Een kleine tijdreis door Genève

In Genève staat een gedenksteen voor Calvijn-criticus Michel Servet. Hij eindigde in 1553 op de brandstapel. Het monument zegt ’sorry’.

Als thuishaven van de Verenigde Naties, het internationale Rode Kruis en de Wereldraad van Kerken is Genève een stad van internationale betrekkingen.

Dat is ze sinds de zestiende eeuw, toen uit heel Europa vervolgde protestanten hun toevlucht zochten tot de Zwitserse stad, die, mede dankzij Johannes Calvijn, de Reformatie al aanvaard had.

De hervormer (een Fransman, geboren als Jean Cauvin) werd 500 jaar geleden geboren. Voor de oplettende wandelaar leeft hij in de binnenstad van Genève nog altijd voort.

Begin bij het bus- en tramstation op de Rue de Rive, linksaf de Rue d’Italie in en dan de trappen op naar de oude stad. Rechts ligt het collège dat Calvijn in 1559 stichtte. Zes dagen per week, negen uur per dag werd hier – lange tijd het enige schoolgebouw van Genève – les gegeven. De school ligt aan de Rue Théodore-de-Bèze, vernoemd naar een van de geestverwanten en tijdgenoten van de reformator.

Tegenstrevers had Calvijn ook, voor wie hij niet mild was. Rechtdoor lopend komen we op de Promenade de Saint-Antoine, een deel van de ’Via Dolorosa’ die Michel Servet, arts en theoloog en kritisch over Calvijns opvattingen, op 27 oktober 1553 moest afleggen naar het ’Golgotha’ van Genève, naast het huidige ziekenhuis in de wijk Champel. Op voorspraak van Calvijn was Servet gearresteerd en berecht om zijn ideeën. De doodstraf volgde.

„Kort na twaalf uur vertrok een processie vanaf het stadhuis”, schreef een ooggetuige. „Een bonte stoet met in hun midden, de armen op de rug gebonden, een man van middelbare leeftijd, wiens geleerde gezicht de sporen droeg van langdurig lijden.” De executie verliep amateuristisch, langzaam en pijnlijk.

In 1903 werd op de plek van de brandstapel een monument voor Servet opgericht. In dezelfde buurt draagt ook een straat zijn naam.

We gaan rechtsaf de Rue Maurice in, en weer rechts naar de Rue Etienne Dumont. Aan de rechterkant zit café ’Demi Lune’ (halve maan) met zijn ’calvijnkelder’: La cave Calvinus. Aan het eind van de straat linksaf (de bovenste straat) de Place du Bourg-de-Four op. Na nog twee keer rechtsaf slaan komt de Cathédrale Saint Pierre in zicht. Rechts ervan staat het auditorium waar Calvijn doceerde. Binnen herinnert een gedenksteen in een nis eraan.

In de kathedraal staat naast de preekstoel een houten stoel die van de reformator geweest zou zijn. Een fabeltje. Wie op de stoel zou gaan zitten, kijkt naar een plakkaat in de kerkmuur uit 1535 met een paar veelzeggende woorden: ’Romani Antichristi Tyrannide’.

Links van de kathedraal staat het Musée International de la Réforme, waar het gedachtengoed van de reformatie zichtbaar is in schilderijen en documenten, waaronder een handgeschreven brief van J.C. zelf.

We steken het kerkplein over, door de Rue Otto Barblan en dan rechts de Rue Jean Calvin in. Halverwege aan de rechterkant, op nummer 11, woonde Calvijn. Het huidige pand is 200 jaar jonger.

Op naar het Reformatiemonument: aan het eind van de Rue Jean Calvin linksaf de Grand Rue in, rechts naar de Rue Henry-Fazy, langs de pilaren en dan links de Promenade de la Treille op. Wie bij het hek op zijn tenen gaat staan, kan beneden op het achterhoofd van Calvijn kijken. Hij staat daar als tweede van links, vijf meter hoog, in de Muur der Reformatoren.

De honderd meter lange muur ligt in het Parc des Bastions. Rechts naast Calvijn staat zijn geestverwant Farel, links van hen staan Théodore de Bèze en John Knox, de Schotse reformator. Kleiner, en een eindje opzij van de vier grootheden, herkennen we onze eigen Willem van Oranje. Naast hem is in de muur gebeiteld dat ’d’ondersaten en zijn niet van Godt geschapen tot behoef van den prince maer den prince om d’ondersaten will’.

De route gaat verder het park uit, naar het verderop gelegen graf van Calvijn: het Place Neuve oversteken, links om het Grand Théatre heen, tot de Place de la Synagogue. Hier links, de Rue de la Synagogue uitlopen tot de begraafplaats Plain-Palais.

Op 25 april 1564, een paar weken voor zijn dood, dicteerde Calvijn zijn testament. „Ik, dienaar van het Woord Gods in de kerk van Genève, voel mij door verscheidene ziekten zo uitgeput, dat ik niet anders kan denken dan dat God mij spoedig uit deze wereld wil wegnemen.”

Hetgeen geschiedde op 27 mei van dat jaar. Het graf van de reformator is een eenvoudige steen met zijn initialen, linksachter op de begraafplaats.

Hier eindigt de wandeling. Vanaf Place Neuve vertrekken bussen en trams terug naar Rue de Rive, lopen kan ook. En voor wie er nog geen genoeg van kan krijgen: naast het Grand Théatre is op de Rue Francois Diday een halte van bus 35 richting Hopital. Wie de gedenksteen voor Michel Servet wil bezoeken, neemt deze bus naar halte Roseraie.

De gedenksteen (pal naast de bushalte) voor de brandstapel is door ingrijpen van Geneefse gereformeerden géén eerbetoon aan Servet geworden, maar een verontschuldiging voor het handelen van Calvijn, die, volgens de inscriptie, een ’fout’ beging die ’eigen was aan zijn tijd’.

In zijn testament toonde J.C. zich van geen kwaad bewust. „In alle strijd die ik tegen de vijanden der waarheid voerde, ben ik niet met list of sofisterij te werk gegaan, maar heb ik zijn zaak zuiver verdedigd.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden