Een kilo literatuur, graag

Boeken worden hoe langer hoe dikker. Willen we meer 'waar voor ons geld'? Of moeten redacteuren schrijvers vaker tot de orde roepen?

Tijd om te lezen hebben we amper, maar boeken kunnen ons niet dik genoeg zijn. Kijk maar eens in de lokale boekwinkel. Bij Feijn bijvoorbeeld, aan de Laat in Alkmaar. Daar zien we de tegels in de kast staan van Knausgard (het deel 'Vrouw' is 1081 bladzijden), er lonkt een forse Elizabeth George, Jonathan Franzen is gezet, Kenn Follett overschrijdt de 1100 pagina's, 'Een honger' van Jamal Ouariachi (592 bladzijden) mag er zijn, Bert Natter met 'Goldberg', toch ook behoorlijk: 560 keer pageturnen. En zie: daar ligt de debuutroman van Lize Spit uit te buiken met zo'n 500 bladzijden.

"Het is maar wat je onder dik verstaat", zegt Michael van Buizen van Feijn. "Soms lijkt een boek dik, maar valt het in de praktijk wel mee. Dan zit de dikte in een groot lettertype, een dik omslag en extra dik papier. Dat doen ze omdat uitgevers denken dat dikke boeken beter verkopen. Veel boek voor een redelijke prijs." Van Buizen weet waarover hij praat, hij is veertig jaar boekverkoper. Of specifiek románs dikker zijn geworden, durft hij niet te zeggen. "Maar zeker is wel dat thrillers, geschiedenisboeken en kookboeken vaker pillen zijn."

Non-fictie

De Koninklijke Boekverkopersbond doet op verzoek een telefonische rondgang langs een aantal leden. Daaruit komt hetzelfde beeld. Rond 2000 is het genre non-fictie in opkomst, met name de biografieën en historische werken. Dat zijn vaak de dikmakers, laten enkele boekhandelaren weten. "Maar dat zit ook in de aard van het genre opgesloten. Neem bijvoorbeeld de biografie over Multatuli (912 blz.) en historische werken zoals die van Geert Mak ('In Europa' 1222 blz.)", aldus een woordvoerder van de bond.

Is er ook wetenschappelijk bewijs voor de opkomst van letters per kilo? Jawel. Het meest recente wetenschappelijke bewijs stamt uit de zomer van 2014. Cultureel socioloog Thomas Franssen onderzocht toen de prijsontwikkeling van boeken uit de genres poëzie en fictie en ontdekte als 'bijvangst' dat boeken in 2009 gemiddeld bijna 100 pagina's dikker waren geworden dan in het begin van de jaren tachtig. Franssen: "We hebben de database van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag gebruikt. Daar sturen uitgevers een exemplaar naartoe van elk boek dat ze uitgeven. In die database wordt door de KB ook het aantal pagina's genoteerd. Dat hebben wij vervolgens gebruikt om te kijken of het gemiddelde aantal pagina's per jaar door de tijd heen verandert. Dus het aantal bladzijden is bij ons hetzelfde als dikte."

Of we ook meer wóórden voor ons geld krijgen is een ander verhaal. Na de jaren zeventig is het zetwerk eerst electronisch en later digitaal geworden. Het betekende een enorme uitbreiding van de mogelijkheden de pagina's in te delen. Ook met de grootte van letters en de dikte van papier kan naar believen worden gegoocheld.

De vraag is waar die literaire dikdoenerij uit voortkomt. Rob Schouten en Jaap Goedegebuure, literair recensenten bij deze krant, denken dat de computer nogal eens leidt tot literair overgewicht. Goedegebuure: "Schrijvers werken tegenwoordig op tekstverwerkers, zonder bemiddeling van pen en papier. Het is al jaren aan de gang, met groteske resultaten. De latere romans van Monika van Paemel en het werk van Désanne van Brederode, bijvoorbeeld. Uitgevers hebben ook schuld: hoe dikker een boek, des te hoger de verkoopprijs en de winst."

Rob Schouten: "Tekstverwerker en digitale wereld geven de schrijver het gevoel dat hij eindeloos kan doorschrijven. Je ziet het ook aan recensies, in de krant steeds korter, op internet almaar langer en ongebreidelder."

Wat ook vaak genoemd wordt als oorzaak van forser uitgevallen leesvoer, is de behoefte bij de lezer om - net als bij tv-series - een tijdje te willen 'wonen' in een verhaal. De dikke pil als literaire evenknie van binge-watchen.

De vraag is natuurlijk: moeten we blij zijn met een dik boek? Of moeten redacteuren schrijvers tot de orde roepen en ons lezers beschermen tegen een literaire plofkip?

Schouten: " Groot is mooi en veel is lekker, zegt heer Bommel, nu niet bepaald de aanjager van onze cultuur. Het komt ook zeker uit het buitenland, met pillen als die van Knausgard, Franzen, Atkinson. Literaire obesitas is allang geen schande meer. Er zou een soort 'Wakker Schrijver' moeten komen die die 'plofboeken' de wacht aanzegt."

Suzanne Holtzer, hoofdredacteur literatuur bij De Bezige Bij, ziet het probleem niet: "Een literaire plofkip bestaat niet, dat is een contradictio in terminis. Dikke boeken zijn van alle tijden, en gelukkig nooit een zorg van schrijvers en redacteuren; de omvang van een roman wordt immers door het verhaal zelf bepaald."

Josje Kraamer, redacteur bij Querido, is het eens met haar collega: "De schrijver dicteert de dikte van een boek. Redacteuren die gaan zitten snoeien in manuscripten doen hun werk niet goed. Een goede schrijver schrijft nooit te dikke boeken, en een redacteur begeleidt uitsluitend goede schrijvers. Redacteuren doen heel andere dingen dan snoeien. Is een boek te dik, dan is het nog steeds te dik als je er de helft uithaalt. De schrijver kan dan namelijk niet schrijven, dat is de reden waarom je het boek te dik vindt. Kan een schrijver wél schrijven, dan is het boek nooit te dik. Schrijvers die maar wat zitten te tikken op de tekstverwerker zouden überhaupt niet uitgegeven moeten worden."

Van alle tijden

Dat dikke pillen van alle tijden zijn, daar valt geen boekenlegger tussen te krijgen. Denk maar eens aan A.F.Th. van der Heijden met zijn cyclus 'De tandeloze Tijd' waarvan al sinds de jaren tachtig het ene vuistdikke deel na het andere verschijnt, 'Het Bureau van Voskuil' werd opgedeeld in zeven bijna allemaal dikke delen en Harry Mulisch kon er ook wat van met het 900 bladzijden tellende boek 'De ontdekking van de hemel'.

Volgens boekwetenschapper Lisa Kuitert verschenen al in de negentiende eeuw een aantal bekende literaire dikkerds. "'Les Miserables' van Victor Hugo: 1000 pagina's. 'De Graaf van Montecristo': 1100 bladzijden. En ook Nederlandse romans, zoals 'Het huis Lauernesse' van Bosboom Toussaint." Of die lengtes allemaal literair noodzakelijk waren, is niet met zekerheid te zeggen. Kuitert: "In de 19de eeuw werden schrijvers betaald per hoeveelheid geschreven tekst. Per geschreven bladzijde. Dus dat was al een stimulans om lekker door te pennen, maar daar kwam nog bij dat uitgevers in de negentiende eeuw de gewoonte hadden boeken per aflevering uit te geven. Zoals nu televisieseries van week tot week het publiek in de ban houden, zo was dat in de negentiende eeuw met boekafleveringen het geval. Het kwam de schrijver dus goed uit om het verhaal breed op te zetten, veel zijpaden in te slaan en bijfiguren te introduceren. Hij had dan voor een heel jaar werk en inkomen. Er werden in de negentiende eeuw al grapjes over gemaakt: de schrijver zou met opzet een stotteraar in het verhaal verwerken, dat tikte immers lekker aan bij het volkrijgen van weer een aflevering."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden