Een kip in 't water

Liefst was ik pianist geworden. Misschien had dat ook wel gekund, als ik net iets talentrijker was geweest en iets meer had gestudeerd, maar feit is dat ik het heb opgegeven: op mijn leeftijd breek je niet meer door. Toch kan ik nog altijd slecht tegen grote pianisten. Laat ik er eerlijk over zijn, ik ben groen van jaloezie als ik ze het podium op zie komen, hun vingers op het klavier plaatsen en vooruit, daar vloeit een nocturne van Chopin uit hun vingers, de Appassionata van Beethoven, ach wat zouden ze hun licht onder de korenmaat stellen om mij te plezieren en het idee te geven dat ik ook nog wel meekom!

Nee, Islamey van Balakirew doen ze, een van de meest virtuoze pianostukken ooit geschreven, een pianoconcert van Alberto Ginastera. Mijn jaloezie is de voornaamste reden waarom ze mij niet vaak in het Concertgebouw zien. De tv is veiliger want die kan uit. Onlangs bekeek ik een documentaire over de grote Svjatoslav Richter, een van mijn idolen. Hij speelde er op los, overal en van alles, van Bach tot Rach, alles even prach, zal ik maar zeggen, maar hij viel vooral op door opmerkelijke uitspraken: zo hield hij meer van Haydn dan van Mozart en vond hij het onzin dat pianisten overal hun eigen vleugels mee naartoe sleepten, je moest het overal op kunnen. Aan het eind van zijn leven ging het niet meer, liet hij horen, hij durfde de piano nauwelijks meer aan te raken en inderdaad, vlak voor zijn dood klonk zijn spel gebrekkig, onbeheerst, maar nog altijd tien keer zo goed als het mijne, stelde ik vast. Op het laatst zag je een shot van de oude maestro, hoofd in de handen, sombere blik: het probleem is dat ik niet van me houd, zei hij. Afgelopen maandag was Joao Carlos Martins aan de beurt, de Braziliaanse meesterpianist die naast Glenn Gould een van de grootste Bach-vertolkers heet te zijn. Ook hier weer razende vingers in oude zwartwit-filmpjes, de Carnegie-Hall op z'n kop. Leuke, vlotte man bovendien, heel anders dan de ondoordringbare Richter maar zijn tragiek was dat hij aan een soort chronische RSI leed en om de zoveel jaar moest stoppen. Hij was in de tussentijd op een bank gaan werken, had een bouwbedrijfje gehad en liet zich op de velden van zijn favoriete sport, voetbal, zien. Hoe je het ook wendde of keerde, hij leefde, maar de Goldbergvariaties, nee, dat ging soms niet. Zwijgend en vol zelfafkeer keek ik ernaar. Dat kan ik dus inmiddels: gebrekkige en afgetakelde pianisten aanzien en -horen, voormalige virtuozen voor wie alles relatief is geworden. Maar Wibi Soerjadi of Arcadi Volodos? Daar ben ik nog lang niet aan toe. Misschien als ik zelf bevend in het rusthuis zit en nog net 'Boer daar ligt een kip in 't water boer' kan voortbrengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden