Een klein beetje beschaving bijbrengen

Zaterdagmorgen is Martin van Amerongen overleden. Hij had de avond ervoor nog een laatste blik geworpen op de eerste jubilieumkrant van zijn 'De Groene Amsterdammer' die dit weekend uitkwam. Van Amerongen, journalist, veelschrijver, kenner van de Duitse cultuur, werd 60 jaar. Hij leed al enige tijd aan kanker.

Nooit meer die wapperende haren, die blik achter dat brilletje of dat staccato stemgeluid. Nooit meer die volzinnen, gehouwen uit de schoonheid van vervlogen dagen. Zag je hem lopen langs de grachten van Amsterdam, een heer met wapperende jaspanden, moest je onwillekeurig denken aan Mozart. Tot begin dit jaar. Toen Van Amerongen zich in een vraaggesprek liet ontvallen dat, inderdaad, muziek hem altijd begeleidt. ,,Als ik over straat wandel, zoemen Schuberts strijkkwartetten in the back of my mind.'' Alleen al van 'Die Winterreise' van Franz Schubert had hij zo'n veertig à vijftig uitvoeringen in de kast staan, verklapte hij onlangs aan Frénk van der Linden in waarschijnlijk zijn laatste interview. ,,Maar ja, ik ben dan ook een maniak.''

Voor Van Amerongen was muziek absoluut het allerhoogste. ,,Toen ik zestien was, hoorde ik bij een vriendje voor het eerst klassieke muziek. Mozart, K 466, pianoconcert in D-mineur. Het was alsof er een sluier voor mijn gezicht werd weggehaald.'' Maar hij mocht zich ook verpozen met literatuur, toneel of politiek.

Lopen, dat deed hij veel. Of hij liet zich rijden, als een heer van stand. Op zijn twaalfde heeft-ie voor het laatst gefietst. Want Van Amerongen, zoon van een joodse vader en een moeder van christelijke huize, gruwde van sport. En fietsen riekt daar al behoorlijk naar. Bovendien was zijn eerste betrekking, en eigenlijk ook al de volgende baantjes, gemakkelijk met de tram te bereiken: bediende in het magazijn van een fabrikant van damespantalons. Of begon hij zijn carrière als assistent-deurwaarder, waartoe hij ,,iedere dag armlastige wanbetalers moest voorbereiden op de aanstaande verkoop van hun boedel''? De bronnen spreken elkaar tegen en de persoon in kwestie hield wel van enige verwarring; dat draagt bij aan mythevorming. Net zoals zijn ambitie op jonge leeftijd onduidelijk is. In het ene interview heet het dat de autodidact Van Amerongen, die het nooit verder schopte dan het diploma mulo, ervan droomde dominee te worden. Maar uit een ander vraaggesprek blijkt vooral een intellectuele interesse voor de Bijbel: ,,Ik ben blij dat ik een beetje de weg ken in de Heilige Schrift. Ik kan mij in het museum geen betere catalogus wensen.'' Aan het eind van zijn leven hadden de 'filosofen van het gezond verstand' als Carry Van Bruggen, Karl Popper en Sigmund Freud overigens zijn absolute voorkeur.

Begin jaren zestig zette Van Amerongen zijn eerste schreden in de journalistiek. Het begin van een enorm, veelzijdig oeuvre. ,,Ik heb anderhalve kilometer drukwerk bijeen geschreven.'' Daaronder diepgravende biografieën, van bijvoorbeeld Heine, Wagner of Mozart, toneelstukken maar ook 'luchtige werkjes', zoals de befaamde briefwisseling van ir. H.A. Schuringa begin jaren tachtig. Onder die naam schreef Van Amerongen, op speciaal ontworpen ir. H.A. Schuringa-briefpapier, vooraanstaande kunstenaars, wetenschappers en leidende politici. Om zijn beklag te doen over de voosheid van de moderne samenleving. De reacties waren vaak minstens zo amusant als de brieven die Van Amerongen alias Ir. Schuringa verstuurde.

Op de redactie Leeuwarden van Het Vrije Volk moesten ze, begin jaren zestig, wennen aan die eigengereide jongen met dat Professor Zonnebloem-uiterlijk. Dat eeuwige driedelig kostuum (,,Dat droeg ik al in de wieg: reuze praktisch.'') en die hoed. En 's nachts, had hij zelf verteld, een slaapmust op, mét belletje. Maar Van Amerongen betoonde zich, zoals hij dat zelf later noemde, een bekwaam 'socialistisch waterdrager'. Dus halverwege de jaren zestig werd hij door Mathieu Smedts naar Vrij Nederland gehaald, tussen de coryfeeën van links journalistiek Nederland. Rinus Ferdinandusse, Joop van Tijn, Igor Cornelisse en natuurlijk Bibeb. Daar kwam Van Amerongen journalistiek tot volle wasdom: boven zijn schrijfmachine kon hij zich volledig overgeven aan zijn hobby's. Werken, zeven dagen in de week, was het natuurlijk niet. ,,Dat deed ik deels uit ingebouwde neurose, deels in het besef dat die zeven dagen per week inderdaad niet genoeg zijn. En wees eerlijk: wat wij doen, kun je toch niet werken doen? Kom nou! Het is betaalde liefhebberij! Een vak voor gebenijden.'' Drie dagen tikken aan een stuk over Heine bijvoorbeeld was niets bijzonders. Een weekje om de sociaal-democratie definitief af te leggen? Ook d t kon. Net zoals Van Amerongen later, als hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer, een jaar lang iedere week een werk van Mozart besprak. 52 Mozart-werken werkte hij zo af, op de achterpagina van 'zijn krant'. Geen andere krant zou op het idee komen, geen andere krant zou het plaatsen.

Politiek deed de 'Heimatlose Linke', de 'rationele romanticus' en 'het grootste curiosum uit de Nederlandse journalistiek' (Hugo Camps) vooral eind jaren tachtig van zich spreken. Hij zag weinig in de 'bloedeloze PvdA-boekhouders'. Van Amerongen voelde zich veel meer aangetrokken tot de sociaal-democratie van voor de oorlog, toen de verheffing des volks nog hand in hand ging met de klassenstrijd. Niet voor niets zag hij het ook als zijn persoonlijke missie om met zijn schrijverij 'de mensen een klein beetje beschaving bij te brengen'. Nee, dan de PvdA: die heeft ,,elke vorm van intellectuele en culturele emancipatie opgegeven'', luidde zijn verwijt dat vooral het stadsbestuur van 'zijn Amsterdam' eind jaren tachtig trof. ,,Als ik zie hoe de samenleving belazerd wordt, weet ik daar de hardste termen voor te vinden. De decimering van de PvdA wil ik graag op mijn conto schrijven. Ik heb daar veel werk van gemaakt via lezingen en anderzijds. Het moet afgelopen zijn met de bestuurlijke arrogantie van de wethouders.'' Zijn publieke oproep tegen de cultuur van 'Breznjev aan de Amstel' luidde een zware stembusnederlaag in voor de PvdA. Regenten als wethouder Walter Etty moesten hun bureau op het stadskantoor leegruimen.

Elitair, zeker. Maar ook buitengemeen aardig en hoffelijk. Een tikkeltje schuchter, verlegen, maar ook meelevend. En bereid de prijs voor zijn levenswandel en -opvatting te betalen. Al op de redactie van VN, waar hij twintig jaar werkte, voelde hij zich een eenling in het 'Mozartbordeel', het kamertje waarin hij boven zijn schrijfmachien de dagen wegtikte. Een vertrek gedecoreerd met, uiteraard, veel boeken, de bustes van Lenin, Mozart, Shakespeare en parkiet Otto II.

Van Amerongen was dan ook de gedroomde hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer die onder zijn leiding altijd meer sympathisanten dan lezers heeft gekend. Want 'de krant', zoals hij 'De Groene' liefkozend noemde, moest en zou uitblinken in polemieken, essays, beschouwingen over politiek, wetenschap en cultuur. Zo'n journalistieke formule, consequent toegepast, is aardig en uniek, maar levert geen hoge oplagecijfers op. Als de nood echt aan de man kwam, was Van Amerongen altijd bereid de ivoren toren voor een uitstapje te verlaten. Des noods ging de hoofdredacteur met zijn blad onder de arm hoogstpersoonlijk langs reclamebureaus, om advertenties te ronselen. Net zoals hij, de linkse intellectueel, zich begin jaren tachtig liet gebruiken voor een pr-stuntje van Willem 'Datex' Smit, een computerboer die op advies van enkele journalisten twee ton fourneerde voor de lege clubkas van De Groene. ,,Ik heb me laten verkrachten door een barretje Hilton-figuur'', verklaarde de hoofdredacteur achteraf. Het was een overval, een opzetje: De cheque lag al op zijn deurmat nog vóór hij 'nee' kon zeggen. De ochtendkranten van de dag erna openden met het nieuws over de gift. Maar geretourneerd is de cheque nimmer.

Of zijn leven zin had gehad, wilde Frénk van der Linden weten. Van Amerongen aarzelde een seconde en antwoordde toen: ,,Natuurlijk, het leven heeft in zekere mate zin gehad zolang ik ook maar één persoon heb weten te enthousiasmeren voor Mozart, de 41-ste Symfonie.'' Hij zag op tegen een ellendig ziekbed. Hij had het afgelopen jaar aardig geleerd met slokdarmkanker te leven. Maar als het echt droefenis zou worden, dan moest de dokter er maar aan te pas komen. Ja, hij zou een euthanasieverklaring tekenen. ,,Je kunt daar dramatisch over doen, maar zo voel ik dat zelf helemaal niet.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden