Een lamp die schimmels doodt en planten spaart

Ook in tijden van crisis is er innovatie. Grote bedrijven trekken de aandacht in het topsectorenbeleid en in allerlei ranglijstjes. Kleine bedrijven gaan hun gang en vernieuwen in relatieve stilte. Vandaag: licht dat gewassen beschermt.

In de Amazone, op bezoek bij een kwekerij van eucalyptusbomen kwam Arne Aiking op het idee. 's Ochtends draafden dertig huisvrouwen op om de potten met bomen uit de plastic kas te halen en buiten te zetten. 's Avonds deden diezelfde vrouwen dat in omgekeerde richting. De reden: de Braziliaanse kweker had geen geld voor dure buitenlandse bestrijdingsmiddelen. Direct zonlicht was nodig om ziektes te bestrijden.

Dat moet gemakkelijker kunnen, dacht Aiking. Hij bedacht een technologie die schimmels en ziektes op planten doodt. Inmiddels gebruiken 2000 tuinders in twintig landen de methode van Aikings bedrijf Clean Light, dat vijf werknemers telt.

Het idee op zichzelf is niet revolutionair: een lamp op planten zetten in plaats van de zon. De kunst was om de lamp zo te ontwikkelen dat het licht heel precies gedoseerd kan worden. Zodanig dat het de planten niet beschadigt, de biologische bestrijders van ziektes heel laat en niet schadelijk is voor werknemers die een paar meter verder bezig zijn. Het is gelukt zo'n lamp te maken, de vinding is gepatenteerd.

Juist de eenvoud ervan maakte het in het begin niet gemakkelijk de technologie erkend te krijgen. Hoewel Aiking met resultaten van wetenschappelijke proeven kon zwaaien, reageerden tuinders terughoudend. "Ik heb nu toch iets fantastisch, zei ik. Maar, vroegen de tuinders dan, als het zo geweldig is, waarom gebruikt nog niemand het? Dat de universiteit het bewezen heeft, daar heeft een ondernemer geen boodschap aan. Die wil weten of de buurman het gebruikt."

In dat stadium, ook wel de 'vallei des doods' genoemd, gaan veel innovaties ten onder, ziet Aiking om zich heen. Dat hem dat niet is overkomen, heeft voor een deel te maken met nood. "De eerste paar klanten waren tuinders die bij voorbeeld gepakt waren voor het spuiten met middelen die niet zijn toegelaten in Nederland. Als ze het nog één keer zouden doen, kwamen ze in de gevangenis. Als je dan langskomt, zeggen ze: probeer het maar."

Ook Theo Baars, die de kas van rozenveredelingsbedrijf Lex in Kudelstaart bestiert, was op zoek naar hulp. In de kas staan honderden nieuwe rozensoorten, wat bestrijding extra moeilijk maakt. "Ik kreeg de meeldauw maar niet onder controle zonder regelmatig te spuiten", vertelt Baars. Eerst bouwde hij een Cleanlight-lamp op een kruiwagen en reed zelf daarmee iedere dag langs een paar rozenbedden. "Dat heb ik een paar maanden gedaan. Toen zag ik dat het werkte." Inmiddels rijdt een robot met aan weerszijden twee lampen onder het gezoem van een generator tussen de rozenbedden . "Het geeft een hoop rust", constateert Baars. "We spuiten bijna niet meer, dat scheelt veel in de kosten. We kunnen gewoon werken in de kas terwijl de apparatuur zijn werk doet. En ik hoef niet steeds nieuwe biologische bestrijders te kopen."

Nood hielp Aiking, maar ook de subsidie van innovatiebureau Syntens om een prototype te kunnen bouwen. Dat was in 2005 en meteen de enige hulp die het bedrijf van de overheid heeft gekregen op het innovatiepad. Over het 'topsectorenbeleid' van de Nederlandse overheid haalt Aiking zijn schouders op. "Dat levert veel mooie rapporten op, maar helpt baanbaanbrekende innovaties niet verder. In Nederland zeggen ze: 'Innoveren doe je samen'. Maar polderen en innoveren zijn bijna tegengesteld. Uitvindingen komen van stronteigenwijze, lastige mensen met beide benen in de praktijk. Die zijn niet goed in het invullen van subsidie-aanvragen."

Toch kwam Aiking, die een groot deel van zijn leven in Noord-Amerika in de bosbouw heeft gewerkt, in Nederland terecht met zijn vinding, en niet in het 'walhalla van innovatie', de VS. De reden: de onafhankelijke wetenschap. Aiking stapte met zijn vinding binnen bij de twee grote Amerikaanse landbouwuniversiteiten. Hij werd warm welkom geheten, maar toen hij daar grote posters aan de muur zag hangen van Monsanto en Bayer, makers van bestrijdingsmiddelen, liep hij toch maar weer de deur uit. "Ging ik vertrouwelijk mijn idee ventileren, dat de marktpositie van die grote jongens aan zou kunnen tasten? Dat dacht ik niet." De trend dat ook in Nederland wetenschap en bedrijfsleven dichter tegen elkaar aan moeten schurken, ziet hij daarom met wantrouwen aan.

Wat innoveerders wel helpt is goede regelgeving, is de ervaring van Aiking. Met zijn lamp kreeg hij aanvankelijk vooral voet aan de grond in Denemarken, omdat daar de regels voor bestrijdingsmiddelen duidelijker en strenger zijn. Nu ook hier de normen strenger worden krijgt het bedrijf er meer Nederlandse klanten bij. En de crisis helpt: de kostenbewuste Nederlandse tuinders gaan nu ook op zoek naar alternatieven voor de dure middelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden