'Een kind van zes moet lekker zijn eigen vriendjes kiezen'

Zoon van zes speelt met veel jongere kinderen. Waarom zou hij dat doen?

Vader kijkt wat verwonderd naar zijn zoon van zes. Hij zit nu in groep drie maar lijkt liever te spelen met kinderen die een stuk jonger zijn dan hij: niet zijn klasgenoten, maar de jongens uit groep 1. "Cognitief ligt hij flink voor op die kinderen, die het op hun beurt prachtig vinden dat zo'n grote gozer met hen wil spelen, vertelt hij. "Wat moet ik daar van denken?"


Het kan heel goed dat de jongen zijn leeftijdgenoten qua leren vooruit is, maar sociaal-emotioneel nog niet zo ver is, zegt ontwikkelingspsycholoog Karla Mooy. "Daarom laten ouders hun kinderen soms nog een jaartje kleuteren."


Mooy, gespecialiseerd in opvoeding van slimme kinderen met moeilijk gedrag, ziet vaker dat een en ander uit balans is. Erg pienter met leren, maar ook erg gevoelig. Dit gedrag zou ze overigens helemaal niet als 'moeilijk' kenschetsen. "Jonge kinderen zijn zich op zoveel punten aan het ontwikkelen, dat loopt niet allemaal gelijk. "Soms verwachten ouders te veel als een kind verbaal sterk is. Hij is al zo groot, nu moet hij toch wel weten hoe hij zich moet gedragen. Lekker laten gaan."


Volgens de ontwikkelingspsycholoog zit er niet zo heel veel verschil in het spel van een vier- of dat van een zesjarige. "Ze hebben misschien een andere fantasie. De jongsten kunnen, als bijvoorbeeld Sesamstraat is afgelopen, nog zwaaien naar de tv. Dat zal een zesjarige niet meer zo snel doen."


Groep drie is best indrukwekkend, zegt Mooy. "Als deze jongen gevoelig is voor al die nieuwe prikkels, dan vindt hij het misschien fijn dat het spelen gaat zoals hij het in zijn hoofd heeft. Met jonge kinderen houdt hij de touwtjes in handen. Dat geeft hem grip op de wereld. Zo kan hij tijdens het spelen tenminste ontspannen."


Ook opvoedkundige Tamar de Vos denkt dat het met onzekerheid te maken kan hebben. "Dan is het fijn als er een beetje tegen je op wordt gekeken." Zij raadt de vader aan na te gaan of de jongen zich altijd en overal op kleintjes richt. Ook in de klas, ook als hij buiten speelt, op zijn sportclub? Maar zelfs al doet hij alles met vierjarigen, dan nog is dat niet iets om je druk om te maken. "Op deze leeftijd is dat niet meteen zorgelijk." Voor hetzelfde geld mist deze jongen gewoon zijn jongere speelkameraadjes van vorig jaar en zoekt hij ze daarom nog op, zegt ze. "Het kost een paar maanden voordat kinderen gewend zijn aan zo'n overstap naar groep drie. Misschien zit er in de nieuwe klas ook niet meteen een jongen of meisje met wie het klikt." Het kan volgens haar ook gewoon een voorkeur zijn voor dezelfde dingen, dat die kleintjes nog veel in de zandbak mogen in de pauze en dat de zesjarige dat ook het liefste doet."


De opvoedboeken zeggen dat peuters en kleuters vooral vrienden worden met kinderen die ze aardig vinden. Pas later, vanaf negen, tien jaar, gaan gezamenlijke interesses spelen.


Tja, waarom zoeken kinderen elkaar op, wanneer klikt het?, dubt Karla Mooy. Zij redeneert liefst vanuit de praktijk. "Voor volwassenen is het al lastig aangeven waarom ze precies bevriend zijn met een ander. Bij kinderen snap je het soms ook niet, dan hebben ze regelmatig ruzie, maar blijven ze wel met elkaar omgaan. Je kunt het aan karakter wijten. Ik noem het meer de fabrieksinstelling: zo steken ze nu eenmaal in elkaar."


Ze meent dat kinderen zelf het beste aanvoelen wat ze nodig hebben. "Deze jongen heeft kennelijk behoefte aan jongere kameraadjes. Waarom zou hij die of het spel dat ze spelen, niet zelf uit mogen uitkiezen? Er zijn op school al genoeg dingen die moeten."


Ingrijpen is alleen nodig als het gedrag blijft voortduren en echt gaat opvallen, zegt Tamar de Vos. "Als klasgenoten hem gaan uitlachen omdat hij nog met kleuters speelt. Als hij wel met leeftijdgenoten wil spelen, maar er niet op af durft te stappen."


Als het goed is leert een kind veel van vriendschappen: ruzie maken en het vervolgens oplossen. Hij leert zichzelf kennen. Maar vriendschappen moeten wel eerlijk blijven, zegt Mooy: "Deze zesjarige moet geen dingen ontlopen, hij moet zichzelf of de kleuters niet tekortdoen, de een moet de ander niet gaan domineren."


Wordt het te gek dan kunnen de ouders de juf om hulp vragen. "Misschien kan zij dan stimuleren dat hij iets meer met klasgenoten samenwerkt." Maar ook dan pleit zij voor een speelse aanpak. "Niet te veel druk achter zetten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden