Een 'landverrader'

De donkere dagen voor kerst zijn gelukkig weer voorbij, want dit keer vond ik ze wel érg somber. Wat in de kerstweek een voorzichtige verzoening had kunnen worden, werden door het parlement verscherpte tegenstellingen. Waar de een voor de media de verwachting uitspreekt dat 'landverrader' Jan Princen tijdens zijn bezoek aan Nederland van kant zal worden gemaakt, stelt een ander voor het Dreesplantsoen om te dopen in Princenplantsoen.

Achter de emoties van de jongste affaire-Princen schuilt een verandering in denken over individualiteit en verantwoordelijkheid. Princen maakte, uit principe of omdat hij van nature in de contramine is of beide, drie keer een keuze die inging tegen de wereld om hem heen. Waar de meerderheid zich feitelijk schikte in de nazi-bezetting, probeerde de 17-jarige Princen in 1943 naar Engeland te komen om van daaruit tegen de nazi's te vechten. Zijn poging mislukte en hij werd in Duitsland tot anderhalf jaar veroordeeld. Na de oorlog onttrok hij zich aan de militaire dienst omdat hij niet naar Indonesië gestuurd wilde worden. Toen hij later werd opgepakt en alsnog gedwongen naar het strijdtoneel gestuurd, deserteerde hij en ging aan de andere, de zijns inziens goede kant meevechten.

Vervolgens organiseerde hij, inmiddels Indonesisch staatsburger geworden, protest tegen schending van mensenrechten door Soekarno en Soeharto, daarmee indirect ook de officiële Nederlandse politiek kritiserend zoals anderhalf jaar geleden nog bleek toen minister Pronk in het Nederlandse parlement gekielhaald werd omdat hij wat te kritisch over Soeharto zou zijn geweest.

Hoewel de drie gevallen niet helemaal te vergelijken zijn, hebben ze gemeen dat wat Nederland betreft de meerderheid van standpunt is veranderd, openlijk danwel zwijgend. Dat is ook het onherstelbare voor de oud-Indië-soldaten: men beseft dat de omgeving al lang vindt dat die oorlog niet gevoerd had horen te worden. Dat zou nu eens openlijk besproken moeten kunnen worden. Het zwijgen daar over maakt het 'medelijden' bij de parlementaire meerderheid met de oud-Indië-soldaten zo ongeloofwaardig. Hoe groter hun opwinding over het visum voor Princen, hoe ergerlijker hun hypocrisie.

Sommigen voeren aan dat Princen na zijn desertie niet tegen zijn ex-kameraden had mogen gaan strijden. Misschien heeft hij wel Nederlanders gedood, wordt gesteld. Vastgesteld is dit nooit, en als het al is gebeurd, vind ik het het minst relevante element in het verhaal-Princen. Is een door Princen gedode Nederlander erger dan een door Nederlanders gedode TNI-soldaat? (De burgers, die met name onder leiding van de oorlogsmisdadiger Westerling zijn omgebracht, laat ik maar even buiten beschouwing.) Beide partijen vochten, vonden ze, voor een goede zaak en beiden meenden dat daarvoor geweld gerechtvaardigd was. Relevant is niet de huidskleur van een slachtoffer, maar welke zaak de beste was - allebei kan niet - en of zoveel geweld gerechtvaardigd was.

Maar niet alleen de mening over de oorlog van Nederland tegen de Indonesische republiek is omgegaan. Er zijn sinds de jaren vijftig ook enkele waarden omgegaan. Waar toen gehoorzaamheid een centrale waarde was, is dat nu mondigheid. Plichtsbesef is als het ware vervangen door eigen verantwoordelijkheid. Trouw ruimde plaats voor wederzijdse overeenstemming, bevel voor onderhandeling. Tegen de oude vier waarden in dit overzicht heeft Princen gezondigd, maar volgens de actuele vier is hij eerder een voorbeeldig staatsburger.

Dat voorbeeldige schuilt ook daarin dat hij niet koos voor het eigenbelang maar voor de gemeenschap. Als calculerend burger zou Princen zich onder de Duitse bezetting koest hebben gehouden, zich in de oorlog tegen Indonesië hebben gedrukt waar dat kon, en zou hij op zijn oorlogsroem in Indonesië een mooie carrière hebben gebouwd.

Nee, hij lijkt meer op het ideaaltype van de burger in de 'verantwoordelijke samenleving' naar CDA-concept. Zijn keuzes werden gekenmerkt door de gemeenschapszin waaraan Heerma enkele weken geleden zo'n voortreffelijke rede wijdde, als reactie op Bolkesteins lofzang in Brugge op de overwinning van het liberalisme. Vreemd is het dan wel dat beide politieke leiders hun verheerlijkte beginselen twee weken later door hun paladijnen in de Kamer laten verkrachten: Weisglas de vrijheid van meningsuiting en De Hoop Scheffer de persoonlijke verantwoordelijkheid en de gemeenschapszin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden