column

Een leerling als Rens zal ik nooit in de klas hebben

Bart Ongering Beeld Maartje Geels
Bart OngeringBeeld Maartje Geels

Het is een koude, winderige lentedag in mei. We hebben afgesproken in De Negen Straatjes. Ik loop het Amsterdamse café binnen en zie Tim samen met zijn broer zitten. 

Ik groet Tim met een hand, Rens geeft me een boks. Ik vraag hun hoe het met ze gaat.

'Weet u nog dat ik in de klas kwam?' vraagt Rens, zonder antwoord op mijn vraag te geven.

'Dat zal ik van mijn leven niet vergeten', antwoord ik. Hetzelfde enthousiasme als toen vult zijn blik.

Een paar schooljaren terug zat Tim in mijn klas. Op een dag vertelt hij me dat hij niets liever wil dan zijn broertje zijn middelbare school laten zien. Even twijfel ik, maar de trots in zijn toon doet me toestemmen.

Een beer en een flesje bellenblaas

Vier dagen later duwt Tim zijn broertje mijn lokaal in, over een drempel die eigenlijk te hoog is voor een rolstoel. Even neem ik de tijd om naar Rens te kijken en ik zie mijn klas hetzelfde doen. Daar zit hij, een zichtbaar gelukkige jongen met een beer op zijn schoot en een flesje bellenblaas in zijn hand.

Trots stelt Rens zich voor aan de klas, waarna mijn leerlingen om beurten hun naam noemen. Voorzichtig klinken de eerste vragen. Waarom hij niet gewoon op een normale school zit en of hij verliefd wordt op kinderen die net als hij in een rolstoel zitten. Ik zie dat hij antwoorden probeert te vormen, maar in plaats daarvan verschijnt er een glimlach rond zijn lippen.

Rens geniet. De klas en zijn beer genieten met hem mee. Rens, een veertienjarige jongen die de wereld beleeft als een jongen van vijf, die met kinderlijk enthousiasme naar het leven kijkt.

Beperkingen

Het zijn niet de kinderen, maar ons openbaar onderwijs dat zijn beperkingen heeft. Het zijn leerlingen zoals Rens die ik nooit in mijn lokaal zal hebben, zelfs al was de drempel wat minder hoog geweest.

'Weet u al dat mijn broer zijn diploma heeft gehaald?', vraagt Rens.

Ik knipper met mijn ogen, bang dat ik niet iets te lang in gedachten was. Pas dan zie ik op zijn schoot nog dezelfde beer, met een kraaloog minder.

Een klein uurtje en vooral veel trotse verhalen later helpt Tim zijn broer in zijn jas. Samen lopen we naar buiten. Ik spot een flesje bellenblaas in zijn jaszak.

'Houd je nog steeds zo van bellenblazen?', vraag ik.

'Ik blaas de grootste bellen van de wereld.'

Rens likt zijn wijsvinger en houdt hem in de lucht zo hoog als hij kan en even lijkt het windstil in de Huidenstraat. Rens haalt diep adem en blaast door het oog van het stokje. Met ons drieën kijken we naar de bellen vol kleur die hij uit zijn flesje haalt.

'Alles is zo mooi.'

En zijn beer geniet met hem mee.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden