Een laaiend vuur, geen langdurig smeulend vlammetje

HAMBURG - De 'Uraufführung' van 'Hans im Glück', een nog nooit eerder opgevoerd stuk van Bertolt Brecht (1898-1956), vindt plaats in de kleine 'Tik'-zaal van het Hamburgse Thalia Theater, onder de Kunsthalle. De kleine zaal, voor een dergelijke wereldpremière? Maar misschien is het juist heel gepast, om dit jeugdwerk uit 1919, dat Brecht nimmer voltooide, in een meer 'off'-achtige keldersfeer te presenteren.

De Hamburgers zelf beleven het helemaal ontstellend nuchter: Als het geen 'Uraufführung' was geweest, had men deze première gerust als aankondiging in de rubriek petitesse kunnen onderbrengen, schrijft het Hamburger Abendblatt de volgende dag. Maar omdat het nu eenmaal wél zo is, komt het theaterpubliek deze zondagavond in groten getale opdraven om zich, nog fris en onbevangen aan het begin van het honderste geboortejaar van de grote Bert Brecht, hopelijk te laten verrassen.

Alhoewel: fris en onbevangen? 'Het Brechtjaar komt!', zo klonk het onlangs bijna onheilspellend in 'Der Spiegel'. Want afgezien van een groots opgezette tv-serie, afgezien van nieuwe uitgaven van zijn verzameld werk (Suhrkamp), van het verschijnen van een vuistdikke 'Brecht Chronik', afgezien van de nodige festiviteiten in zijn geboorteplaats Augsburg, in Berlijn, ja zelfs in het dorpje Pfüllingen waar hij verwekt is, lijkt het jubileumjaar vooral te zijn losgebarsten sinds in december de biografie 'Brecht & Co.' van de Amerikaan John Fuegi voor het eerst in Duitse vertaling verscheen. De eerste golf van verontwaardiging, die in 1994 al door Duitsland waarde toen het boek in de Verenigde Staten uitkwam, was kennelijk niet genoeg, want opnieuw worden door Brechts grafbewakers lange stukken in onder meer Der Spiegel, Die Zeit en de Frankfurter Allgemeine aan het boek gewijd, zelfs al heeft Fuegi de talrijke fouten die hem destijds werden aangewreven hersteld.

Wie denkt dat het om een inhoudelijke discussie gaat, bijvoorbeeld over de vraag hoe bruikbaar het erfgoed van Brecht nog is, of hoe we om dienen te gaan met een schrijver die zich nooit openlijk van het stalinisme heeft gedistantieerd, vergist zich. Fuegi opent in zijn boek de aanval op Brechts oeuvre door te stellen dat hij hoofdzakelijk profiteerde van de vele vrouwen in zijn leven, die hij het bed insleurde en vervolgens achter de typemachine installeerde om 'zijn' stukken te schrijven. Bertolt Brecht rookte sigaren, speelde gitaar, hield van boksen, auto's en vrouwen. Maar geschreven heeft hij, als we Fuegi moeten geloven, eigenlijk maar weinig. Het waren, naast zijn levenspartner de actrice Helene Weigel vrouwen als Elisabeth Hauptmann, Grete Steffin en Ruth Berlau die de werkelijke credits verdienen.

Het is in feite allemaal oude koek, stellen de stukkenschrijvers nogmaals. Fuegi strooit met pseudo-feiten, zijn opwinding is ingegeven door het feit dat hij niet weet waar hij het over heeft. Niemand heeft ooit ontkend dat Brecht een hele schare mensen, en inderdaad ja, vooral vrouwen om zich heen verzamelde met wie hij intensief samenwerkte. En dat hij een eigenzinnige macho was, gierig, egocentrisch, bij tijd en wijle zelfs een regelrecht zwijn, nemen de Brecht-filologen graag voor lief: zonder zijn stuwende kracht was het nooit tot dit omvangrijke en belangwekkende oeuvre gekomen.

Nu ook Fuegi zelf weer met een stuk heeft gereageerd dreigt de discussie in een partij moddergooien met feitjes en al dan niet verantwoord literair-wetenschappelijk intrumentarium te ontaarden. Des te aardiger lijkt het daarom om de aandacht te verleggen naar het Hamburgse initiatief, dat de hedendaagse 'gebruikswaarde' - een term die Brecht zelf veelvuldig hanteerde - van het oeuvre heel concreet toetst met het opvoeren van 'Hans im Glück'.

Maar natuurlijk, het kan niet anders, ook aan 'Hans im Glück' hangt een verdachte geur. Letterlijk, want het was Brecht zelf die in 1920 in zijn dagboek over het stuk noteerde: “Mislukt. Een ei, dat half stinkt”, en het vervolgens niet meer aanraakte. Moet je een stuk, door de auteur zelf verworpen, na zo een lange tijd uit de kast halen en ineens opvoeren, is de - terechte - vraag die door de meeste critici is opgeworpen.

Brecht baseerde 'Hans im Glück' op een sprookje van de gebroeders Grimm. Hoofdpersonage is de ietwat dommige boer Hans, die zonder ook maar een greintje levenslust te verliezen in de loop van deze 'kroniek van het lichterworden' al zijn bezittingen kwijtraakt. Hans ruilt achtereenvolgens - zo noteerde Brecht -: “Vrouw tegen huis - huis tegen wagen - wagen tegen carrousel - carrousel tegen vrouw - vrouw tegen gans - gans tegen vrijheid - vrijheid tegen het naakte leven - het naakte leven tegen....” In de aantekeningen van Brecht volgt hier een lege plek. Het komt erop neer dat Hans simpelweg oplost, maar nog steeds blijft stamelen, dat alles nog nooit zó móói was.

De enscenering van regisseur Christiaan Schlüter roept de sfeer op van kermistheater. Clownesk geschminkte personages bewegen zich welhaast als marionetten met grote bewegingen over het toneel, en duiken af en toe op achter een uitsnede in de achterwand van het decor: poppenkast! En het werkt ook zo: als toeschouwer zou je deze Hans, met zijn hoogwaterbroek, knalrode wangen en breedlachende mond af en toe willen toeroepen: “Nee, niet doen!”, als een kind dat Jan Klaassen voor erger wil behoeden. Het spel is helder, fris, humoristisch, de dialogen overwegend ook, hoewel het verhaal in de tweede helft af en toe lijkt weg te drijven. De avond wordt vooral gedragen door het spel van de acteur Achim Buch, die een zeer overtuigende Hans neerzet.

Het stuk, dat kort na de Eerste Wereldoorlog en vrijwel tegelijkertijd met het - wel beroemd geworden - krachtige stuk 'Baal', over de gelijknamige egoïstische veelvraat, ontstond, toont slechts de contouren van het epische theater, van de marxistische leerstukken zoals Brecht ze later zou ontwikkelen: regisseur Schlüter laat de carrouselvrouw aan het begin van het stuk als verteller optreden om personages en handeling te introduceren, halverwege wordt het stuk onderbroken voor een liedje over Brecht.

Maar veel meer heeft het, met z'n proletarische krachtpatserij (dronkemanstaal, seksuele toespelingen, een uitermate komische fellatio-scène) zijn wortels in het antiburgerlijke expressionisme van die tijd, hoewel het de vraag is of Brecht met het stuk werkelijk, zoals de recensent van de FAZ suggereert, het soort 'vroege hippie-romantiek' propageert dat in de jaren na de Eerste Wereldoorlog in hongerig Duitsland bij de jonge generatie waar ook Brecht toe behoorde opdook: dat men ook van lucht en liefde kan leven. Alsof het lot van Hans, dat geen bewuste keus is, maar vooral aan dommigheid onsproten, zo begerenswaardig is. Veel meer lijkt Brecht erop te willen wijzen dat een leven zonder duidelijk ingegeven keuzen, zonder motivering, waardeloos wordt. Hans, het kleine, onschuldige broertje van Baal, drijft stuurloos rond op de intriges van anderen, en blijft het allemaal maar prachtig vinden.

Anderzijds is het 'oplossen', het vergeten, een thema dat bij Brecht veelvuldig terugkeert: een mens moet in het hier en nu staan, niet omkijken maar zijn sporen uitwissen - 'Verwisch die Spuren' is ook de titel van een bekend Brecht-gedicht. In die zin beantwoordt het lichterworden van Hans wel weer aan Brechts levensvisie. In 'Notizen über die Zeit' schreef hij: “Ik heb er geen behoefte aan, dat er een gedachte van mij overblijft, ik wil juist, dat alles opgegegeten wordt, omgezet, opgebruikt.”

Bertolt Brecht zag kunst als een energiebron die onmiddellijk verstookt moet worden, hij wilde een laaiend vuur, geen langdurig smeulend vlammetje. In plaats van een aanspraak op de eeuwigheid ging het hem vooral om de praktische gebruikswaarde van zijn werk. In die zin verschaffen de obligate kunstjes rond het honderdste geboortejaar Brecht cynisch genoeg de museale waarde die hij zelf zo verfoeide. Maar waarschijnlijk is hij de laatste die zich om die reden in zijn graf zou omdraaien. Zo noteerde hij in 1922: “Ik ben ervan overtuigd dat de Brechthausse net zozeer op een misverstand berust als de Brechtbaisse, die erop volgen zal. Ondertussen lig ik horizontaal, rook en blijf rustig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden