteerd. Die Q-bricks komen straks uit de Mobiele Fabriek rollen, twee omgebouwde zeecontainers.

Gerard Steijn, de drijvende kracht achter de Mobiele Fabriek wist via crowdfundingplatform Doorgaan.nl de benodigde 85.000 euro binnen te slepen om die fabriek daadwerkelijk te bouwen. "Komend voorjaar is hij af en komt hij daar te staan", wijst hij naar de muur tegenover de kleine noodwoningen. "Daarnaast komt een grote trilplaat waarop we gaan testen hoe aardbevingsbestendig de huizen van Q-bricks zijn. Ze moeten namelijk wel stevig genoeg zijn om een nieuwe ramp te doorstaan."

Op de muur waarvoor straks de Mobiele Fabriek komt te staan, hangen nu nog grote foto's van Haïti vlak na de zware aardbeving die het land vijf jaar geleden trof en waardoor 41 procent van alle huizen zwaar beschadigd raakte. Steijn: "Er ligt nog steeds zo'n 25 miljoen ton aan puin. Dat is aan de kant geschoven of in rivieren gedumpt. Het is nauwelijks hergebruikt." Hij wijst op een foto van een tentenkamp. "Vijf jaar na de ramp zijn er nog steeds 85.000 mensen die in zo'n kamp wonen. Als het aan ons ligt, staan die blauwe tentjes er straks na een natuurramp niet zo lang meer."

Wederopbouw

Met zijn Mobiele Fabriek wil hij twee vliegen in een klap slaan: hij wil het milieu een dienst bewijzen door het puin te recyclen, en hij denkt zo sneller de stap te kunnen zetten van noodhulp naar wederopbouw. "Die slag wordt nu nog te traag gemaakt", vindt Steijn die in het verleden voor verschillende ontwikkelingsorganisaties waaronder Cordaid heeft gewerkt. "Hulporganisaties moeten meer bedrijfsmatig gaan werken. De Europese Unie heeft daarom geld beschikbaar gesteld voor het project Speedkits waarin de Mobiele Fabriek en nog veertien andere organisaties waaronder het Rode Kruis en Artsen Zonder Grenzen deelnemen. Zij gaan een plan opstellen om voortaan na een ramp vlugger met structurele oplossingen te komen, zodat de slachtoffers sneller in een menswaardig onderkomen kunnen leven."

Als alles naar wens gaat, zullen daarom van de zomer in de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince als proef 30 noodwoningen van de Q-bricks verrijzen op een stuk grond dat wordt beschikbaar gesteld door de Belgische consul honoraire. Nieuwe bewoners gaan daar puin ruimen en hun eigen huizen bouwen. Met het geld dat zij daarmee verdienen en eventueel een aanvullend microkrediet kunnen zij de T-shelter van 2000 dollar betalen. Theoretisch zouden zij die noodwoning in een dag kunnen bouwen, schatten Steijn en zijn medewerkers. "Maar in de praktijk zullen we ongetwijfeld tegen de nodige obstakels aanlopen. Daarvan hopen we te leren voor volgende rampen."

De inspiratie om te bouwen met Lego komt voor de 73-jarige Steijn niet voort uit jeugdsentiment. "In mijn jeugd bestond er nog geen Lego. Maar ik heb het wel veel met mijn kinderen gespeeld. Ik heb lang in de communicatie gewerkt en op een gegeven moment voor ingenieursbureau DHV onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de bouwsector te verduurzamen. Zo kwam ik in aanraking met Hennes de Ridder, hoogleraar integraal ontwerpen aan de TU Delft. In zijn boek 'Legolisering van de bouw' pleit hij er onder andere voor dat de bouw meer gebruik gaat maken van standaard constructie-elementen. Dit zou de sector efficiënter en zuiniger maken. Dit idee gecombineerd met het gegeven dat bouwpuin nog nauwelijks op een hoogwaardige manier wordt gerecycled bracht mij op mijn stapelbare stenen."

In het lab van betonrecyclingbedrijf Jansen, een van de samenwerkingspartners van Steijn, liggen wat Q-bricks prototypes die net uit de mal komen. De ronde contactgaten op de stenen van 40 cm bij 20 cm bij 20 cm zijn er niet helemaal heel uitgekomen, maar Steijn is tevreden. "Kwestie van de mal iets aanpassen. In die mallen gieten we straks het in de Mobiele Fabriek geplette puin. Met chemicaliën maken we er vloeibaar beton van. De energie die nodig is voor het produceren van de legobouwstenen komt onder andere van zonnepanelen op het dak van de zeecontainers."

Al met al is het recyclen van beton geen ingewikkeld proces en bouwstenen van hergebruikt puin zijn even sterk als van niet-gerecyled materiaal. Toch wordt het materiaal dat vrijkomt bij de sloop van huizen en kantoren nog maar weinig gebruikt om opnieuw mee te bouwen. "98 procent van het bouwpuin wordt in Nederland hergebruikt, maar voornamelijk als fundering van wegen. Dat is al meer dan er in landen om ons heen gebeurt, toch zou het beter zijn als er van dat puin nieuw beton en cement wordt gemaakt."

Veel brandstof

Voor de productie van beton en cement zijn namelijk niet alleen grote hoeveelheden zand, grind en mortel nodig, het is ook een belangrijke bron van CO2-uitstoot. Voor het vervoer van die grondstoffen en het stoken van de cementovens is veel brandstof nodig. Steijn: "Wereldwijd zorgt alleen al de productie van cement, het hoofdbestanddeel van beton, voor circa tien procent van de CO2-uitstoot. In Nederland lag de uitstoot van de betonketen in 2010 op circa 1,6 procent. De cementindustrie doet nogal badinerend over dat percentage maar het is wel vergelijkbaar met het aantal jaarlijkse vliegbewegingen boven Nederland."

Architecten en andere creatieve geesten in de bouwsector krijgen volgens Steijn steeds meer oog voor het hergebruik van materialen, maar de beton- en cementindustrie blijft nog erg in het oude denkpatroon hangen. "Een tijd geleden was ik bij een seminar van Strukton. Daar hield ook iemand van Cement & Beton Centrum, een koepelorganisatie, een presentatie. Daarbij toonde hij een plaatje van de Mont Blanc. Mochten de grondstoffen voor beton opraken, dan zou die berg genoeg grondstoffen opleveren om 100 jaar vooruit te kunnen. Nou, bij de volgende slide was de Mont Blanc weg."

Hoewel hij voor zijn Mobiele Fabriek ook mogelijkheden in Nederland ziet, richt Steijn zijn pijlen voorlopig op arme landen en wederopbouwgebieden. "Gaza, Syrië, of sloppenwijken in Kenia en India. De lijst met landen waar behoefte aan noodwoningen is, is groot. Na een ramp willen mensen puin ruimen en opnieuw beginnen, een eigen huis hoort daarbij."

Gerard Steijn, de drijvende kracht achter de Mobiele Fabriek, die van puin huisjes van beton maakt, onder andere bedoeld voor de slachtoffers van de aardbeving op Haïti.

Smart Crusher

Er zijn meer duurzame ondernemers die aan de poorten van de conservatieve bouwwereld rammelen. In november vorig jaar was bouwconsultant Koos Schenk met zijn Smart Crusher een van de winnaars van de ASN Wereldprijs. Met dit apparaat kunnen het zand, grind en cement in bouwpuin van elkaar worden gescheiden en weer worden hergebruikt voor nieuw beton en cement. Schenk: "Hiermee is het mogelijk om de cementindustrie te verduurzamen. Iedereen woont of werkt in een gebouw dat van beton is gemaakt, maar bijna niemand weet dat bij de productie van beton en cement net zoveel broeikasgassen vrijkomen als in al het wereldwijde transport."

Ook een prefab-huis staat niet meteen

Van zelfbouw iglo's van glasvezel tot complete huizenpakketten van Ikea, behalve Gerard Steijn met zijn Mobiele Fabriek zijn er nog tal van andere ontwerpers en ondernemers die zich op een menswaardiger alternatief voor de plastic tent hebben gestort. Maar als wederopbouw zoveel sneller kan, waarom staan die tentenkampen er dan nog vaak zo lang?

"Het is heel interessant dat mensen met dit soort oplossingen komen, alleen de werkelijkheid is vaak taai", zegt hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw Thea Hilhorst van de Wageningen Universiteit. Vaak zijn er nog de nodige bureaucratische hordes rondom landrechten, voordat er nieuwe huizen in een rampgebied gebouwd kunnen worden, legt zij uit. "Als land verloren is gegaan moeten mensen een nieuwe plek krijgen. In stedelijke gebieden kan het zijn dat de slachtoffers daar illegaal in hutjes woonden en dan valt er eerst nog het nodige te regelen, voordat er herbouwd mag worden. Na orkaan Haiyan op de Filippijnen speelt bijvoorbeeld dat de overheid niet wil dat er nieuwe huizen komen langs de kustlijn en moet er dus nieuw land worden veilig gesteld."

Ook zijn prefab-huizen vaak duur. Veel hulporganisaties kiezen liever voor lokale materialen en lokale mensen om de plaatselijke economie te stimuleren. Zo voorkomen ze ook afgunst bij mensen die geen nieuwe woning krijgen. Hilhorst: "De bouwstenen van de Mobiele Fabriek worden van puin gemaakt dat ter plekke aanwezig is, maar hoe zit het met de palen en het dak, zijn die materialen ook lokaal voorradig?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden