Een knapzakpad langs het Schipborgsche diep

Gasteren-Schipborg-Anloo Van Assen naar Groningen loopt het Knapzakpad, een meerdaagse voettocht van de vereniging Kleine Dorpen in Drenthe. Voor bijgaande wandeling zijn twee etappes (traject 2 en 6) aan elkaar gekoppeld: van Gasteren naar Schipborg en van Schipborg naar Anloo. Met het laatste stukje Anloo-Gasteren bedraagt de tocht 16 kilometer. De routebeschrijving Knapzakpad Noord-Drenthe kost Fl.12,50. Inlichtingen bij VVV Anloo, tel. 05922-1333. Bus 12 Assen-Zuidlaren-Vries stopt zowel in Gasteren als Anloo.

Die vragen vormen de inleiding van een boekje met Drentse 'knapzakroutes', een meerdaagse voettocht door het Noordenveld van Assen naar Groningen. Het antwoord is heel boeiend. Assen was oorspronkelijk niet meer dan een verzameling boerderijen, een verlaten streek onder de hoede van Rolde. In de dertiende eeuw werd er een nonnenklooster gevestigd, dat bij de Reformatie geconfisqueerd werd en dienst ging doen als zetel van het gewestelijk bestuur.

Minstens zo interessant als deze historische verhandeling is de constatering dat nederzettingen als Anloo en Gasteren gebleven zijn wat ze waren: landelijke, bijna landerige esdorpen die nauwelijks hun middeleeuwse karakter zijn kwijt geraakt. De brink is nog steeds de centrale plaats in het dorp, al worden de eiken niet meer gebruikt voor het bouwen van een nieuwe boerderij en al zijn er geen 'dobben' (waterreservoirs) meer waar het vee z'n dorst kon lessen, de boerin de was deed en de dorpelingen de emmers vulden als er een brand moest worden geblust. Maar de lokale feesten worden nog steeds gevierd in het hart van het dorp, het café staat er en de bus stopt er.

Drenthe heeft de naam een fietsprovincie te zijn, maar de knapzakroutes illustreren dat het minstens zo aanlokkelijk is voor wandelaars. Vooral tussen Assen en Groningen, in het stroomgebied van de Drentsche Aa en over de terreinwelvingen van de Hondsrug.

We beginnen gewoon op de brink van Gasteren, in de strelende schaduw van een stel oude eiken. Met enkele tientallen voetstappen hebben we het dorp verlaten, over de Noordesch (voorbij de school naar rechts en vervolgens links aanhouden). De variatie van het landschap wordt al snel duidelijk. Heidevelden, weilanden, houtwallen en bosranden wisselen elkaar af en als je alle gezichten van het gebied gezien meent te hebben, sta je plots oog in oog met de levensader van het Noordenveld: de Drentsche Aa. Geen brede rivier, geen klaterende waterstroom, maar een verzamelnaam voor een stel beken die als kameleons door het land slingeren. Steeds als ze een dorp passeren, nemen ze daarvan de naam aan (Gastersche diep, Oudemolensche diep, Schipborgsche diep) en ruilen die bij een volgende nederzetting zonder scrupules weer in voor een andere.

Laten we trouwens het Anlooër diepje niet overslaan, een gleuf in de bodem die bijna onzichtbaar ons pad kruist - een naambordje moet ons er op attent maken. Als de kleinste trompetter in de fanfare blaast de greppel zijn partijtje mee, eeuwenlang onvermoeibaar water dragend naar de zee, nooit gegroeid maar onmisbaar voor dit botanische paradijsje.

Het Schipborgsche diep is de parel onder de beekjuwelen, onvoorspelbaar in zijn kronkelingen en op een warme zomerdag haast te loom om zich te verplaatsen. Hier heeft Rutger Kopland vele uren doorgebracht, “morgens aan de rivier, morgens waarin hij nog lijkt te overwegen waarheen hij die dag weer zal gaan”. Een bruggetje brengt ons naar de overkant.

De knapzakroute ondervindt hier de concurrentie van het Pieterpad, dat in een rechte lijn naar het zuiden koerst. Het routeboekje waarmee wandelaars zich op dit stuk koelte toewuiven, verraadt de tocht die ze lopen. Niet dat er files te zien zijn in het stroomdal van de Drentsche Aa, gelukkig niet.

Druk wordt het pas bij Mooi Zeegse, dat doorkruist moet worden. Het recreatieprogramma puilt uit van de activiteiten om de stilte te compenseren: een toneelvoorstelling, nachtwandelingen, damesvissen, een country & western-avond (spijkerbroek verplicht). Zeegse zelf bruist al even erg, pas voorbij hotel Duinoord zijn de eigen voetstappen in het zand weer hoorbaar.

In Schipborg 'sluipt' de beek 'schoorvoetend verder door 't wilde veen' (N. Pareau). Wij wijken van het knapzakpad af, gaan naar rechts over de Borgweg en volgen een pad dat over de Hondsrug naar Anloo voert. Het Strubbengebied (een Drents woord voor een laag bos van krom gegroeide eikestruiken) en het Kniphorstbos torsen een rijke historie met zich mee, die onderweg is af te lezen aan twee hunebedden en ongeveer vijftig grafheuvels. De bodemgeheimen die hier bewaard worden, zijn uniek voor Nederland. Waarom ze zo pal langs een heel oude verkeersroute liggen, is niet duidelijk. Het zullen geen graven van verkeersslachtoffers zijn. Mensen met een status misschien? Of bakenden de bewoners vroeger hun gebied af met een hunebed of een grafheuvel?

Het gebied is al jaren schietterrein van Defensie. Er waren zelfs plannen om er een intensief oefengebied van te maken, maar het gezond verstand heeft gezegevierd: de militairen trekken zich op termijn terug. Of er ook zo weinig wapengekletter voor nodig is om de motorcrossers, de scouting en de vrije kampeerders uit het gebied te weren, is nog de vraag. De wandelaar blijft in elk geval van harte welkom in deze regionen.

In Anloo laten we het knapzakpad voor wat het is, al was het maar om van het middeleeuwse kerkje te genieten. Het is een van de oudste van Drenthe, met een Schnitger-orgel uit 1696 en prachtige muurschilderingen. Hier zetelde vroeger het oude Drentse gerechtshof - de drost en zes etten. Eens per jaar oordeelt deze Etstoel nog steeds over een misdrijf.

Over het fietspad langs het Oosteinde is het nog drie kilometer terug naar Gasteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden