Tentoonstelling

Een kleinere wereld begon bij de fotografie

Vel met portretten van kroonprins Wilwill, André-Adolphe-Eugène Disdéri, (1859). Onder: Sequentie van vormen van de mond bij het uitspreken van 'Je vous aime', M.G. Demeny, (ca. 1881).Beeld TRBEELD

Fotografie was vanaf het allereerste begin meer dan een kunstvorm, het was een manier om beter naar de wereld te kijken. Het Rijksmuseum toont nu een overzicht van die variatie in perspectieven.

Stel: we zouden een afbeelding van de maan kunnen maken, zo nauwkeurig alsof we erop stonden. En hiërogliefen zouden we kunnen kopiëren in een fractie van de tijd die tekenaars daarvoor nodig hebben en veel preciezer bovendien. Voor wetenschapper François Arago was het toekomstmuziek. In 1839 presenteerde hij de Franse regering zijn ideeën voor de mogelijkheden van de fotografie, alleen uitvinder Louis Daguerre kende de details. De uitvinding werd openbaar en in de loop van de negentiende eeuw perfectioneerden fotografen en uitvinders de techniek. Arago's wensen kwamen uit: fotografie maakte de wereld nauwkeuriger, vatbaarder en kleiner.

In het Rijksmuseum in Amsterdam zijn die nieuwe, negentiende-eeuwse perspectieven op de wereld te zien in de tentoonstelling New Realities. Met een selectie van driehonderd negentiende-eeuwse foto's uit eigen collectie probeert het museum duidelijk te maken hoe ingrijpend de uitvinding was op allerlei terreinen, lang niet alleen op kunstgebied, hoe breed de techniek al vanaf het begin werd gebruikt. Dat gaat van het door het museum pas gekochte boek met blauwdrukken van wieren en algen van Anna Atkins uit 1842 tot de eerste portretfoto's. En van 'functionele fotografie' van beenprotheses, een biljartspeler en een opstijgende reiger tot stereofoto's, foto's van steden of nagespeelde scènes die je dankzij een speciale kijker driedimensionaal kon zien.

Het is, ook al is vrijwel alles zwartwit, een wel erg bonte stoet van beelden, slechts geordend op categorie, niet naar fotograaf of zelfs maar land. Het Rijks verzamelt namelijk niet alleen Nederlandse fotografie, daar hadden andere musea al hun specialisme van gemaakt. Dus in die waterval aan onderwerpen stuiter je als toeschouwer ook nog eens de hele wereld over.

Als visitekaartjes

De eerste jaren is het nog beperkt tot Frankrijk en Engeland, waar de techniek voor het eerst door liefhebbers werd uitgeprobeerd en commercieel werd uitgebuit. Toch zijn er ook in die prehistorie Nederlanders te ontdekken, zoals Nicolaas Henneman, die samen met uitvinder Henry Fox Talbot de eerste fotodrukkerij probeerde op te zetten. En hogerop was er ook belangstelling voor de nieuwe techniek: bij de portretten hangt een serie fotootjes van Wiwill (1840-1879). Hij was de zoon van koning Willem III en had in 1859 in Parijs portretfoto's laten maken volgens de laatste mode, kleine fotootjes die je als visitekaartje kon gebruiken.

Doordat de fotografie op allerlei terreinen werd ingezet, krijg je als bezoeker van de tentoonstelling meteen een indruk van de speerpunten van die tijd. Er werden exotische oorden verkend en dammen gebouwd - kijk naar een foto van een dam in de Mississippi - , er kwam steeds nauwkeuriger onderzoek naar dieren en planten - een foto van een plataan uit 1893 en er werden spoorbruggen gebouwd - bij Culemborg, in 1868, ging de nieuwe spoorbrug op de foto. Foto's die de tijdgenoten ongetwijfeld hebben verbaasd, maar die ons vooral doen verbazen hoe 'gewoon' de mensen er toen uitzagen, hoe alledaags de zuilen, bruggen, en steden en ook inderdaad de maan, groot uitgevoerd met nauwkeurige omschrijving van de locatie van de opname, maar o zo vertrouwd.

De tentoonstelling heeft, ondanks de rijkdom in variatie van de vorm van de vroege foto's, iets merkwaardigs. Er is, zoals vaker in Nederlandse musea, de geforceerde Engelstaligheid: niet alleen de titels van tentoonstellingen in het Nederlandse nationale museum zijn in het Engels, ook de door Irma Boom vormgegeven catalogus komt alleen nog maar in een Engelstalige versie. Er is de stijve keurigheid: een groot deel van de foto's in de negentiende eeuw werd onder de toonbank verkocht omdat ze expliciet pornografische scènes bevatten. Een 'werkelijkheid' die in de tentoonstelling niet of nauwelijks is terug te vinden.

Geforceerde presentatie

Het vreemdst is de geforceerd formele manier waarop de foto's in de tentoonstelling zijn gepresenteerd. Een reclame voor sokken in een boek in de vorm van een ingeplakte foto is gepresenteerd als een kostbare schat, opgebaard in een speciaal daarvoor neergezette vitrine. Passe-partouts zijn tot in het absurde toegesneden op de vorm van de foto's, zodat die tóch weer de status van kunstvoorwerpen krijgen en waarbij tóch weer de bekende namen als sterren worden opgevoerd. Het zíjn inderdaad bijzondere objecten, die met zorg bewaard en getoond moeten worden, maar de presentatie als kostbaar kunstobject maakt het wel extra lastig voor de toeschouwer om de schaal van de beeldrevolutie die zich in de negentiende eeuw voltrok, te kunnen vatten. Foto's waren immers geen kunstobjecten, ze waren gebruiksvoorwerpen waarmee de wereld dichterbij kon worden gehaald. Tsja, een teletijdmachine, die was hier goed van pas gekomen.

★☆☆ 
'New realities - Fotografie in de 19e eeuw' , tot 17 september in het Rijksmuseum in Amsterdam.
Catalogus 39,95 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden