Een kuierke door De Jouwer

Op een regenachtige dag verschilt de Midstraat in Joure niet van de winkelstraat van welke Nederlandse provincieplaats dan ook, zegt oud-wethouder Freark Marten Ringnalda, één van de gildemeesters die de VVV inzet voor een rondleiding door het centrum. De etalages van de Hema, Blokker en Etos zien er tenslotte van onder een paraplu overal hetzelfde uit. Maar wie de paraplu even opzij doet en naar de uitleg van de gildemeester luistert, ontdekt een historische binnenstad met mooie trap- en klokgevels, monumentale panden, interessante kerken en een enkel verborgen tuinhuisje. Helaas hebben nogal wat historische gebouwen moeten wijken voor de vooruitgang -in de plaats staan nu foeilelijke kantoren- maar, constateert Ringnalda tevreden: ,,We hebben als gemeentebestuur toch heel wat kunnen redden, al was het vaak op het nippertje.''

Het 'Jouster Kuierke' is een ultrakorte maar leuke wandeling door het hart van de plaats die geen stad en ook geen dorp mag heten, maar een 'vlecke' is. Je woont dan ook niet in Joure, maar op Joure. Of nog beter: op De Jouwer, zoals de Friezen zeggen. De start is bij het VVV-kantoor op het Douwe Egberts-plein. Die naam kom je overal tegen, niet zo gek, want de koffiefabriek drukt al zo'n 250 jaar een stempel op Joure. Het plein, met daaraan ook de ingang van het park Heremastate waarin het gemeentehuis van Skarsterlân ligt, vormt de kop van de Midstraat.

Aan die straat op nummer37 is het historische pand van een van de klokkenmakers die Joure nog rijk is: Jacob ten Hoeve. Het herbergt een heel aardig museumpje, met een overzicht van alle klokkenmakers die de plaats de afgelopen drie eeuwen rijk is geweest. En dat zijn er nogal wat. Het hoogtepunt lag in het midden van de negentiende eeuw. Zo werden er in het jaar 1857 maar liefst vierduizend staartklokken geproduceerd. De industrie was belangrijk voor Joure en trok bovendien aanverwante vaklui aan zoals meubelmakers (die de kasten van de klokken maakten) en koperslagers (die de gewichten van de uurwerken fabriceerden).

Even verderop staat de Nederlands Hervormde kerk, de oudste als protestantse kerk gebouwde kerk van Friesland. 'Grietman' (zoals de bestuurders van Friese landgemeenten vroeger heetten) Hobbe van Baerdt was de opdrachtgever, de bouw kostte in 1644 24.000 gulden en werd onder andere gefinancierd door een extra belasting op bier te heffen.

Nog iets verder, op nummer97, ligt 'de Witte Os', de start van het Douwe Egberts-concern. Hier begon ene Egbert Douwes in 1753 een handel in koffie, thee, tabak en andere koloniale waren. Nog steeds is er een winkel waar je speciaal in Joure gebrande koffie kunt kopen, want voor het overige komen het zilver- en roodmerk tegenwoordig uit de vestiging in Utrecht.

In het sterk vervallen gebouw naast de winkel was vroeger de fabriek van Douwe Egberts. Juist deze week is begonnen met een grondige renovatie. Het pand wordt bij het Museum van Joure getrokken. Dat museum ligt achter de Midstraat: vanaf deze straat links de Roggemolenstraat in, weer links de Sinnebuorren op en vervolgens de Museumstraat. Het museumcomplex bestaat uit zeven gebouwen: onder andere een natuurmuseum, een Fries grafisch museum, een afdeling waar de geschiedenis van Douwe Egberts te volgens is, en het geboortehuis van Egbert Douwes dat in Idskenhuizen stond maar dat steen voor steen is afgebroken en op deze plek weer is opgebouwd. Het museum is in de zomer elke dag geopend, in de winter is het 'szaterdags gesloten.

Bij het verlaten van het museum slaan we rechtsaf de Museumstraat in die na het Waagplein overgaat in de Kolkstraat. Op de hoek van de Boterstraat hangt aan de pui van een huis een paneel (met een grote 5 erop) waarop te zien is hoe het er vroeger uitzag. De plek maakt deel uit van de zogeheten 'nostalgische panelenroute' door Joure, georganiseerd door de plaatselijke middenstand. De folder met een beschrijving is bij de VVV te krijgen.

Iets verder naar het westen is het water De Kolk. Hier was het vroeger druk. Er vertrokken kofschepen naar Hamburg en de Oostzee, er waren scheepswerven, er was een levendige handel in bier, klokken, koper. Het Tolhuis op de hoek herinnert nog aan deze tijden, daar moesten de schippers het havengeld betalen.

Nu is het er doodstil. Tientallen jaren geleden is de ophaalbrug over de Kolk vervangen door een vaste brug. Dat gebeurde op verzoek van Douwe Egberts: de ophaalbrug kon de zware vrachtwagens die naar dit bedrijf moesten niet meer dragen. De horeca zou de zaken weer graag terugdraaien: met een ophaalbrug zouden de zeilboten op het Sneekermeer de haven kunnen bereiken. Maar de bewoners aan de Kolk, gesteld op de rust, zijn fel tegen.

We zijn nu vlak bij het beginpunt, het Douwe Egbertsplein. Maar we kunnen ook nog even 'de vlecke' uitlopen: over de vaste brug over de Kolk, de tweede straat links, de Slachtedyk. Die loopt langs het huidige bedrijfsterrein van DE (als de wind verkeerd staat, ruikt heel Joure naar de moccona) en gaat via It Noard, een weg langs de Noordbroekstervaart, naar het gehucht Broek. Daar is achter het kerkje (waar vaak diensten in het Fries worden gehouden) een originele klokkenstoel te zien, een grote klok die boven een begraafplaats hangt. In de gemeente Skarsterlân staan er twaalf van zulke klokkenstoelen. Een tweede is te zien als een we een klein uurtje verder door het weidse Friese land lopen, met prachtige vergezichten: aan het einde van It Noard rechtsaf de Swettepoelsterdyk op, even linksaf de Leeuwarderweg en vrijwel onmiddellijk rechtsaf de parallelweg op, ook Leeuwarderweg geheten. Die klokkenstoel ligt aan het einde van deze weg, vlak voordat we Joure (twee eeuwen geleden door een dominee op doorreis omschreven als 'een ongemeen fraai dorp') weer binnenlopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden