Een korte cursus jugendstil

Het wemelt van de prachtige jugendstilgebouwen in Boedapest, maar nergens vind je er meer bij elkaar dan in de wijk rond het Szabadság tér.

Vanaf het dak van de Postspaarbank in het centrum van Boedapest kijken draken naar beneden. Terugkijken is moeilijk. Er zijn maar weinig plaatsen waar je het dak van dit opmerkelijke jugendstilgebouw in zijn volle glorie kunt bekijken, of je moet zo brutaal zijn om in het tegenovergelegen Hotel President de lift naar boven te nemen. Op de vraag wat het nut was van die fraaie, maar nauwelijks zichtbare versieringen antwoordde architect Ödön Lechner (1845-1914): "Dan hebben de vogels ook iets te bekijken".

De Postspaarbank is hier bepaald niet het enige gebouw in deze stijl. De speelse jugendstil of art nouveau (szecesszió in het Hongaars) die zich rond 1900 ontwikkelde als antwoord op het zware classicisme en de neogotiek van de negentiende eeuw, sloeg enorm aan in Boedapest, dat in die jaren een bloeitijd doormaakte.

Overal in de stad vind je prachtige jugendstilgebouwen, waaronder de dierentuin, het Gellértbad en het Museum voor Toegepaste Kunsten. Maar nergens vind je er meer bij elkaar dan in de gegoede wijk rond het Szabadság tér. Een wandeling in de buurt is een korte cursus over de vele gezichten van de Hongaarse secessie.

In de Aulich utca staat een van de oudste jugendstilpanden van de stad, het Walkóhuis, Franse art nouveau met gestucte planten en dieren en een mozaïek van een vrouw die ondanks haar keurige jurk Eva bij de appelboom voorstelt. Op het plein zelf staan, achter dikke hekken, drie panden die de Amerikaanse ambassade huisvesten. Ze zijn onder meer versierd met Egyptische vrouwenhoofden en werden onlangs schitterend gerestaureerd. Dat maakt bijna dat je de Amerikanen hun spuuglelijke beveiliging vergeeft.

Weer even verderop in de Honvéd utca vind je het opmerkelijke Bedöhuis met kleurrijke keramische bloemen op de gevel. Ook jugendstil, maar weer heel anders. Een aantal jaren geleden vestigde aannemer en jugendstilliefhebber Tivadar Vad er het Huis van de Hongaarse Secessie, met een privémuseum en een café dat de perfecte tussenstop voor een secessiewandeling vormt.

Maar de Postspaarbank is zonder twijfel het opvallendste gebouw in de buurt. Het geldt als een hoogtepunt van het werk van Lechner, die vaak vergeleken wordt met zijn Catalaanse tijdgenoot Antoni Gaudí. Dat is geen toeval. Beide architecten zagen de jugendstil als inspiratiebron voor een ontwikkeling van een lokale bouwstijl en grepen daarbij naar de volkskunst. De draken op de Postspaarbank komen uit volksverhalen. De muurdecoraties herinneren aan folkloristisch borduurwerk. De Postspaarbank heeft een prachtige hal waarin de huidige eigenaar, de Hongaarse Schatkist, een kleine Lechnertentoonstelling heeft georganiseerd.

Zo opvallend als Lechners Postspaarbank is, zo onzichtbaar is de Schiffervilla in de Munkacsy Mihaly utca, achter het Heldenplein. Daar zit het belastingmuseum in, maar daar komen de bezoekers niet voor. De architectuur, daar gaat het om. Ook de vriendelijke curator die bezoekers persoonlijk rondleidt, is vooral geïnteresseerd in het gebouw.

Van buitenaf oogt de Schiffervilla weinig spectaculair. Opdrachtgever Miksa Schiffer, die zijn kapitaal verdiende met de spoorwegbouw, wilde daar niet mee te koop lopen. Hij gaf architect József Vágó opdracht de buitenkant van de villa onopvallend te houden.

Binnen is het een andere zaak. De Schiffervilla was een totaalkunstwerk. Vágó ontwierp echt alles, van de hal en de kachelroosters tot stoelen en kinderbedden. Schilderijen werden op maat besteld. Veel meubilair is aan het eind van de oorlog gestolen, maar er is genoeg over om een idee te krijgen hoe het ooit geweest moet zijn.

De blauwe vogels in de fraaie glas-in-loodramen zijn Vágó's handtekening die je in al zijn gebouwen terugvindt. In de hal is een fraai tegeltableau, gemaakt door de keramiekfabriek Zsolnay uit het Zuid-Hongaarse Pécs. Vrijwel ieder Hongaars secessiegebouw heeft ergens keramische elementen van deze innovatieve onderneming. Zonder het weerstendige Zsolnay-pyrograniet zouden Lechners draken, de bloemen van het Bedöhuis en de kleurrijke tegels die openbare gebouwen in menige provinciestad sieren, geen lang leven beschoren zijn geweest. Winters met min twintig en zomers van plus veertig stellen eisen aan het materiaal waar Gaudí in Barcelona geen last van had.

Voor liefhebbers van jugendstil zijn Pécs en de Zsolnayfabriek de moeite van een bezoek zeker waard. In het stadscentrum vind je veel secessie, met als hoogtepunt de keramische fontein met glanzende stierenkoppen op het hoofdplein. Daarnaast werden enkele jaren geleden de fraaie 19de eeuwse Zsolnay-fabriek, het bijhorende woonhuis en het familiemausoleum opgeknapt. Tegenwoordig zit er een cultureel centrum en een museum dat een prachtig beeld geeft van de creativiteit van het bedrijf.

Maar Pécs is niet de enige provinciestad die een bezoek waard is. Lechners 'Hongaarse stijl' sloot helemaal aan bij de nationale tijdgeest. Veel architecten namen zijn ideeën over.

Ze pasten die kwistig toe op stadhuizen, woonhuizen, scholen en kerken overal in het land. Het zijn gebouwen, zo kleurig als de feestschorten van Hongaarse boerinnen.

Het Zuid-Hongaarse Szeged is een ideale uitvalsbasis voor een kennismaking met deze provinciale secessie. De stad zelf telt een aantal fraaie bouwwerken, net als veel stadjes in de buurt. Maar een aantal van de mooiste panden vind je net over de grens, in Subotica, dat tot het einde van de Eerste Wereldoorlog Hongaars was, maar daarna Joegoslavisch en vervolgens Servisch werd.

Subotica is in een makkelijke dagtrip met auto of lijnbus bereikbaar. Het is een wat slaperige grensplaats, maar de overweldigende hoeveelheid imposante secessiegebouwen, allemaal op loopafstand van elkaar, verraadt dat de stad betere tijden heeft gekend. Subotica had een eigen lokale Lechner: Ferenc Raichl. Je vindt zijn werk ook in Szeged, maar het Raichlpaleis dat hij in Subotica voor zichzelf bouwde, is zijn uitbundigste ontwerp. Even verderop herinnert een indrukwekkende, leegstaande secessie-synagoge aan de vroegere joodse gemeenschap. Hongaarse secessie was populair bij de bouw van Joodse gebedshuizen. De bloemenmotieven stuitten op weinig religieuze bezwaren en Joden konden met het gebruik van volksmotieven hun nationale gezindheid tonen.

Hoogtepunt in Subotica is waarschijnlijk het stadhuis. Een maatje te groot voor de huidige stad en duidelijk ontworpen in een tijd dat Subotica nog een belangrijk economische centrum was. De hal loopt over Hongaarse nationale symbolen. Het was het laatste grote Hongaarse gebouw dat in Lechneriaanse 'nationale stijl' werd gebouwd.

Kort daarop begon de Eerste Wereldoorlog. Daarna was er geen geld meer voor zoveel pracht.

Alles in stijl in Boedapest

Pauzeren in stijl

Koffiehuis in het Huis voor de Hongaarse secessie, Honvéd utca 3 (zondag gesloten).

Alexandra-Bookcafé, Andrassy út 39. Prachtige jugendstil-gevel. Grand café in een voormalige balzaal.

Callas, Andrassy út 20. Café-restaurant naast Opera, mooi art-deco interieur.

Slapen in stijl:

Four Seasons Hotel Gresham Palace. Schitterend. Wel het duurste hotel in de stad.

Pécs: Hotel Palatinus. Prachtige jugendstil, centraal gelegen. Kamers helaas wat gehorig.

Musea:

Museum voor Toegepaste kunst, Üll¿i út 33-37. Vaste en wisselende secessie-tentoonstellingen.

Zsolnay Centrum, Pécs, www.zsolnaynegyed.hu.

Meer weten?

De website www.art-nouveau.hu biedt veel Engelstalige informatie over architectuur en kunst.

Rondleidingen: Runa Hellinga organiseert zelf rondleidingen, zie www.boedapest-op-maat.com.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden