Een koningin met kwajongensstreken

Astrid Lindgren was wars van verering. Toch werd het boerenmeisje uit Vimmerby een nationaal monument.

Dit artikel zou kinderboekenschrijfster Astrid Lindgren (1907-2002) met bar weinig interesse hebben gelezen. ,,Eerlijk gezegd kan ik maar weinig belangstelling voor mezelf opbrengen”, zei ze in een interview. ,,Ik sta bijna altijd versteld als ik iets over die Astrid Lindgren lees. Dat ben ik niet. Ik ben niet die bekende Zweed, dat verdomde nationale monument.”

De buitenwereld denkt daar anders over, want vandaag wordt de honderdste geboortedag van ’die Astrid Lindgren’ gevierd. Ze heeft wereldwijd een onuitwisbare indruk achtergelaten met haar boeken over figuren als Pippi Langkous, de gebroeders Leeuwenhart, Karlsson van het dak. Ze schreef 82 titels, waarvan een groot deel is verfilmd en in negentig talen is vertaald. In totaal zijn er tot op heden over de 130 miljoen boeken van Lindgren verkocht.

De schrijfster werd als Astrid Ericsson geboren in Nüs, vlakbij het boerendorp Vimmerby in de Zuid-Zweedse provincie SmÃ¥land. ,,Het was goed om daar kind te zijn”, schreef Lindgren later in het liefdesverhaal ’Het land dat verdween’. Haar leven lang blijft ze de vrijheid en veiligheid uit haar kinderjaren aanvoeren als haar grootste inspiratiebron. Zij, haar oudere broer en twee jongere zussen kregen alle gelegenheid om uitbundig te spelen. ,,We klauterden als apen in bomen en op daken, we sprongen van houtstapels en hooizolders tot onze ingewanden ervan tekeergingen.”

Het zijn dit soort avonturen die de basis vormden voor ’De kinderen van Bolderburen’ en ’Michiel van de Hazelhoeve’. Voor dat laatste boek putte Astrid Lindgren ook uit de jeugdherinneringen van haar vader, met wie ze een innige band had. Volgens haar biografe Margareta Strömstedt is die relatie waarschijnlijk nog belangrijker geweest voor Lindgrens werk dan de gelukkige jeugd. Ze constateert dat veel personages een vaderskind zijn of op zoek zijn naar een vaderfiguur.

Lindgrens Nederlandse vertaalster Rita Verschuur, die haar persoonlijk heeft gekend, schrijft in haar boek ’Astrid Lindgren – Een herinnering’ dat Lindgrens wijdvertakte scheppingskracht niet uitsluitend gebaseerd kan zijn op een gelukkige jeugd. ,,De vonk moet ergens door zijn opgelaaid”, zegt Verschuur. ,,Een belevenis die haar kinderjaren de lading kon geven die ze gekregen hebben. Een contrasteffect.”

Die ’belevenis’ moeten Lindgrens eenzame en arme eerste jaren in Stockholm zijn geweest. Als achttienjarige raakte ze ongewenst zwanger van de getrouwde hoofdredacteur van het lokale krantje waar ze werkte. Ze moest naar Stockholm vluchten om haar familie niet te schande te maken. Daar begon ze aan een secretaresseopleiding. Haar zoon Lasse kreeg ze in Kopenhagen, in het enige Scandinavische ziekenhuis waar vrouwen konden bevallen zonder dat de autoriteiten ervan op de hoogte werden gesteld.

Vier jaar lang bleef Lasse bij een Deens pleeggezin. Doordat Lindgren bijna al haar geld besteedde aan dure treinreizen om hem te bezoeken, had ze weinig over om van te eten. Ze had veel honger en besefte plotseling hoe mooi en zorgeloos haar eigen jeugd was; het ’contrasteffect’ waar Verschuur op doelt. Na die vier jaar stelde Lindgrens bijgedraaide ouders voor om Lasse bij hen in Nüs op te vangen. Astrid, toen nog Ericsson, kwam rond dezelfde tijd Sture Lindgren tegen, met wie ze in 1931 trouwde. Lasse kwam bij hen in Stockholm wonen en het echtpaar kreeg nog een dochter: Karin.

Zij was het die haar moeder op een avond vroeg verhalen over Pippi LÃ¥ngstrump te vertellen. Lindgren besloot de verhalen naar een uitgeverij te sturen. Het manuscript werd geweigerd, omdat de verhalen over Pippi’s streken pedagogisch onverantwoord zouden zijn. Maar in 1945 verscheen alsnog een afgezwakte versie van het boek en dat werd een doorslaand succes. Astrid Lindgren ging als redacteur bij haar uitgeverij werken en bleef zelf ook schrijven.

Privé ging het haar nog steeds niet voor de wind. Haar man stierf al in 1952 en daarna bleef ze alleen. Maar in haar boeken had ze het geluk uit haar kinderjaren teruggevonden; ze mocht weer spelen, op papier.

Lindgrens populariteit groeide, ze werd overladen met prijzen en ontwikkelde zich als een onvergetelijke publieke figuur. Ze gold als een tweede Zweedse koningin, maar dan één met kwajongensstreken. Op haar zestigste klom ze voor het oog van de camera in een boom, terwijl ze riep: ,,Er staat nergens in de wet van Mozes dat oude wijven niet in bomen mogen klimmen.”

Maar ook als het serieuzere zaken aanging, wist Lindgren de kranten te halen. Toen ze in 1976 ontdekte dat ze 102% belasting moest betalen, publiceerde ze een rebels sprookje in de krant, als een vlammend betoog tegen de belastingpolitiek. Het kwam haar op een sneer van de minister van financiën te staan, maar Lindgren had haar woordje klaar. De minister en zij konden wat haar betreft maar beter van baan ruilen; hij was immers goed in sprookjes vertellen en zij in rekenen.

Dit soort acties leverde Lindgren een heldenstatus op. In een brief aan Rita Verschuur schreef ze: ,,Ik ben de biechtmoeder van het hele Zweedse volk geworden, ze bellen me op elk uur van de dag en denken dat ik (*) alles, alles, alles kan oplossen.” De correspondentie van Lindgren, die de Zweedse Koninklijke Bibliotheek archiveerde, omvat ruim 75.000 brieven.

Op 28 januari 2002 stierf Lindgren (94) in haar vierkamerflat in Stockholm, waar ze zestig jaar had gewoond. Haar uitvaart werd rechtstreeks op televisie uitgezonden en bijgewoond door het koningspaar, de minister-president en honderdduizend ’gewone’ Zweden. Lindgren was, zoals Verschuur het in haar boek uitdrukt, ,,van iedereen en van niemand. Ze was een rots in de branding en tegelijk een vis in het water die zich nooit heeft laten vangen.” Ze was ’die Astrid Lindgren’, dat ’nationale monument’, maar ook het boerenmeisje uit Vimmerby dat maar één ding wilde: haar jonge lezers dezelfde geborgenheid geven die zij in haar kinderjaren had gekend.

12DE WOENSDAGGIDSEen bespreking van ’Ronja de Roversdochter’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden