Een kwestie van fatsoen

Hij is een Europeaan van het eerste uur. Max Kohnstamm ergert zich aan de bezwaren in Nederland tegen de uitbreiding van de Europese Unie waarover volgende week in Kopenhagen wordt besloten. De eenwording heeft de deelnemende landen een ongekende vrede en welvaart gebracht. Daar ligt ook de opdracht voor de toekomst.

Het is een sombere herfstochtend. De studeerkamer kijkt uit op een glooiende grashelling met natte, vrijwel kale bomen. En op de andere huizen van het gehucht Fenffe, diep in de Belgische Ardennen. Het zijn huizen van zware steen, met deels gepleisterde muren en leistenen daken. Rook kringelt uit de schoorsteen van een overbuurman omhoog.

In de studeerkamer staan de reusachtige potten met terrasgeraniums al binnen. De boerderij is een buitenhuis, Max Kohnstamm en zijn vrouw Kathleen bewonen eigenlijk een appartement in Brussel. Maar de weekeinden worden steeds langer. ,,Ik ben nog maar zo'n anderhalve dag in de week in de stad.''

De voormalige Europese topambtenaar leunt achterover in een gemakkelijke stoel. Hij wacht geregeld even voor hij antwoordt. Bij vragen leunt hij naar voren en neemt hij de interviewers van onder zijn borstelige wenkbrauwen scherp op.

,,Bush is een fundamentalist'', zegt hij aan het eind van het gesprek. Er is weinig dat Kohnstamm deze dagen meer kan verontrusten dan het optreden van de president van de Verenigde Staten. ,,Bush dreigt de wereld in een godsdienstoorlog te storten. Ik lig er 's nachts wakker van.''

Kohnstamm is 88, maar nog altijd volgt hij de buitenlandse politiek op de voet. Hij was in de jaren vijftig de eerste secretaris van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de verre voorloper van de Europese Unie. Met de grondlegger van de EGKS, de Fransman Jean Monnet, raakte hij bevriend. ,,In 1957 vroegen ze Monnet wat twintig jaar later het grootste probleem voor de Verenigde Staten zou zijn. Zijn antwoord was: te beseffen dat de VS deel uitmaken van een groter geheel. De strategie van Bush is gebaseerd op de geest van superioriteit en dominantie, op een terugkeer naar de machtspolitiek van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw.''

En dat in tegenstelling tot het proces van Europese eenheid'', zegt Kohnstamm. ,,Dat is een proces om volken en naties tot elkaar te brengen. Het is het tegenovergestelde van de negentiende-eeuwse machtsfilosofie.''

De Fransman Jean Monnet zag de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in 1952 als een eerste stap op de weg van een nieuwe aanpak: door economische samenwerking oorlog voorkomen. Monnet was de geestelijke vader van het plan van de Franse minister van buitenlandse zaken Schuman om de gehele Frans-Duitse productie van kolen en staal onder te brengen bij een Hoge Autoriteit, met bevoegdheden die tot dan toe altijd toekwamen aan de regeringen. Monnet werd de eerste voorzitter van de Hoge Autoriteit, de verre voorloper van de Europese Unie, die ook Italië en de Benelux omvatte. Kohnstamm werd secretaris en als zodanig EU-ambtenaar avant la lettre.

De Nederlander had op dat moment al een heel leven achter zich. Hij bracht een flink deel van de Tweede Wereldoorlog door in de gijzelaarskampen van Haaren en Sint-Michielsgestel. Daarvoor zat hij drie maanden in het beruchte doorgangskamp Amersfoort. In 1945 kreeg hij zijn eerste baan: particulier secretaris van koningin Wilhelmina. Nog altijd heeft hij een goede band met de koninklijke familie: hij is een van de peetvaders van de derde zoon van koningin Bea trix, prins Constantijn. Na de troonsafstand van Wilhelmina in 1948 belandde hij op Buitenlandse Zaken, waar hij hoofd van de afdeling Duitsland werd.

Kohnstamm: ,,De Koude Oorlog kwam eraan. Centraal stond het probleem: hoe houden we Duitsland bij het Westen? Nederland zat in een vicieuze cirkel: zonder wederopbouw van Duitsland geen wederopbouw van Nederland. Maar hoe kon je dat doen zonder dat ze weer bommen voor Rotterdam zouden gaan maken?''

Kohnstamm werd directeur Europese zaken en raakte betrokken bij de onderhandelingen over het plan van Schuman. Hij werd erdoor gegrepen.

,,De Europese Unie is een revolutionaire poging om in de verhouding tussen staten het machtselement terug te dringen en een rechtssysteem op te bouwen'', zegt hij vijftig jaar later. ,,Als u vraagt 'wat is het doel': het is de enige manier om met de wereld zonder rampen de toekomst in te gaan. Het is een methode om staten en volkeren in staat te stellen om in een zich radicaal veranderende wereld in vrede te leven.''

,,Kent u het verhaal van het Griekse stad staatje Melos?'', vraagt hij. Het werd rond 400 voor Christus opgetekend door de Griekse historicus Thucydides. ,,Tijdens de Peloponnesische oorlog vroegen de inwoners van Melos aan de Atheners waarom ze door hen werden overvallen, terwijl ze Athene niets hadden misdaan. Het antwoord luidde: grote staten doen wat ze willen, kleine staten ondergaan wat ze moeten ondergaan.''

,,Dat is tot op de dag van vandaag zo. Recht speelt internationaal maar een heel beperkte rol. Het wonder van de Europese Unie is dan ook dat het verschijnsel macht teruggedrongen wordt.''

Nee, erkent hij. ,,Dat besef heeft in Nederland nooit erg geleefd. Nederland heeft het altijd heel erg van de economische kant bekeken. Drees moest van de politieke kant niet al te veel hebben.''

Hij vertelt de anekdote over Drees, in 1957 op een regeringsconferentie in Parijs. Het Verdrag van Rome, dat de basis legde voor de Europese Economische Gemeenschap, de opvolger van de EGKS, leek rond, maar de Fransen stelden extra eisen. ,,De Duitse bondskanselier, Konrad Adenauer, en de Franse premier Guy Mollet liepen de tuin in voor een tête-à-tête. Drees keek ze na door het raam van het Matignon, de ambtswoning van de Franse premier. Hij zag hoe Adenauer Mollet bij de arm greep en zei: daar gaan onze goeie centen.''

Bij latere Nederlandse regeringen was dit niet anders. ,,Ik kan Lubbers en Kok niets kwalijk nemen, maar het visionaire element bij hen ontbrak. Beiden hadden geen behoefte om een duidelijke visie op Europa neer te leggen.''

En nu? Hij lacht schamper. ,,Over Europa las ik in het Strategisch Akkoord van het kabinet-Balkenende een paar regels, over de versterking van de politie bladzijden vol.''

,,We zijn natuurlijk ook heel erg afgeschermd geweest van de problemen'', zegt hij. ,,We hebben eigenlijk een sabbatical van vijftig jaar in de buitenlandse politiek gehad. Nadat we in de Koude Oorlog onze keuze hadden gemaakt, konden we nog wat ruziën over kruisraketten, maar er was niks fundamenteels in dat gesprek.''

Kohnstamm ergert zich aan de bezwaren die in Nederland nog tegen de uitbreiding van de Europese Unie naar het oosten van Europa worden gemaakt. De opstelling van de VVD, die Polen, Letland, Litouwen en Slowakije nu nog niet wil toelaten, vindt hij gênant. ,,Ja, het is navelstaren.''

Hij formuleert kortaf: ,,Of die uitbreiding nu helpt of juist belemmert, is niet interessant meer. We kunnen er gewoon niet meer omheen.''

Ook in Oost-Europa was het waarschijnlijk verstandig geweest om te beginnen met een soort van Economische Ruimte. ,,Ik vind dat al die Europese regeringsleiders op een soms onzinnige manier bezig zijn geweest, afgereisd naar al die landen en daar gezegd: 'Morgen zijn jullie lid'. Maar nu moeten we ze gewoon toelaten.'' En voor een referendum, zoals de oppositie in de Tweede Kamer heeft geopperd, is het natuurlijk helemaal te laat. ,,Dat is gewoon onfatsoenlijk. Dat Nederland tien jaar geslapen heeft, en nu opeens wakker wordt . . .''

Turkije vindt hij ,,een heel moeilijke zaak'', maar eigenlijk is de situatie daar dezelfde. ,,Ik ken alle bezwaren. Het is een land dat een volstrekt andere traditie heeft. Je brengt het Koerdische probleem in je huis. En je weet niet zeker of je een fundamentalist binnenhaalt. Is het verstandig geweest ze te vragen: nee. Maar dat hadden we in het begin moeten bedenken. Als je toen een associatieverdrag in plaats van het lidmaatschap had aangeboden, was dat een positief gebaar geweest. Nu niet meer.''

Vijftien jaar of nog langer is ze voorgehouden, dat ze erin kunnen. Ook hier: ,,Het is een kwestie van fatsoen''.

Kohnstamm pleit ervoor om de toelating van het land niet nodeloos te rekken. ,,Jarenlang onderhandelen is niet goed om gemeenschappelijke verantwoordelijkheid te leren. Touwtrekken is geen goede vooropleiding tot lid.''

Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid, daar gaat het om, zei hij onlangs nog op een symposium in Brussel. Hij sprak er over het werk van de Europese Conventie, het gezelschap van Europese politici en bestuurders dat zich onder leiding van ex-president van Frankrijk Valéry Giscard d'Estaing buigt over de toekomst van de EU.

,,Dankzij de Europese Unie, dankzij het proces dat met de EGKS begon, hebben de deelnemende staten vijftig jaar van ongekende vrede en welvaart beleefd. Kern van dit proces was de aanvaarding van institutioneel verankerde, gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.'' To structure peace, zoals Monnet, met wie hij de loop der jaren bevriend raakte, het formuleerde: om vrede vast te leggen.

Kohnstamm zag daar ook een nieuwe rol voor de EU: ,,Is het een illusie te menen dat dit proces ook elders in de wereld kan bijdragen tot oplossing van vredebedreigende problemen? En dat derhalve het bevorderen van dit proces de plaats van Europa in de wereld moet bepalen?''

In zijn studeerkamer: ,,De grootheid van Monnet was dat hij het altijd al als een wereldzaak zag. Begin in Europa: vrede. Als je het daar niet voor elkaar kunt krijgen, kun je het vergeten.''

En zo komt hij op Bush. Al bij de oude Grieken had een staat twee manieren om het gevaar dat de buren vormen, in te perken, legt hij uit. ,,Een staat kan kiezen voor machtsevenwicht of voor hegemonie. Beide systemen zijn in Europa uitgeprobeerd, en beide hebben een tijdje gewerkt maar uiteindelijk gefaald. De Europese Unie is een geslaagde poging geworden om eruit te komen met een andere structuur. Bush kiest voor hegemonie. De EU moet een stem in de wereld worden, niet als machtsblok, maar vanuit de gedachte van het organiseren van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid, om weerstand te bieden aan de ontwikkelingen in de VS en de wereld een derde-wereldoorlog te besparen.''

Kohnstamm werkte tot 1956 bij de EGKS. De rest van zijn curriculum vitae vermeldt een imposante lijst van organisaties waarin de Nederlander Europa diende. Op dit moment is hij nog senior consultant bij het

European Policy Centre, een Europese denktank in Brussel. Op hoge leeftijd staat hij journalisten nog altijd zonder aarzeling te woord. Voorlichting is belangrijk, zegt hij. ,,Dat heeft natuurlijk alles met die oorlog te maken.''

Hij kijkt naar buiten. ,,In 1947, twee jaar na de oorlog, was ik voor het eerst in Duitsland. Het was één grote puinhoop. Toen ik die Duitse kinderen met hun schooltasjes uit die puinhopen zag kruipen, begreep ik het verschil tussen de verantwoordelijkheid van een natie en persoonlijke schuld. ,,Wiedergutmachung is voor mij een Europese zaak geworden. Niemand is ongeschonden uit de oorlog gekomen. Je kunt geen zin geven aan 1940-1945, maar je kunt wel hopen dat van die ervaring iets terecht wordt gebracht.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden