Eén leerkracht op honderd leerlingen

Veel vraag naar onderwijs in Zuid-Soedan, maar groot gebrek aan leerkrachten en lokalen

REPORTAGE | ILONA EVELEENS | LEER

Simon Tock is bekaf. Hij ploft neer op de betonnen veranda van het schoolgebouw in Leer en kijkt de kinderen na die het schoolplein afrennen. "Het vreet energie om zo'n honderd kinderen bij de les te houden", verzucht de leraar. "Ze komen als droge sponsjes binnen en gaan zes uur later volgezogen naar huis."

Zijn school in centraal Zuid-Soedan zit net zo boordevol als de andere scholen in de rest van de toekomstige nieuwe staat. Gemiddeld is er één leerkracht op honderd kinderen. De honger naar onderwijs is onverzadigbaar.

Zo'n 85 procent van de Zuid-Soedanezen kan lezen noch schrijven. De decennia durende oorlog tegen Noord-Soedan verhinderde kinderen onderwijs te volgen. In plaats daarvan werden ze soldaat of vluchtten ze naar het buitenland.

Sinds het vredesakkoord van 2005 gaan vier keer zoveel kinderen naar de basisschool als voorheen. Maar nog altijd behoort het aantal inschrijvingen voor onderwijs tot het laagste ter wereld. Sommige culturen in Zuid-Soedan weerhouden kinderen ervan om naar school te gaan. Bovendien is er een groot gebrek aan lokalen en onderwijskrachten.

Slechts de helft van de ingeschreven kinderen komt verder dan de vijfde klas van de basisschool. "Voornaamste reden is dat kinderen na verloop van tijd toch klusjes gaan doen om bij te dragen aan de schrale huishoudpot van de familie", legt leraar Tock uit.

De kwaliteit van het onderwijs laat volgens hem ook nog veel te wensen over. Hijzelf is ongetraind en kreeg de baan omdat hij de middelbare school in een Keniaans vluchtelingenkamp afmaakte. "Pas sinds vorig jaar volg ik tijdens mijn vakanties cursussen, om te leren hoe ik les moet geven." Evengoed is hij een van de beter opgeleide leerkrachten op zijn school. De meeste collega's hebben niet meer dan acht jaar basisschool.

Les wordt gegeven in het Engels, de nieuwe officiële taal van de staat Zuid-Soedan, die morgen onafhankelijk wordt. De meeste Zuid-Soedanezen die achterbleven tijdens de oorlogsjaren spreken alleen hun stamtaal en Arabisch.

De eersteklassers beheersen vaak geen woord Engels. Leraren moeten vaak de plaatselijke stamtaal inzetten om kennis over te dragen.

Simon Tock staat op en begroet een dozijn mannen en enkele vrouwen. Zij krijgen volwassenenonderwijs van hem. Een van hen is Mary Machar. "Ik heb ooit in een Oegandees vluchtelingenkamp vier jaar basisonderwijs gedaan. Ik wil meer. Daarna hoop ik een baan te krijgen bij een van de buitenlandse ontwikkelingsorganisaties."

De lokalen van een andere basisschool aan de rand van Leer zijn leeg. Wel hangen er schoolborden. Geld voor tafels en banken is er niet. De kinderen moeten hun eigen stoel meenemen als ze geriefelijker willen zitten. De meesten zitten gewoon op de grond.

Het merendeel van de scholieren is jongen. Twee meisjes op elke acht jongens. "De meisjes willen wel, maar ouders zien het nut niet in van onderwijs voor hun dochters", vertelt hoofdonderwijzer Deng Khir. "Een lerares zou hen misschien kunnen overtuigen. Maar het is ons tot op heden niet eens gelukt een vrouwelijke collega te vinden."

De leerlingen van de achtste klas, die later dit jaar examen moeten doen, krijgen een extra les. Deng Khir legt ze uit wat onafhankelijkheid voor de mensen van Zuid-Soedan gaat betekenen. "We zijn dan af van de Arabieren in het noorden. Van ons zal het succes of het falen van het land afhangen. Wat zal jullie inbreng zijn?"

Een jongen wil piloot worden bij de toekomstige nationale luchtvaartmaatschappij. Een ander wil het onderwijs in. Het enige meisje in de klas zegt zonder een spoor van twijfel: "Ik wil president worden van Zuid-Soedan."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden