Een leerling neemt wraak

Dezsö Kosztolányi excelleert in portret van geplaagde leraar

"Kosztolányi lezen is als kijken naar Messi bij het voetballen", stelde onlangs de Hongaarse auteur Péter Esterházy in een interview met de Duitse krant Die Welt. Dat is geen slechte vergelijking. Net als de kleine Argentijnse balartiest is Kosztolányi elegant en trefzeker, speels en bij vlagen onnavolgbaar, een genot om te lezen respectievelijk om naar te kijken.

Dat de Hongaar Dezsö Kosztolányi (1885-1936) tot de grootste Midden-Europese schrijvers van zijn tijd behoort - vergelijkbaar met Joseph Roth, Italo Svevo of Arthur Schnitzler -is inmiddels ook in Nederland bekend. Zijn eerder vertaalde meesterwerken 'Anna' en 'Leeuwerik', de historische roman 'Nero' en de beide verhalenbundels over 'Kornél Esti' kregen terecht veel lezers gehaald. Nu wordt de reeks afgesloten met Kosztolányi's lijvigste roman 'De gouden vlieger' uit 1925.

Op de middelbare school van het fictieve Hongaarse provinciestadje Sárszeg doceert Antal Novák wis-en natuurkunde. De 44-jarige pedagoog, al twintig jaar in dienst, geldt als een serieuze en plichtsgetrouwe man; hij is streng maar vriendelijk en houdt er verhoudingsgewijs vooruitstrevende principes op na. Enkel met zijn probleemleerling Vili Liszner botert het niet helemaal, zeker nadat hij deze voor 'brutale vlerk' en 'lapzwans' heeft uitgemaakt. Als hij Liszner even later laat zakken voor het eindexamen, zint de jongen op wraak.

Op een late zomeravond trommelt Vili Liszner een handlanger op en takelt zijn leraar flink toe met bullenpees en knuppelstok. Hoewel Novák ernstig getraumatiseerd raakt, weigert hij naar de politie te gaan of zelfs maar een arts op te zoeken. Hij zoekt de schuld van de overval eerder bij zichzelf, bij zijn te harde veroordeling van Liszner. Pas na enkele weken besluit hij hulp in te roepen - maar dan is het te laat. Een plaatselijk roddelblad bericht over over de affaire.

Kosztolányi weet de langzame aftakeling van de leraar - die gepaard gaat met nachtmerries, waanvoorstellingen en toenemend isolement - grandioos voelbaar te maken. Aanvankelijk wijst nauwelijks iets op de tragische afloop. Novák, al zes jaar weduwnaar, leidt een doorsneebestaan. Hooguit baart de levenswandel van zijn tamelijk eenzelvige puberdochter hem enige zorgen. Op een dag komt het tussen beiden tot een scène; de meestal beheerste en tactvolle Novák verliest even de controle en geeft zijn dochter een klap in het gezicht. De volgende ochtend, de leraar is nog enigszins geagiteerd (heeft al spijt van zijn daad), komt het op school tot de uitval naar Vili Liszner, die het begin van het einde inluidt.

De weinig begaafde kruidenierszoon Vili wordt gepresenteerd als een regelrechte buitenstaander op het gymnasium ('een balling in dit gezelschap'). Hij ontleent zijn identiteit vooral aan prestaties als atleet. Gaandeweg krijg je als lezer bijna medelijden met deze verschoppeling. Na de overval op Novák wordt hij gekweld door schuldgevoelens, net als zijn leraar lijdt hij onder slapeloosheid. Bijna komt het zelfs tot een verzoening tussen beiden, die vooral door Novák wordt gezocht. Maar op de beslissende momenten voelen ze elkaar niet aan, schamen ze zich of speelt het toeval een rol. "Het leven was een aaneenschakeling van misverstanden", luidt het ergens.

Novák en Vili Liszner zijn de belangrijkste personages van 'De gouden vlieger'. Maar ook enkele bijfiguren trekken de aandacht en blijven je moeiteloos bij. Dat geldt bijvoorbeeld voor de hardvochtige leraar klassieke talen Ferenc Foris, die in een schitterend ironisch hoofdstuk wordt geportretteerd, of voor de zelfbewust-opschepperige advocaat Dezsö Ebeczky, die door Novák na een lange aanloop met opvallend veel plichtplegingen om juridische bijstand wordt verzocht.

De twee slothoofdstukken, die zo'n tien jaar later spelen, leggen een weemoedig floers over de handeling. Enkele betrokkenen blikken terug op hun jeugd en de bijna al weer vergeten affaire omtrent Novák. Hier komt ook het titelmotief van de gouden vlieger terug, dat al in de opening werd gepresenteerd. De vlieger staat symbool voor vergankelijkheid: "Zo'n ding is van papier. Eén zomer, twee zomers dan is het gebeurd. Een vlieger gaat snel kapot."

Aparte vermelding verdient vertaalster Mari Alföldy, die het elegante maar nergens gekunstelde en overal meeslepende proza van Kosztolányi bijzonder knap heeft vernederlandst. Daarvoor zijn we haar veel dank verschuldigd.

Dezsö Kosztolányi: De gouden vlieger. Uit het Hongaars vertaald door Mari Alföldy. Van Gennep, Amsterdam; 360 blz. euro 19,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden