Een kompas voor de gemeenschap

De Tweede Kamer behandelt de Najaarsnota van het ministerie van financiën. Trouw stelt de minister voor: Jeroen Dijsselbloem.

Voor het grote publiek was Jeroen Dijsselbloem tot voor kort tamelijk onbekend. Hoewel een prominent PvdA-Kamerlid met een grote staat van dienst, zocht hij de camera's niet nadrukkelijk op. En misschien is het ook wel zo dat de camera's hem niet zochten. Dijsselbloem oogt saai en streng. Hij is zogezegd niet mediageniek. Lachen zie je hem zelden. Politiek is voor hem een serieuze zaak. Daar valt zelden iets te lachen. Zo is Dijsselbloem.

Aan zijn relatieve onbekendheid zal snel een einde komen, nu hij sinds een kleine zeven weken minister van financiën is. Aan camera's valt voor een minister die binnen het kabinet een cruciale rol speelt, niet te ontkomen. En mocht hij in de Europese Unie inderdaad voorzitter worden van de eurogroep, de vergadering van de zeventien ministers van financiën van de euro-landen, dan zal hij ook in Europa binnenkort een bekend gezicht zijn.

Van die benoeming is serieus sprake. Dijsselbloem schijnt in de eerste vergaderingen van de Europese ministers van financiën indruk te hebben gemaakt. Hoewel hij min of meer hetzelfde beleid voert als zijn voorganger Jan Kees de Jager, is zijn toon anders, positiever, naar verluidt. De Jager ging bij zijn Europese collega's door voor een drammer. Dijsselbloem is wellicht niet minder vasthoudend, maar hij brengt het rustig. En dat hoeft niet te verbazen: achter zijn strenge masker gaat een vriendelijke, aimabele man schuil.

Dijsselbloem (46) stamt uit een katholiek nest in Eindhoven. Een onderwijzersfamilie. Vader leraar Engels, moeder juf op een basisschool. Zijn grootvader was directeur van een ambachtsschool. Hij is landbouweconoom, afgestudeerd in Wageningen. Direct na zijn studie raakte hij in Den Haag verzeild in diverse functies voor zijn partij, de PvdA, waarvan hij sinds 1985 lid is, en op het ministerie van landbouw. In 2000 kwam hij in de Tweede Kamer.

Na de voor de PvdA desastreus verlopen verkiezingen in 2002, deelde hij de analyse van oud-minister Margreeth de Boer in haar rapport 'De kaasstolp aan diggelen' dat het de PvdA ontbrak aan een moreel kompas. Ook binnen zijn partij overheerste het marktdenken en individualisme. Er was te weinig oog voor normen en waarden en gemeenschapsdenken. "Verheffing van het volk", een klassiek vooroorlogs sociaal-democratisch ideaal, moest weer een doel worden van de partij. En dat betekende wat hem betreft als partij weer actief de buurten in, op zoek naar 'echte problemen en werkende oplossingen'. Dat deed hij tijdens de campagne voor de Kamerverkiezingen in 2003 samen met Diederik Samsom en Staf Depla. Gekleed in rode overalls gingen ze op pad. De 'rode ingenieurs' noemden ze zichzelf, omdat ze alle drie afgestudeerd waren aan een technische universiteit. Samen zetten ze zich af tegen de zelfgenoegzame partij-elite. Het leverde nog een knetterende ruzie op met fractiegenoten.

In een interview in Trouw in 2006 pleitte Dijsselbloem voor staatsopvoeding voor ontspoorde gezinnen: "Het moralisme moet veel aandacht krijgen in de politiek, juist om mensen verder te helpen, voor de opvoeding van hun kinderen, tegen de verloedering op straat". Femke Halsema van GroenLinks sprak geringschattend van 'Dijsselbloem-moralisme'. In zijn 'Preek van de leek' over de Barmhartige Samaritaan (2009) betoogde hij dat we ons best met elkaar mogen bemoeien; teveel mensen gaan in deze samenleving ten onder aan 'zelfredzaamheid'.

Het leverde Dijsselbloem het imago op van een man van law en order, opererend op de rechtervleugel van de PvdA. Toen hij ook nog eens gewelddadige games, pornografie en 'ranzige' videoclips op MTV aan de kaak stelde, riepen Christen-Unie-jongeren hem uit tot 'Engel van het jaar'. Zijn rechtse imago poetste hij extra op met een hard rapport over onderwijsvernieuwingen sinds de jaren negentig (2008). En hij schreef mee aan een rapport waarin werd gepleit voor een hard integratiebeleid onder het motto 'de vrijblijvendheid voorbij'.

Zijn uitgesproken opvattingen nam niet iedereen binnen de partij hem in dank af. Niettemin overleefde Dijsselbloem alle PvdA-leiders vanaf Wim Kok. Binnen de fractie was hij zeer invloedrijk, eerst als fractiesecretaris en later als vicefractievoorzitter. Dat zijn makker van het eerste uur, Diederik Samsom, hem meenam als secondant bij de onderhandelingen over een nieuw kabinet hoeft niet te verbazen. En dat hij nu minister van financiën is evenmin. Niet minder dan Samsom kent Dijsselbloem alle dossiers van haver tot gort: van verkeer en waterstaat tot en met de jeugdzorg, waarmee hij als Kamerlid ook intensieve bemoeienis had. Niemand die hem iets op de mouw kan spelden. Voor een minister van financiën is dat handig.

Die drie procent, daar draait alles om
Dijsselbloem debatteert vandaag met de Kamer over de zogenoemde Najaarsnota, een overzicht van de ontwikkelingen rond de begroting van dit jaar. Daarmee zal de Kamer echter snel klaar zijn. Sinds de nieuwe, opnieuw somberder, cijfers van het Centraal Planbureau, zal vooral de vraag op tafel liggen of Dijsselbloem het kabinet wil gaan houden aan de centrale afspraak in het regeerakkoord. Die luidt dat het overheidstekort in ieder geval niet hoger mag uitvallen dan drie procent, de beruchte EU-norm.

Het regeerakkoord schrijft Dijsselbloem rond de overheidsbegroting een even strikt regime voor als zijn voorganger, Jan Kees de Jager. Ook meevallers, als onlangs de ruim drie miljard die werd opgehaald bij de veiling van snelle internetfrequenties (de 4G-veiling), mag Dijsselbloem niet gebruiken om het tekort en de overheidsschuld een iets beter aanzien te geven.

Dijsselbloem zal vandaag echter zo terughoudend mogelijk willen zijn op de vragen vanuit de oppositie hoe serieus hij de drie procentsnorm nu eigenlijk neemt. De minister, toch al bekend als een politicus die meerdere malen nadenkt voor hij stelling neemt, zal willen vasthouden aan de normale termijnen voor beslissingen in verband met begrotingen. Pas aan het begin van het voorjaar zal hij daarover hom of kuit willen geven. Extra bezuinigingen op de dan lopende begroting voor 2013 komen in de zogenoemde Voorjaarsnota en niet eerder.

Weekers wil verder met simpeler belastingstelsel
Het ministerie van financiën heeft dezelfde staatssecretaris gehouden die er ook al zat in het eerste kabinet-Rutte: de VVD'er Frans Weekers. Hij heeft de belastingdienst in portefeuille.

Vandaag zal hij de Tweede Kamer tekst en uitleg moeten geven over zijn banden met zijn van corruptie verdachte partijgenoot Jos van Rey, oud-wethouder van Roermond. Van Rey financierde tijdens de verkiezingscampagne een grote reclamezuil met daarop de beeltenis van Weekers.

Stond daar misschien een wederdienst tegenover, wil de oppositie in de Kamer onder meer weten. Bijvoorbeeld dat het kantoor van de belastingdienst in Roermond mocht blijven en niet is verhuisd naar Venlo, zoals de directie van het kantoor wilde?

Overleeft Weekers deze kwestie, dan kan hij verder werken aan de uitvoering van de fiscale agenda die hij vorig jaar lanceerde. Het gaat om een vereenvoudiging van het belastingstelsel, solider en fraudebestendiger dan het huidige. Weekers was met een onderbreking van een jaar lid van de Tweede Kamer van 1998 tot 2010. Op 14 oktober van dat jaar werd hij staatssecretaris op Financiën.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden