Een kruis over Nietzsche

Het jaar 2000 was een officieel Nietzsche-jaar. Men vierde zijn honderdste sterfdag -en hoe! Er verschenen in dat jaar nieuwe biografieën, monografieën, fotoboeken, ziektegeschiedenissen, Nietzschekalenders, Nietzschewandelgidsen; er kwamen mokken, T-shirts en strings op de markt, met zijn markante kop erop. En Trouw hield een interview met de voorzitter van de Nederlandse snorrenclub, die nog nooit van Nietzsche had gehoord, maar op vertoon van zijn foto zeer onder de indruk was van diens walrussnor. Allemaal leuk en aardig. Alles ter lering, en vooral ter vermaak.

Nu worden zulke herdenkingsjaren door serieuzere lieden vaak aangegrepen om de herdachte schrijver-denker en zijn werken nieuw leven in te blazen. En dat was met het Nietzsche-jaar niet anders. Sommige uitgevers zagen de kans schoon om hun Nietzsche-backlist opnieuw te gelde te maken, andere zetten hun beste vertalers aan het werk om hetgeen er van de meester nog niet vertaald was alsnog te vertalen, waarbij ze de suggestie wekten dat wat nu eindelijk werd vertaald de kern van zijn denken zou bevatten. Leuzen als 'deze onverminderd actuele denker', 'de lessen van Nietzsche voor onze tijd', schreeuwden je toe. Maar nu we twee jaar verder zijn lijkt er in dat bewuste jaar eerder een definitief punt te zijn gezet achter Nietzsche dan dat hem nieuw leven is ingeblazen. Nietzsche, of wat van hem over is, is koud en stijf. Het aangekondigde debat over de grote filosoof is uitgebleven, of speelt zich misschien in zeer kleine academische kringen af, wie zal het zeggen? De storm die door Nietzschevorsers voorspeld werd, is nog voordat hij goed en wel is opgestoken alweer gaan liggen.

Opmerkelijk daarbij is dat de filosofie de afgelopen paar jaar danig in de mode is gekomen. Een tijdschrift als Filosofie magazine floreert, boeken over filosofie halen hoge oplagen en er was dit jaar zelfs een drukbezochte, Nacht van de Filosofie -maar Nietzsche schijnt van die wind in de rug niet mee te profiteren. De verkoop van de nieuwe vertalingen heeft, zacht gezegd, niet aan de verwachtingen voldaan.

De conclusie lijkt gewettigd dat de Nietzsche-markt, zeker in ons land, verzadigd is. De doorgewinterde liefhebber (beslist mannelijk, een rijpe vijftiger) heeft vaak de hele Nietzsche allang in zijn bezit, vaak zowel in het origineel als in vertaling. (Het was trouwens opmerkelijk genoeg de Arbeiderspers die aan het eind van de jaren zestig onder de bezielende leiding van Martin Ros de belangrijkste werken van de in linkse kringen suspecte filosoof in vertaling begon uit te geven, en met succes.) Dit kan men onder andere concluderen uit de zeer geringe aandacht die besteed werd aan de tiendelige Nietzsche-bibliotheek, nieuwe en grondig herziene vertalingen van zijn belangrijkste werken, waarvan het eerste deel in 1997 en het laatste in het Nietzsche-jaar verscheen. Alleen de eerste twee delen werden in de pers besproken: het recensentendom was Nietzsche-moe.

Mijn deprimerendste ervaring met Nietzsche zijn de paar keer geweest, een jaar of drie geleden, dat ik aanwezig was bij een universitaire werkgroep, waar sinds jaar en dag één keer in de maand, een hele middag lang de 'belangrijkste' boeken over Nietzsche werden gelezen, geëxtraheerd en bediscussieerd. Het was voor mij het schrijnende voorbeeld van een doodvermoeide, fantasieloze, steriele Nietzsche-receptie: commentaar op commentaar op commentaar. In de werkgroep had je een heel behoorlijk figuur kunnen slaan zonder ooit een letter van de meester zelf gelezen te hebben. Hier had de secundaire literatuur de oorspronkelijke teksten verdrongen -de wereld op zijn kop!

Het moment lijkt gekomen om de natuurlijk ingetreden stilte rond de Nietzsche te institutionaliseren en zo van de nood een deugd te maken. Zou er niet iets te zeggen zijn voor een soort moratorium: de komende vijftig jaar (of in elk geval tot 2044, zijn tweehonderdste geboortejaar) geen Nietzsche-boeken meer, niet van hem, maar vooral niet over hem. Dat wil niet zeggen dat men moet ophouden Nietzsche te lezen, integendeel. Laat de lezer volop en onbevooroordeeld genieten van het nu eens sprankelende dan weer ronkende maar altijd ongeevenaarde proza van de grootste aforist van het Duitse taalgebied. Maar laat hij dat in stilte doen en zijn 'persoonlijke ervaring' met Nietzsche voor zich houden en vooral niet op schrift stellen. Laat hij de brieven lezen en zich verbazen, de wenkbrauwen fronsen, zich plaatsvervangend schamen, zich ergeren over de dolle capriolen en de megalomane uitspattingen van een steeds gekker wordende Nietzsche. Maar voor de rest: zwijgen -vooral niet wéér een boek over Nietzsche, bovenop de honderdduizend die er al verschenen zijn, vooral dat niet!

Nietzsche in stilte lezen zou het devies moeten zijn. En misschien dat een komende generatie hem zal herontdekken en hem opnieuw, met onvervalste geestdrift en zendingsdrang, eer zal bewijzen. Het is het beste en het mooiste wat een stilaan vergeten filosoof kan overkomen. Maar tot die tijd een volledige radiostilte. Laten we een kruis over hem slaan, dat hij ruste in vrede!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden