Een kogel nadert. Niet te vangen

Voetbal gaat over het leven - net als poëzie

Een jaar of wat geleden waagde Louis van Gaal zich eens aan de dichtkunst. Zijn vers was van een totaal ander niveau dan de poëzie die hij afgelopen zomer bij vlagen met het Nederlands elftal schreef - die magistrale goal van Van Persie. "Hier, bij Ajax, ligt mijn hart," dichtte Van Gaal. 'Een club, fascinerend, altijd apart'. Dichten kan hij waarschijnlijk beter aan anderen overlaten. Aan dichters.

Want dat poëzie en voetbal als Ajax en Feyenoord zijn, is een hardnekkig misverstand. De twee gaan juist prima samen. In de voorste gelederen staan van de voetbalpoëzie staan Jules Deelder en Henk Spaan. Maar sla het werk van Herman de Coninck open en je komt Johan Cruijff tegen, Abe Lenstra werd vereeuwigd door Rutger Kopland en ook K. Michel houdt voetbalgeschiedenis levend:

En dan de vogel die in de jaren zestig bij dichte

mist in de wedstrijd Sparta-Feyenoord

verdwaalde en bij een uittrap van doelman

Treytel getroffen werd door de bal

C. Buddingh' trok zelf de voetbalkousen aan, ervan overtuigd dat behaarde benen een 'geweldig schot' garandeerden en de Tsjechische dichter Miroslav Holub stelde in het voor Nederland zo traumatische voetbaljaar 1974, een heus elftal van dichters samen met: "Iemand als Walt Whitman / in het doel" en "Een of andere Tsjech op de reservebank".

In dat elftal zou Anna Enquist, als ze toen al gedebuteerd was, vast een basisplaats hebben gekregen - al kijkt ze misschien liever toe langs de lijn. Ook zij houdt van voetbal en niet alleen omdat het een aardig spelletje is. "Een schema van het leven ligt / op het voetbalveld", emoties en gedrag zijn op het veld niet anders dan buiten het stadion, een potje voetbal is als een spiegel van menselijk handelen. "Hoe wij in wisselende bezetting / elkaar steunen, stuktrappen, vereren, / verlaten en kwijtraken, rennend."

Een gedicht over een zoon die tijdens een partijtje een ernstige blessure oploopt - "Zes vrienden dragen / onze zoon het gras af" - leest bij Enquist als een oefening in groter verlies. Terwijl Ed de Goey, de oud-doelman van Feyenoord, zich ontpopt als onheilsprofeet.

De dichter beschrijft een foto waarop de keeper waarschuwt voor 'ongezien gevaar'. "Hij hangt bij ons al jaren op de gang / te gillen achter glas". Enquist gebruikt het beeld van de keeper om de radeloosheid na het overlijden van haar dochter tastbaar maken. We hadden beter naar die schreeuwende Ed moeten luisteren, lijkt ze te zeggen. "Wij zien het niet. Een kogel nadert / die hij nimmer klemvast vangen kan."

Als alle poëzie gaat ook de meeste voetbalpoëzie over het leven, en soms wordt zelfs een kijkje in het hiernamaals geboden. Een plaats zoals Ingmar Heytze die schetste bij de dood van FC Utrechtspeler David di Tommaso, met het beste voetbalgras en de rondste bal: "het leven, / moeten jullie weten, / is maar een reservebank. / Wij staan voor eeuwig / opgesteld."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden