Een korfbalcoach op het voetbalveld, werkt dat?

Toon Gerbrands (links) was eerst bondscoach van de volleyballers, nu directeur van voetbalclub PSV. Hier naast PSV-collega's Marcel Brands (m) en Phillip Cocu. Beeld ANP

Het lijkt steeds vaker te gebeuren: coaches of bestuurders die letterlijk overstappen naar een andere tak van sport. Wanneer heeft dat de grootste kans van slagen?

Vorige week werd bekend dat oud-volleyballer Jeroen Bijl, die namens NOC-NSF chef de mission was bij de Olympische Winterspelen in Pyeongchang, per 1 mei in dienst treedt bij de Nederlandse hockeybond. Hij wordt daar technisch directeur. Een paar weken daarvoor kwam naar buiten dat voetbalclub FC Groningen en voormalig schaatscoach Gerard Kemkers, manager topsport en talentontwikkeling bij de club, hun samenwerking stopzetten vanwege een verschil van inzicht over het te voeren beleid.

Het roept de vraag op: bestaat er zoiets als een succesvol recept voor kruisbestuiving in de sport? Wat moet je wel en wat moet je vooral niet doen als 'buitenstaander' in een andere sport?

"De kunst is om de eerste twee jaar zo veel mogelijk op de achtergrond te blijven", meent oud-voetbaltrainer Foppe de Haan. "Een gezonde mate van fijngevoeligheid is daarnaast erg belangrijk", vindt oud-zwemster Conny van Bentum, die werkzaam is als teamarts bij de Nederlandse hockeybond. "Je moet respecteren wat goed is én − daarvoor ben je waarschijnlijk ook gehaald − je moet het hier en daar wat opschudden. Als je als een olifant door de porseleinkast gaat rennen, is een samenwerking gedoemd te mislukken."

De Haan: "Als trainer van SC Heerenveen sprak ik geregeld met coaches uit andere sporten. Ik vond dat hartstikke interessant. Ik ging, net als Co Adriaanse, wel eens kijken bij een korfbalwedstrijd, waar mijn aandacht vooral uitging naar het verdedigingswerk. Bij corners en vrije trappen staan voetballers soms erg slecht opgesteld. Dat heeft te maken met het voetenwerk. Ik liet een korfbalcoach langskomen om het voetenwerk van mijn spelers te trainen. Daar kunnen wij nog veel van leren, dacht ik."

Nieuwe inzichten

Van Bentum: "Ik ben een groot voorstander van kruisbestuiving in de sport, omdat ik denk dat we elkaar beter kunnen maken. Ik kom zelf uit het zwemmen en werk sinds 1995 als teamarts bij de nationale hockeybond. Hoewel ik vind dat de kern van de technische staf uit hockeyers moet bestaan, kan iemand uit een andere, individuele sport heel verfrissend werken, waardoor je samen tot nieuwe inzichten komt."

De Haan: "Dat ben ik met je eens. Ik vind dat kennisoverdracht binnen de sport nog weleens wordt onderschat. Ik was onlangs bij een lezing van Frank Wormuth, de nieuwe trainer van Heracles Almelo. Hij heeft de Duitse jeugdopleiding mede vormgegeven. En wat denk je? In de Duitse jeugdopleiding lopen coaches van divers pluimage rond. Het is goed dat − in dit geval voetballers − in contact komen met mensen uit andere sporten."

Van Bentum: "Toon Gerbrands (een voormalig volleyballer die nu werkzaam is als algemeen directeur bij PSV, red.) vind ik een succesvol voorbeeld van iemand die de overstap naar een andere sport heeft gemaakt. Ik heb het vermoeden dat de voetballerij voor een buitenstaander de lastigste sport is om te slagen. De belangen zijn groot, er gaat veel geld in om en er zijn veel mensen met een mening."

De Haan: "Volgens mij klopt dat wel, ja. Het blikveld is groter. Toen Roelant Oltmans, die in het hockey succesvol was geweest, algemeen directeur bij NAC Breda werd, dacht iedereen: wow, dat is een goede zet. Maar zodra de prestaties tegenvallen, wijst men als eerste naar degene die niet uit het voetbal komt. Dat is heel typisch. Ik weet dat Toon Gerbrands, toen hij algemeen directeur bij AZ werd, op bezoek is geweest bij Johan Derksen. Derksen zei hem: 'Ik wil je de komende twee jaar niet horen of zien'. Dat is een gouden regel. Maar tegelijkertijd ook het allermoeilijkste, want sportmensen hebben altijd en overal een mening over."

Andere cultuur

Van Bentum: "Dat herken ik wel. In 1995 − ik was nog niet eens afgestudeerd als huisarts − vroeg collega-huisarts Tom van 't Hek, die op dat moment bondscoach was van de Nederlandse dames, of ik teamarts wilde worden. Ik heb tot drie keer toe 'nee' gezegd. Voor een groot deel had dat te maken met mijn vooroordelen. Ik trainde als zwemster twee keer per dag, terwijl hockeyers maar drie keer per week trainden. En dan hadden ze ook nog regelmatig feestjes. Ik snapte die cultuur niet echt. Toen ik eenmaal 'ja' had gezegd, moest ik er echt in komen. Het eerste half jaar heb ik niet veel gezegd. Ik heb vooral gekeken en geluisterd. De grootste fout is dat je denkt: ik weet het allemaal wel."

De Haan: "Het blijft mensenwerk. De tijd zal uiteindelijk leren of jij en een club bij elkaar passen. Dat Robert Eenhoorn (een voormalig honkballer die nu algemeen directeur is bij AZ, red.) en Gerbrands rustig hun werk kunnen doen, verbaast mij niet. Ze kunnen terugvallen op een stabiele organisatie. Wat ook wel belangrijk is, is dat je open en duidelijk met elkaar moet blijven communiceren."

Van Bentum: "Ik denk dat iemand ook leergierig moet zijn. Iemand moet in staat zijn te verbinden en bereid zijn te luisteren. Je moet open staan voor elkaar. En elkaar respecteren. Dat maakt de kans van slagen alleen maar groter."

In het sportief elftal buigen zich per aflevering twee van de elf deskundigen over een actueel sportief vraagstuk.

Lees ook: De tegelwijsheden van Toon Gerbrands

Toon Gebrands was eerst bondscoach van de volleyballers en is nu directeur van voetbalclub PSV. In het boek 'Mijn Stijl' vertelt hij hoe hij denkt dat je het beste leiding kunt geven aan een ‘topsportomgeving’ en met welke principes en tegelwijsheden je daar succesvol in kunt zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden