Mooiste NederlandLeiden

Een klein avontuur in Leiden, waar het gedistantieerd genieten is

Beeld Monica Wesseling

Nu we niet met z’n allen naar dezelfde mooiste Nederlandse plekken moeten gaan, doen onze wandelende schrijvers het anders. Monica Wesseling wandelt door Leiden, haar stad, op zoek naar groei en bloei. 

De meeuwen krijsen me al tegemoet als ik de deur uit loop. Gewichtig, opgefokt en agressief schelden ze elkaar uit voor meurende, slijmerige totaal vergane vis. In de bloembak een bloeiende raapsteel als voorbode van geplande bloemen, de zon aan het firmament.

Het zijn barre tijden, tijden van angst, beperkingen en ontnaasten. Van klein leed ook. Zoals zovelen mis ook ik de laving van mijn natuurtochten. De echte natuur, van die wilde en lekker weidse is te ver om op de fiets te bereiken, trein en bus slechts toegankelijk voor zij die er echt toe doen. En dus rest mij niets dan op zoek te gaan naar groei en bloei, mooie blikken en kleine hoop in eigen stad.

Het voorjaar is aangebroken, in elk geval voor de wegmieren op mijn stoep. De eerste houden hun verkenningstochten, dra gevolgd door de meute. Omdat ze dol zijn op luizen (ze eten hun poep) verdedigen ze die tegen de lieveheersbeestjes die juist een luisje lusten. Een mooi systeem, maar niet echt handig als je een paar leuke bloemen probeert te krijgen.

Maar ach, ook mieren hebben zo hun leuke kanten. Alleen al de bruidsvluchten wat later in de zomer. Uit de miereneitjes komen dan ook gevleugelde exemplaren die allemaal tegelijk het luchtruim kiezen, direct gevolgd door enthousiaste meeuwen.

StadsgezichtBeeld Monica Wesseling

Het buurtontmoetingspunt is dicht

De stad waarin ik woon is oud, mijn straat uit begin twintigste eeuw, een tijd waarin van strakke bouwplannen nog geen sprake was met licht ongeorganiseerde wijken tot gevolg. De woningen in mijn straat voor de ietwat ‘hogere’ arbeiders als alternatief voor de schrale huurwoningen (zeg maar krotten) waarin ze voorheen verbleven; om de hoek statige panden voor renteniers en andere welgestelden. Én twee eksters die hoog in de bomen van de takkenzooi van een soortgenoot een fatsoenlijk onderkomen maken.

De zon verdubbelt een kleine boom met een wuivende schaduw op een muur en vormt de spijlen van een brug tot streepjescode. Het buurtontmoetingspunt is dicht. Op de stoep een magere man die in zichzelf praat, verstoken van zijn koffie en geestelijke steun.

Door maar weer, de wonderschone Zoeterwoudse en Witte Singel op waar rechtenstudenten in het gras en op de kade twee aan twee en op voorgeschreven afstand casussen doornemen. Op de kant twee opgedregde fietsen; relicten van een losbandig studentenleven. Een meerkoet glijdt door het water, in de snavel een sliert als bouwmateriaal. Bomen ontbotten en ontvouwen hun bladeren. Gewoel is verstomd, de stad in stilte vervallen.

De hortus is verlaten maar gelukkig laten de bloemenpracht en de oude bomen zich ook van een afstandje bewonderen. Een halsbandparkiet prevelt in zijn eentje, knalgroen in een zonnige boom. Zijn hormonen lijken nog niet op te spelen. Hoe anders bij de koolmezen die luid TIEE ta TIEE ta TIEE roepen in de bloeiende prunus.

Twee opgedregde fietsenBeeld Monica Wesseling

Op avontuur

Het is klein avontuur hier, zo in de stad. Klein avontuur en kleine troost. De zon geeft warmte, glimlachen van herkenning bij de zoveelste slalom en stilte.

De Garenmarkt op, ooit, toen de stad nog lakenstad was, in gebruik als raamland. Hier werden de wollen stoffen op houten ramen gespannen. Raamland werd ‘fabrieksterrein’ met de komst van de textielfabriek van Le Poole, een sociaal bewogen fabrikant.

De fabriek verdween, het plein onderging steeds gedaantewisselingen en lag er de laatste jaren knap verloederd bij. Auto’s ‘brachten de redding’. Op de nieuwe ondergrondse parkeergarage komt een klein groenstukje met speelse paden. De aanleg is tijdelijk gestopt, maar de contouren stemmen hoopvol.

De crisis heeft het fanatisme van de plantsoenendienst getemperd en paardenbloemen, witte en paarse dovenetel, stinkende gouwe en raapzaad overwinning bezorgd. Op een bloeiende wilg tref ik een aardhommel. Ze heeft als volwassen hommel de winter weten te overleven, komt nu op krachten om op zoek te gaan naar een plek om een nest te stichten.

Voorjaarsbloemen in de stadBeeld Monica Wesseling

Ongezien wordt gezien

Zo banjerend wordt ongezien gezien: het asymmetrische patroon van de kinderkopjes, de gevel van het pand waar voor de komst van Naturalis het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie was gehuisvest en de bloempotten waarmee bewoners hun buurt opfleuren.

Ik ben niet de enige die zich loopt te luchten. De stad is er een van gedisciplineerd gedistantieerd genieten. Jammer eigenlijk dat er zoveel onrust voor nodig is om tot rust te komen. Nog even het Plantsoen in, een zeer geliefd en wonderschoon park, rond 1840 aangelegd op de bolwerken van de stad die tien jaar daarvoor waren geslecht. De wind is nog schraal en geeft als altijd in het voorjaar die vreemde combinatie van ont- en gekleed. De een waagt zich buiten met blote armen en benen, de ander nog dik ingepakt compleet met muts en sjaal. In de zon gaat alles open, erbuiten rap weer dicht.

Ik pak nog wat extra straten, maar dan is het om toch echt om. Voor mijn huis is inmiddels een lieveheersbeestje neergestreken. Glanzend, bol en helderrood.

Kijk om je heen

In elke stad en elk dorp is een wandeling te maken. Kijk tussen de tegels, op ongebruikte stukjes, in de lucht en naar de bottende bomen. Dwaal zonder plan, thuis zul je altijd wel weer komen.

Tip: neem zolang horecazaken gesloten zijn een thermoskan mee (en eigen soep en salades en boterhammen).

 Voor Het mooiste Nederland in tijden van corona probeert de redactie van Trouw dicht bij huis te blijven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden