Een koopman in de kunst

Zelf typeert Jop van Caldenborgh (62) zich als 'een eenvoudige koopman van chemicalien met een passie voor kunst'. Maar volgens het Amerikaanse tijdschrift Artnews behoort de directeur van Caldic Chemie tot de 200 belangrijkste kunstverzamelaars van de wereld. In museum Boijmans van Beuningen zijn vanaf vandaag 700 stukken te zien uit de Caldic collectie.

Henny de Lange

In de gangen van het hoofdkantoor van Caldic Chemie in Rotterdam hangen schilderijen uit de periode rond 1900: Haagse-Schoolschilders als Breitner en Sluijters. ,,Dit zijn de hele klassieke dingen uit mijn overwegend hedendaagse collectie', zegt Van Caldenborgh. ,,Hier op kantoor zijn ze er blij mee.' Dat is wel eens anders geweest bij eerdere exposities.

Niet iedereen waardeert het om vanachter zijn bureau te moeten aankijken tegen een abstract doek of een zelfportret van Ronald Ophuis, met bloederig kogelgat in zijn hoofd. Elk jaar wisselt deze tentoonstelling, want Van Caldenborgh wil zijn bezit met zoveel mogelijk mensen delen. Niet alleen in Rotterdam, maar ook in de tientallen vestigingen wereldwijd zijn kunstwerken te zien. Zijn beeldencollectie, in zijn parkachtige tuin in Wassenaar, is ook te bezichtigen, op afspraak. ,,Want we willen de mensen wel netjes ontvangen met een kopje thee en een glaasje wijn na afloop.' In zijn huis hangt niet veel. ,,Ik ben een minimalist. Hoe minder er te zien is, hoe mooier.'

Toen hij in 1995 begon met de gratis rondleidingen door zijn tuin, dacht hij dat het nieuwtje er snel af zou zijn. Maar voor elke deelnemer meldden zich twee nieuwe belangstellenden. De wachtlijst is lang, ook al heeft Van Caldenborgh inmiddels tien rondleiders. Af en toe is het lastig, verzucht hij. Hij wil zoveel mogelijk mensen laten genieten van zijn collectie. ,,Maar ik wóón daar ook. Ik wil nog wel een beetje een privé-leven hebben met mijn gezin.'

Van Caldenborgh is net 62, maar oogt veel jonger. ,,Zit in de familie', zegt hij. ,,Mijn vader is 94 en mankeert helemaal niks. Mijn inschatting is dat ik toch wel de 100 moet kunnen halen.' Dat is misschien ook de verklaring dat hij zich nog niet al te druk maakt over wat er ooit met zijn collectie van vele duizenden stuks (,,het precieze aantal moet je me niet vragen') moet gebeuren.

,,Natuurlijk heb ik wel plannetjes, maar die openbaar ik liever niet. Een eigen museum? Daar heb ik wel aan gedacht, maar daar zit nogal wat aan vast. Een museum bouwen is niet het probleem. Maar er moet ook geld zijn om de collectie te beheren en uit te breiden. Het nadeel van een eigen museum is dat je dan wordt afgerekend als museumdirecteur. Nu ben ik nog leuk een oprecht amateur. Nee, ik kan heus wel tegen kritiek, maar ik weet dat ik, perfectionist die ik ben, de lat zo hoog voor mezelf zal leggen, dat ik voortdurend het gevoel zal hebben dat het beter had gekund.'

Door tijdgebrek beleeft hij weinig 'lol' aan zijn passie. Zeker tachtig procent van zijn tijd besteedt hij aan het leiden van zijn onderneming, het enige grote privé-bedrijf in Nederland dat chemicaliën produceert.

Het aankopen van kunst doet hij altijd zelf. Voor het beheer van de collectie en het maken van tentoonstellingen en catalogi heeft hij twee mensen in dienst. Zelf vult hij de weekeinden en vakanties met het bezoeken van galerieën, veilingen en tentoonstellingen. Op zakenreizen probeert hij ook tijd vrij te maken voor snelle kunstuitstapjes. Deze ochtend is hij even naar Boijmans geweest, waar de laatste hand wordt gelegd aan 'zijn' expositie. Kan hij er tegen dat anderen die inrichten? ,,Ik ben een dominant mannetje en uiteraard heb ik inbreng gehad, maar de afspraak was dat de conservatoren van Boijmans de selectie zouden maken en de opstelling. Ze laten dingen zien die ik zelf liever nog had bewaard voor een andere keer. Maar al met al ben ik tevreden. Er komt voldoende uit wat ik belangrijk vind. De expositie is een vrij brede dwarsdoorsnede van mijn collectie. Daarnaast is het ook een beetje een poging de verzamelaar neer te zetten, al heb ik wel tegen Chris Dercon (directeur van Boijmans,red.) gezegd dat het niet al te veel een psycho-analyse mocht worden.'

Lef, originaliteit en bovenal een enorme diversiteit en kwaliteit kenmerken volgens de staf van Boijmans de Caldic-collectie. Op de expositie zijn beelden, schilderijen, foto's, video's en objecten te zien, wat meteen aangeeft dat Van Caldenborgh een veelvraat is op kunstgebied. Een belangrijk aspect van de tentoonstelling is de tegenstelling tussen abstracte en figuratieve kunst.

Bijzonder is de aanwezigheid van hedendaagse 'kunstenaarsdozen' van Joseph Cornell en Anish Kapoor. Van enkele kunstenaars heeft Van Caldenborgh zoveel verzameld, dat ze een eigen mini-tentoonstelling hebben gekregen. Zo is het hele grafische oeuvre van Marcel Broodthaers te zien. Binnen en buiten het museum wordt ook een selectie gepresenteerd van Caldics buitenbeelden van onder anderen Juan Muñoz. Een greep uit de kunstenaars die verder aan bod komen: Jeff Koons, Pyke Koch, Damian Hirst, Inez van Lamsweerde, Sam Taylor-Wood en Ron Mueck.

Voorlopig is het eind van de aankopen niet in zicht. ,,Het wordt eerder meer dan minder. Mijn schroomniveau wordt lager. Ik schrik niet zo snel meer van de prijs, al zal ik er altijd over onderhandelen, daarvoor ben ik te veel koopman. Maar ik zie mezelf nu ook naar dingen kijken, zoals video's, waarvan ik vroeger dacht: wat moet je ermee? Je kunt die dingen zo moeilijk laten zien in huis of op kantoor. Er is natuurlijk een enorme wildgroei aan video's, maar er zitten ook prachtige bij. Ik ben nog hedendaagser geworden dan ik al was.' Het verzamelen begon al op jonge leeftijd. Als jongetje ging hij regelmatig naar het Haags Gemeentemuseum om de Mondriaans te bekijken. Zijn ouders snapten niks van die hobby. Als puber schafte hij zijn eerste kunstwerk aan, van de computerkunstenaar Peter Struycken. Die voorkeur komt, vermoedt hij, voort uit zijn mathematische geest. Hij moet weinig hebben van psychologiseren. Op de vraag waarom hij zo'n ongebreidelde verzamelwoede heeft ontwikkeld, geeft en heeft hij dan ook geen duidelijk antwoord. ,,Het is gewoon mijn passie. Ik word geraakt door iets en dan wil ik dat graag hebben om het vaak te kunnen zien. Ik koop ook omdat het een aanvulling is op iets wat ik al heb.'

Verkopen doet hij nooit. Het woord 'miskoop' wil hij niet in de mond nemen. ,,Natuurlijk ontwikkelt je smaak en heb je jeugdzonden. Maar wat ik wat minder vind, vindt een ander misschien prachtig. Opschonen van mijn collectie is nooit aan de orde geweest. Bij musea vind ik het ronduit verwerpelijk om delen van de collectie af te stoten. Mensen als Dercon en Fuchs (directeur Stedelijk Museum Amsterdam) moeten van onze collecties afblijven, want die zijn met ons belastinggeld opgebouwd. Ik snap wel dat Dercon een Rothko wilde verkopen om de nieuwbouw te financieren, maar het mag niet, want die Rothko is niet van hem. En je topstukken verkoop je al helemaal niet. Hooguit ruil je met andere musea, wat veel te weinig gebeurt.'

Van Caldenborgh is bestuurslid van Boijmans en was voorzitter van de commissie die het gemeentebestuur van Rotterdam heeft geadviseerd over de aanleg van een beeldenroute in de stad. Hij vindt het vanzelfsprekend dat ondernemers zich met hun brede kennis en ervaring inzetten voor de samenleving. ,,Anderen sponsoren skyboxen in voetbalstadions of de golfclub. Maar ik moet er niet aan denken om op zondag met mijn relaties naar het stadion te gaan. Ik loop liever door een museum. Onze kerstlunch voor het personeel is dit jaar ook in Boijmans.'

Als voorzitter van de Kamer van Koophandel in Rotterdam heeft hij jarenlang geprobeerd collega-ondernemers warm te maken voor het sponsoren van kunstinstellingen. ,,Ik was een roepende in de woestijn. Het was en is altijd hetzelfde kleine groepje dat geld geeft aan Boijmans, het Rotterdams Philharmonisch Orkest en het Maritiem Museum. Nederland heeft geen cultuur als het gaat om het geven aan kunst, niet meer. Vroeger wel. Musea als Boijmans en Kröller-Müller zijn ontstaan vanuit particulier initiatief. Als je rijk was, liet je de samenleving daarin delen. Maar die mentaliteit is verdwenen doordat de staat steeds meer de kunstsector is gaan verzorgen en verzekeren. Aan de andere kant heeft ook het opgaan van familiebedrijven in grote conglomeraten met bestuurders zonder binding met de stad, bijgedragen tot die ontwikkeling.'

,,In de Verenigde Staten is het omgekeerd: daar zijn bijna alle musea selfsupporting dankzij de giften van het bedrijfsleven. De overheid vervult daar de rol van kleine sponsor. Ik weet natuurlijk ook wel dat er in en rond New York veel meer rijken wonen dan hier en dat het in Nederland not done is om veel geld te verdienen. Maar de Nederlandse regering zou op z'n minst de mogelijkheid moeten creëren om dat soort giften fiscaal aftrekbaar te maken.'

Het mes snijdt dan aan twee kanten, verwacht Van Caldenborgh. Particulieren en bedrijfsleven zijn eerder geneigd de kunstsector te sponsoren. Omgekeerd prikkelt het de kunstinstellingen ook om actiever en creatiever op zoek te gaan naar geldbronnen. ,,Ik ben voorstander van marktwerking. Natuurlijk moet de overheid de kunsten stimuleren, maar er moet wel een markt voor zijn.'

Hoe het niet moet, laat het Amsterdamse stadsbestuur zien met de discussie over de toekomst van het Stedelijk Museum. ,,Het is een ernstige verarming om het museum of een deel daarvan naar de Zuidas te willen verhuizen. Wat Amsterdam rond het Museumplein heeft aan musea, is uniek in de wereld. Daar moet het stadsbestuur van afblijven. Die verhuizing is alleen bedacht om de Zuidas op te leuken. Dat politieke en commerciële belang staat de kunstbelangen in de weg. Rudi Fuchs is geen vriend van me, maar met zijn verzet bewijst hij een excellente museumdirecteur te zijn. Musea als Boijmans en het Stedelijk zijn groot geworden doordat daar altijd directeuren zaten met gevoel, hart en emotie voor de kunst. Het zou de dood in de pot worden als musea alleen nog maar door managers geleid zouden worden. Ik kan me soms vreselijk ergeren aan de Fuchsen en Derconnen, maar ze moeten wel blijven, net zoals in ziekenhuizen de directeur ook geneesheer moet zijn. Dan kun je er altijd nog een zakelijk type naast zetten.'

En als hij zelf ooit toch nog eens directeur van het Caldic Museum zou worden? ,,Een koopman blijf ik altijd, maar wel een koopman met een ziel voor kunst.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden