Een kunstwerk mag altijd mislukken

Drie 'panelen' met een rode, vlezige massa van drie meter hoog en bijna een halve meter dik hangen vanaf vrijdag tegenover de schilderijen van Rembrandt in het Rijksmuseum. In zijn atelier in Londen vertelt de Brits-Indiase sterkunstenaar Anish Kapoor hoe de werken tot stand kwamen, en hoe Rembrandt hem inspireert.

Anish Kapoor (1954) is vooral bekend vanwege zijn grote, gepolijste, spiegelende oppervlaktes, zoals dat van de 'Cloud gate' in Chicago, waar een gigantische zilverkleurige boon de wolkenkrabbers én de toeschouwers een lachspiegel voorhoudt. Of van zijn toegankelijke installaties in grote musea, zoals in het Parijse Grand Palais in 2011, waar bezoekers zijn 'Leviathan', een enorm glimmend geraamte, van binnen konden bewandelen.

Het was dus schrikken toen Kapoors Londense galerie dit voorjaar zijn nieuwe bloederige werken voor het eerst toonde. 'Internal objects in three parts' noemt hij ze, gemaakt van siliconen gemengd met verf. Ze lijken een radicale breuk met die vroegere werken - het zijn eerder schilderijen dan sculpturen, en een enorme tegenstelling met de gladde spiegels.

Kapoors atelier staat in een achterafstraatje in het zuiden van Londen, in de wijk Camberwell. Aan de ene kant van de straat staan twee lagere scholen, aan de andere kant over de hele lengte een oude fabriek zonder enig opschrift, met om de paar meter een deur. Op de deur van het kantoor van het atelier, aan het begin van de straat, hangt geen naamplaatje, wel een poster van de Socialist Workers Party, een uiterst linkse partij, waarop wordt opgeroepen tot verzet tegen islamofobie.

Achter die deur begroet Kapoor het bezoek enthousiast. Zullen we dan meteen maar doorlopen naar de werkplaats? Kapoor is duidelijk gewend aan interviews, maar verre van verveeld. Regelmatig schalt er een welgemeende lach door de ateliers. Bescheiden is hij ook, hij vertelt tijdens de rondleiding wel drie keer dat hij zichzelf gelukkig prijst met de werkruimte en de mankracht om zijn kunst te maken.

De weg naar Rembrandt begint in de 'modelkamer', een relatief kleine hal met schaalmodellen van nog te maken projecten en andere, reeds voltooide kunstwerken. Voor Kapoor is de ervaring van de toeschouwer een essentieel onderdeel van het kunstwerk, de voltooide kunstwerken staan hier minstens zes maanden te 'rijpen'. Hij komt er regelmatig even kijken, nadenken, en zo kan het zomaar zijn dat een werk afvalt, omdat het toch niet goed werkt. Het hele maakproces, van begin tot eind, is een experiment dat zelfs in de laatste fase nog kan mislukken.

Het minimuseum maakt ook duidelijk dat Kapoor veel verschillende materialen en vormen kiest. Soms glad spiegelend, geometrisch, dan weer uit lobbige klei of plastic in organische vormen. In de aanliggende ruimte is een assistent bezig met het polijsten van een stenen, holle cirkel, een van de series waar Kapoor al jaren mee experimenteert. In het atelier werken zo'n twintig technische assistenten, elke afdeling van het complex is bestemd voor een ander materiaal. Meestal maakt Kapoor 's ochtends een ronde langs z'n mensen, voor overleg. Daarna gaat hij alleen aan het werk in zijn 'eigen' atelier, waar ook de werken voor het Rijksmuseum vandaan komen.

Kapoor werd in India geboren als zoon van een hindoeïstische, Indiase vader en een joodse, van oorsprong Irakese moeder. Na een verblijf in een kibboets in Israël studeert hij aan een Londense kunstacademie. Al vroeg is hij populair bij grote musea en de betere galeries. Nadat hij in 1990 het Engelse paviljoen van de Biënnale van Venetië mag inrichten, is hij een internationale ster.

Vanaf het begin ontwijkt hij herkenbare vormen in zijn beelden. Ook hierin is de kunstenaar bescheiden: voor Kapoor zijn zijn kunstwerken 'objecten', die door hem, de kunstenaar, bedacht zijn, maar die voor elke toeschouwer een persoonlijke betekenis krijgen zodra hij ervoor staat.

Zoals bijvoorbeeld voor het stenen kunstwerk dat bíjna af is. De steen is zo gladgeslepen, dat je, als je ervoor staat, een spiegeling ziet van de ruimte, en van jezelf. Kapoor legt uit: "Optische effecten zijn altijd een fictie, het is geen concreet object. Een staat van verbeelding, van fantasie. De meeste van deze werken gaan over dat spel tussen de toeschouwer en het oppervlak van het kunstwerk dat ik maak. Heel rationeel bedachte illusies, die voor elke toeschouwer weer anders zijn. Het werk dat nu naar het Rijksmuseum komt is wat dat betreft een tegenpool. Ik heb altijd twee kanten gehad, hier is het heel clean, strak, gepolijst, en de andere is rommelig, romantisch."

Magische ervaring

In totaal bestaat het complex uit zeven ruimtes, de grootste met een oppervlak van ruim tweehonderd vierkante meter. We lopen via de straat naar de volgende hal. Hier worden de monochrome 'voids' gemaakt - leegtes. Ze zijn zo bespoten met de donkerrode verf dat je, als je ervoor staat, de indruk krijgt dat je, zoals de kunstenaar het noemt, 'in de leegte valt'.

Kleur is voor Kapoor net zo'n optische, magische ervaring als een spiegel. Trots toont Kapoor het materiaal voor zijn nieuwste project: een plankje op A4-formaat van het zwartste zwart. De kunstenaar las een paar jaar geleden in de krant over dit materiaal, dat defensie gebruikt om stealth-materiaal onzichtbaar voor de radar mee te maken. Na lang overleg, en officiële toestemming, heeft hij nu dit plankje met nanotechnologie. Dat geen van die ingenieurs had bedacht dat het ook voor kunstwerken te gebruiken was, verbaast Kapoor. Hiermee zou hij nog verder kunnen gaan dan Malevich, met zijn zwarte vierkant - die ambitie lacht de kunstenaar snel weg.

Het vinden van de juiste kleur brengt ons weer terug naar Rembrandt. In de laatste hal is papier op de grond geplakt, zo te zien tegen de verfvlekken: hier wordt geschilderd. Aan de muur en in de rekken hangen en staan tientallen doeken. Sommige zijn nog nauwelijks aangeraakt, sommige hebben grote gaten in het doek, andere lijken sterk op de werken die naar het Rijksmuseum komen. En allemaal zijn ze bloedrood, soms aangevuld met wit en zwart.

Kapoor heeft altijd geschilderd, maar het resultaat kwam nauwelijks de studio uit, en áls het werd geëxposeerd, werd het niet al te best ontvangen, vertelt hij stralend. Toch is het nu dus gelukt: afgelopen lente hingen zijn werken in zijn Londense galerie. Taco Dibbits, directeur collecties van het Rijksmuseum, kent de kunstenaar al lang, zag die tentoonstelling, en vroeg of Kapoor ze niet ook bij de Rembrandts in Amsterdam wilde tonen. Een aanbod dat Kapoor niet kon weigeren. Want als de kunstenaar voor zijn schilderijen één inspirator zou moeten noemen, dan is het wel de Amsterdamse meester. In een hoekje van de hal, boven een wasbak, hangt het enige figuratieve beeld in het complex: een kleine, vergeelde reproductie van Rembrandts 'Geslachte os'. Kapoor heeft het altijd in zijn atelier gehad.

"Bij de Rembrandttentoonstelling van afgelopen jaar was ik weer geraakt door zijn uitzonderlijke gevoel van medeleven. Voor zichzelf, en dat is al heel bijzonder, ook voor zijn modellen, maar vooral voor zijn materiaal. Als ik naar Rembrandts werk kijk, gaat het me niet om wat hij geschilderd heeft. Wat belangrijk is, is dat hij emoties tot leven wekt. We kijken niet naar een historische kunstenaar, maar naar iets wat nog steeds leeft. Het is zo'n bijzonder gegeven dat een levend wezen zoiets kan maken, iets wat nog steeds actief is. Die eigenschap, die is uniek. Ik vraag me nog steeds af: hoe heeft hij het gedaan?"

Geen penseelstreek

Kapoor werkt voor de laatste serie met siliconen, het materiaal waar ook borstprotheses van gemaakt worden - 'body stuff' noemt hij het. Het wordt geleverd in tonnen van 20 kilo, en binnen vier uur stolt het. Een van z'n assistenten mengt het met verf, en Kapoor begint horizontaal, dus plat op de grond, met het aanbrengen - schilderen kan je het eigenlijk niet noemen. Als het voldoende is gestold, kan het rechtop gezet worden, zodat het in één richting naar beneden zakt. Met kwast en verf bewerkt hij de materie. Er moet géén penseelstreek zichtbaar zijn, geen menselijke hand: zodat het eruit ziet alsof het níet gemaakt is.

Bij de eerste experimenten, een paar jaar geleden, probeerde Kapoor de werken als landschappen op te hangen, in de breedte. Maar het kon zijn eigen kritiek niet weerstaan. En opeens, na maanden werk, ontdekte hij dat ze 'staand' moesten hangen: zoals een mensenlichaam. Over de betekenis van de werken is hij kort: die moet de toeschouwer zelf bedenken. "Mijn proces is experimenteel: ik bepaal niet van tevoren wat het kunstwerk moet betekenen, of hoe het eruit moet zien. Ik onderzoek de mogelijkheden van betekenis."

Kapoor is te spreken over het project van het Rijksmuseum, waarbij steeds hedendaagse kunst naast de oude meesters wordt getoond. "Je moet het historische zien als iets wat ook nu nog tastbaar is, wat leeft. Kunst gaat altijd terug naar wat er vroeger was." Kapoor heeft Rembrandt en Chaim Soutine, die rond 1925 ook een versie van de geslachte os maakte, altijd in z'n achterhoofd. Niet iedereen hoeft het goed te vinden wat hij nu maakt, toeschouwers mogen het ook haten. Maar er moet wel een emotie ontstaan.

Rembrandts 'Geslachte os' bevindt zich helaas niet in de collectie van het Rijksmuseum, 'De Staalmeesters' en Rembrandts zelfportret als Paulus zullen de honneurs waarnemen. Kapoor lijkt toch lichtelijk bezorgd of zijn metershoge werken de confrontatie aankunnen. "Deze werken heb ik vier, vijf jaar geleden gemaakt, ze zijn nog zo jong in verhouding met die van Rembrandt... Ik ben heel benieuwd hoe zij reageren op de oude meester. Heel bescheiden, hoop ik."

'Internal Object in three parts' van Anish Kapoor is van 27 november t/m 6 maart 2016 te zien in de Eregalerij van het Rijksmuseum in Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden