Een kleuterbibberlipje

Een kleuterbibberlipje was de angst van Hester Macrander in de zoektocht naar een goede basisschool voor haar zoon.

Net op het moment dat ik me niet kan voorstellen dat ik míjn lieve schattige peutertje hele dagen zal achterlaten in een klas met dertig snotneuzen en slechts één leerkracht ervoor, moet ik de keuze maken voor een basisschool. Doe ik dat niet tijdig, dan komt hij op een wachtlijst terecht. Help!

Welke criteria leg ik aan? De buurtschool met veel schoolvriendjes dichtbij huis, of beter: onderwijs aan de andere kant van de stad? Afgezien van allerlei praktische overwegingen moet er ook een ideologische keuze gemaakt worden: hoe wit, hoe zwart? Katholiek, openbaar, jenaplan, montessori, conventioneel?

Ik kijk in het telefoonboek, bel wat scholen en krijg een informatiepakketje. Dat varieert van een voddig stenciltje tot een heus leespakket. Ik schrijf mijn zoontje onmiddellijk in voor vijf scholen, in elk geval geen wachtlijst!

Vervolgens maak ik met mijn peuter een tocht langs die scholen. De meest voorkomende procedure is dat je een onderhoud krijgt met de schooldirecteur, waarna een rondleiding volgt door de school. Wat kom je daarbij te weten? Nog niet veel.

De eerste directeur bevestigt onmiddellijk al mijn vooroordelen: werken in het onderwijs is slopend. Voor mij zit een uitgebluste veertiger. Een man in de bloei van zijn leven, die volkomen op is. Op grond daarvan valt deze school meteen af, hoewel het de dichtstbijzijnde buurtschool is.

Het kan ook anders: ik ontmoet op een andere school een relaxte directeur in een leren jack, met foto's van motoren aan de muur van zijn kantoor. De school doet veel aan creatieve vakken, wat mij wel bevalt. Tijdens de pauze leidt hij me rond en legt links en rechts zijn grote handen op de hoofden van de kinderen, die hij allemaal bij naam kent. Het is er een vrolijke boel, maar ook erg druk en lawaaierig. Twijfelgeval.

Gaandeweg vormt zich langzaam mijn wensenlijstje. Het moet een plek zijn waar je je kind acht jaar lang met een gerust hart aan de zorgen van anderen toevertrouwt. Minstens zo belangrijk is natuurlijk de intellectuele ontwikkeling. Wie op de lagere school niet netjes heeft leren schrijven, of het onderscheid heeft leren maken tussen het gebruik van d's, t's en dt's, leert het nooit meer. Op internet schijn je lijsten te kunnen vinden van hoe goed scholen op de Cito-toets presteren. Dat soort cijfers zeggen mij, zeker voor een lagere school, niet genoeg. Daarnaast moet het natuurlijk ook gezellig zijn én een beetje schoon én veilig én goed bereikbaar én er moet iets aan creatieve vaardigheden gedaan worden én er moet aandacht besteed worden aan normen en waarden en levensbeschouwing, maar dat laatste in niet al te afgebakende mate. Er moet een goede overblijfregeling zijn, want tussen de middag mijn kind óók nog gaan halen en brengen wil ik absoluut niet.

Al zoekend komt de herinnering aan mijn eigen lagere school naar boven. Aan het hoofd stond een begeesterde hoofdmeester. Zoals die man kon vertellen over de natuur, of zelfs over de d's en de t's, dat vergeet je je leven lang niet meer. Zijn team bestond ook uit enthousiaste mensen. Dat is wat ik nu zoek: begeestering.

Eén school bevalt mij op papier heel goed, montessori-onderwijs: kinderen werken in hun eigen tempo en zoveel mogelijk zelfstandig. Als aartsindividualist zou ik daar zelf goed in gedijen. Wat ik níet begrijp is dat in een dergelijk systeem één leerkracht dertig kinderen op hun niveau moet begeleiden. De locatie is wél weer geschikt, dat wil zeggen: niet te ver weg. Ditmaal is de directeur een warrige, sociaal niet-vaardige man. Ik heb het gevoel een enorme aanslag te zijn op zijn toch al beperkte tijd. Voor de zoveelste keer steekt de arme man zijn verplichte verhaal af en bij mijn vragen kijkt hij onverholen op zijn horloge. Ik ben bij voorbaat de zoveelste lastige ouder. De rondleiding bestaat uit: kijk zelf maar even rond. Dit kan gewoon niet! Ik heb daarop het schoolbestuur een brief geschreven, dat het beter zou zijn als iemand anders de gesprekken met de ouders zou voeren.

De volgende school organiseert twee keer per jaar een informatie-ochtend. Onder het genot van een kopje koffie wordt een grote groep ouders getrakteerd op een geïnspireerd praatje van een leerkracht. Andere ouders stellen vragen waar je zelf even niet op gekomen bent. Het is een katholieke school met een conventioneel onderwijssysteem, schitterend gelegen in het bos. Het heeft een schooltuin, waarin de kinderen onder begeleiding tuinprojectjes doen. Maar: ik zie bijna geen allochtone kinderen. Een wel erg witte school en ook niet direct in de buurt. Twijfelgeval.

Ik let vooral op de sfeer. Is het rommelig, druk, vies, of heerst er een soort rust, of is het te strak ...? Dat is belangrijker dan een onderwijskundig plan. Ik kom uiteindelijk bij twee van oorsprong katholieke scholen. Zou het dan toch komen, doordat ik zelf katholiek ben opgevoed?

Mij komt ter ore dat de warrige directeur van de montessorischool plots vertrokken is. Ik bezoek de school nogmaals en tref een vervangster aan met de begeestering die ik zoek. Mijn zoontje en ik mogen een middag meedraaien in de kleuterklas. Tot mijn schrik staart vanuit de vensterbank een portret van Maria Montessori mij aan. Je gaat toch niet aan persoonsverheerlijking doen in een kleuterklas? Ik vraag er de kleuterjuf naar. Ze weet niet eens dat het portret er nog staat en haalt het weg. Uiteindelijk geeft de doorslag dat deze school gaat verhuizen en wel vlakbij ons huis terechtkomt. Bovendien is de schoolbevolking prettig gemengd wat betreft kleur. Keuze gemaakt!

Maar: ... op deze school-van-de-uiteindelijke-zorgvuldige-keuze blijkt mijn zoontje niet gelukkig. Elke ochtend moet ik naar een huilerig kleuterbibberlipje zwaaien. Dan ga ik alsnog op een andere school kijken. Eén waar de klassen klein gehouden worden, maximaal zestien leerlingen, dankzij een forse extra geldelijke bijdrage van de ouders. Het verhaal wat rondgaat over die school, is dat deze een verzamelplaats is voor kinderen die een beetje uitzonderlijk zijn. Daar zitten de hoogbegaafden, naast kinderen met dyslexie, of adhd, of noem maar op. Maar ja, wiens kinderen zijn nog normaal?

Ik ontmoet er een strenge, maar buitengewoon energieke directrice. Zij leidt mij druk pratend rond door de school, opent deuren van klasloken, waarbij alle kinderen opkijken van hun werk en de deur weer gesloten wordt. Als alle belangstellende ouders zo'n rondleiding krijgen, worden die klassen dus vele malen gestoord in hun werk. Voor kleuters lijken mij die kleine klassen wel ideaal, maar voor oudere kinderen moet er op school sociaal ook wat te beleven zijn. Het zou een tijdelijke oplossing zijn. Mijn zoontje blijft dus op de school-van-de-uiteindelijke-zorgvuldige-keuze en in groep drie begint hij het gelukkig leuk te vinden. Inmiddels zit mijn dochter er ook op, maar inzicht in hoe het echt op school toe gaat, heb ik nog steeds niet. Leren ze wel genoeg? Is het niet te rommelig en te ongeconcentreerd? Ik vrees het.

De jaren verstrijken en voor je het weet gloort aan de horizon de volgende lastige keuze: die van een middelbare school. Ik heb alvast één helder criterium: geen kantine waar vette kroketten verkocht worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden