EEN LAND VAN ZITTENBLIJVERS

Vraag een willekeurige Belg wat in zijn of haar land ten goede veranderd is sinds een jaar geleden de affaire-Dutroux losbarstte, en het antwoord is: 'Niets'. Politicologen, sociologen en andere min of meer erkende deskundigen stellen vast dat het volk 'ontgoocheld en verbitterd' is.

Dit weekeinde is het een jaar geleden dat in een obscuur Waals dorp de lijkjes werden gevonden van twee minderjarigen, Julie en Melissa, slachtoffers van meervoudig kinderverkrachter Marc Dutroux en enkele trawanten. Enkele dagen eerder konden twee meisjes, Sabine en Laetitia, levend bevrijd worden uit een kelder in een grauwe voorstad van Charleroi. Ook zij waren ontvoerd en misbruikt door Dutroux en de zijnen.

De volkswoede was enorm. Rechtstreeks van de camping reden Belgen naar de plaats waar Julie en Melissa waren opgegraven. Luid klonk de roep om de doodstraf voor 'dat monster', de werkloze elektricien Dutroux. In september werden nog twee slachtoffers gevonden van wat in de Belgische pers al snel de 'pedofilie-bende' heette. Het waren An en Eefje uit Hasselt.

In oktober vond een even waardig als massaal protest plaats. Meer dan 300 000 mensen, veelal gekleed in het wit, trokken zwijgend door de straten van Brussel. Het was vooral een demonstratie tegen het gedwongen vertrek van onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte, die twee meisjes levend had bevrijd. De man, bijgenaamd 'de witte ridder', die samen met procureur des konings Michel Bourlet vanuit Neufchateau het onderzoek naar vermiste en vermoorde kinderen leidde, had de euvele daad begaan een bord spaghetti te eten in het bijzijn van Sabine en Laetitia. Daarmee had hij zich 'partijdig' getoond, oordeelde het Hof van Cassatie, de hoogste rechterlijke instantie van het land.

Opnieuw stak de volkswoede de kop op. Het Brusselse Paleis van Justitie zou bestormd zijn door een woedende menigte, ware het niet dat Nabela Ben Aïssa, zus van het vermiste Marokkaanse meisje Loubna, per megafoon tot kalmte maande. Begin dit jaar werd Loubna dood teruggevonden. Ze was niet het slachtoffer van de 'bende-Dutroux', maar van een Brusselse pompbediende.

Dramatische feiten, waarop politiek België wel móest reageren. Er kwam een parlementaire onderzoekscommissie, die ongelooflijke blunders bij politie en justitie aan het licht bracht. Het werk van de commissie werd alom geprezen, maar de voorzitter, de Vlaamse liberaal Marc Verwilghen, is een teleurgesteld man. “Een jaar later is er bitter weinig gerealiseerd”, zei hij deze week in dagblad De Standaard. En tegen De Morgen: “De beloofde hervormingen blijven te lang uit. De regering weigert pertinent om de conclusies van het rapport-Dutroux uit te voeren.”

En de zwaarste klus moet nog worden opgeknapt: de commissie-Verwilghen gaat dit najaar onderzoeken of Dutroux c.s. 'van hogerhand' bescherming genoten. De aandacht gaat vooral uit naar de 'lange arm' van de louche Brusselse zakenman Michel Nihoul, een van Dutroux' kompanen.

Nihoul zit in de cel; niet wegens zijn vermeende aandeel in de ontvoerings-, zeden- en moordzaak, maar in verband met fraude. Dutroux zit ook in de cel, maar een proces kan nog maanden op zich laten wachten. Een ander 'bendelid', een man van Griekse afkomst, moest onlangs bij gebrek aan bewijslast op vrije voeten worden gesteld. Er waren nog meer tegenslagen voor de speurders van Neufchateau. Eerder dit jaar gaven zij het graafwerk bij een oude mijn in Jumet op, nadat maandenlang spitten, op instigatie van gedetineerde pedoseksuelen, niets opleverde. Ook onder de mensen van procureur Bourlet moet de frustratie groot zijn.

Is er dan helemaal niets positiefs te melden, een jaar later? “Er staat veel in de steigers”, zegt voorzitter Marc Verwilghen van de parlementaire commissie, met een sprankje hoop. Zo komt er een centrum voor vermiste kinderen, dat de politie gaat assisteren. Het gekrakeel daarover belooft echter weinig goeds. Het centrum zou worden opgezet met steun van de ouders van vermiste en vermoorde kinderen. Maar in juni besloot de regering een onbekende aristocraat tot voorzitter te benoemen, een man die zich in interviews laatdunkend uitliet over de bemoeizucht van de ouders. Die keerden zich walgend af. Ze voelden zich bedrogen door premier Jean-Luc Dehaene, die na de befaamde Witte Mars in Brussel had beloofd dat het 'hun' centrum zou worden.

Dehaene, die overigens in geen velden of wegen te vinden was toen de affaire-Dutroux losbarstte, deed wel meer uitspraken die hij niet kon waarmaken. Zo pleitte hij, op de dag dat de Marokkaanse Loubna de laatste eer werd bewezen, voor een discussie over stemrecht voor migranten - sinds jaar en dag een delicaat onderwerp in België. Binnen een week was de beoogde discussie gesmoord in politiek gezeur, waaruit slechts één conclusie getrokken kon worden: dat stemrecht komt er nog lang niet. Het ultra-rechtse Vlaams Blok zou er eens garen bij kunnen spinnen...

Niet alleen politieke angsthazerij, ook pure obstructie in kringen van politie en justitie staat veranderingen in de weg. Hoezeer ook het falen van politiemensen en magistraten werd blootgelegd door de parlementaire onderzoekscommissie, hervormingen van betekenis zijn niet in zicht.

Een van de meest bekritiseerde figuren, de hoofdstedelijke procureur des konings Benoit Dejemeppe, suggereerde dat hij wel met een bescheiden degradatie genoegen kon nemen, maar besloot dezer dagen gewoon te blijven zitten. Alsof de commissie-Dutroux niet unaniem had vastgesteld dat de man, gezien het lakse onderzoek naar de verdwijning van Loubna, niet in staat is het Brusselse parket te leiden.

“Zo krijg je een land van zittenblijvers”, verzuchtte parlementair onderzoeker Verwilghen. Hij doelde niet alleen op de topmagistraat, maar ook op de vorige minister van justitie, Melchior Wathelet. Al in de eerste dagen na het uitbreken van de affaire-Dutroux was de Waalse christen-democraat voor velen de zondebok. Had hij immers, begin jaren negentig, niet de gedetineerde Dutroux vervroegd op vrije voeten gesteld, waardoor 'het monster' zich opnieuw kon vergrijpen aan minderjarigen?

Wathelet zetelt als rechter in het Europese hof van justitie te Luxemburg. Dit jaar besloot de regering-Dehaene 's mans benoeming te verlengen. Het was een van de momenten waarop Verwilghen overwoog het bijltje erbij neer te gooien als voorzitter van de commissie-Dutroux.

De herbenoeming van Wathelet is een onvervalst staaltje 'oude politiek', in een tijd dat politici de mond vol hebben van een Nieuwe Politieke Cultuur. Het moest maar eens uit zijn met politieke benoemingen, dienstbetoon (politici die burgers aan een baan of een vergunning helpen) en andere zaken, die van België een 'bananenmonarchie' hebben gemaakt, zoals een politicoloog in deze krant zei. De eerste grote stappen op weg naar een 'andere politiek' moeten echter nog gezet worden. België ís een land van zittenblijvers: politici houden nog steeds in cafés hun 'zitdagen', waarop zij de burger proberen te plezieren, uiteraard in de hoop op zijn stem bij de volgende verkiezingen.

En dan de politie. Dat de diverse politiediensten die het land rijk is in het onderzoek naar vermiste minderjarigen niet alleen faalden maar elkaar zelfs tegenwerkten, is onomstotelijk gebleken tijdens het parlementaire onderzoek. De ene dienst hield informatie achter voor de andere; politiemensen verwaardigden zich niet justitie te informeren over de stand van hun onderzoek, enzovoorts.

De voor de hand liggende conclusie: er moet iets grondig veranderen binnen het politie-apparaat. Er ligt in de Wetstraat, het politieke centrum van Brussel, sinds kort een plan op tafel om twee politiediensten te vormen (nu beschikt België over de rijkswacht, gemeentelijke politiediensten en de gerechtelijke politie). Premier Dehaene denkt aan een nieuw stelsel, gevormd door federale en lokale politie. Maar politiemensen en hun vakbondsleiders, burgemeesters en wie-al-niet-meer staan klaar om het plan te torpederen. De politieke strijd breekt dit najaar uit; de uitkomst in ongewis.

Voorzitter Verwilghen van de commissie-Dutroux is daarover somber gestemd. Hij gelooft niet dat de zaak rond is vóór 20 oktober 1997, precies een jaar na de Witte Mars. Evenmin als andere beloofde maatregelen voor die tijd hun beslag krijgen. En hoe zal de bevolking dan reageren? Met een tweede Witte Mars, die een minder vreedzaam verloop zal hebben dan de eerste? Of zien de Belgen het nut van een demonstratie niet meer in? De krant La Dernière Heure publiceerde deze week de resultaten van een enquête, waaruit bleek dat slechts tien procent van de bevolking nog heil ziet in een Witte Mars.

De burger moet geduld hebben, betoogde politicoloog Luc Huyse, geconfronteerd met de uitkomsten van de enquête. Blijkens datzelfde onderzoek heeft zo'n zeventig procent van de Belgen er geen vertrouwen in dat de nodige hervormingen bij justitie doorgevoerd zijn of zullen worden. Luc Huyse in de krant De Morgen: “De laatste vijftien jaar is justitie verwaarloosd. De burger mag niet verwachten dat justitie in tien maanden tijd gesaneerd kan worden. Een huis dat twintig jaar staat te verkrotten, kun je in enkele weken tijd niet bewoonbaar maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden