Klein Verslag

Een kijkje in de blaas: nooit eerder scheen hier licht

Onder het hoofd hangt ineens een lichaam. Onlangs heb ik om mijn afwezigheid te verklaren hier aangestipt dat ik een onvergetelijk kijkje in mijn eigen blaas had gekregen. In de taal van het medisch industrieel complex heet dat een cystoscopie: met een camera via je plasbuis naar binnen gaan.

Maar voor ik daarover verder ga houd ik even in, want ik weet dat menigeen nu met een vertrokken gezicht deze rubriek zal willen verlaten om elders te gaan lezen over tuinieren of luizenmoeders of ander divertissement. Ik wil u evenwel de koele, pijnvrije urologenblik schenken.

Om te beginnen: ja ook deze columnist heeft een blaas. Dat hoeft niet in de krant, en ook de binnenzijde van de blaas van de columnist is geen voorwerp van landelijk belang.

Maar u kent de neiging tot introspectie in deze kroniek, naar de aandacht voor de ervaring van dichtbij, de ervaring van het lezen, van het huiselijke leven en het leven in de stad, en natuurlijk altijd de ervaring van het weer, de meest alledaagse en gekoesterde van alle ervaringen.

Een zekere bedruktheid

En nu is daar de ervaring van het lijf en meer in het bijzonder de blaas. De blaas meldde zich sluipenderwijs, eerst nog verscholen achter een zich breed makende prostaat, later nadrukkelijker in de vorm van pijn bij het plassen. Tot zover niets bijzonders en eigenlijk ook niets intiems, er zijn tallozen mijn weg gegaan.

Die komen uiteindelijk bij de uroloog. In mijn stadsziekenhuis houden ze – misschien wegens grote aanloop - kantoor niet ver van de receptie, de drukke, onoverzichtelijke wachtruimte is er volgepakt met stoelen langs de wanden, leuning aan leuning, met meest zorgelijk kijkende cliënten, allemaal met hun riolering- en zuiveringsproblemen. Er ligt een zekere bedruktheid over de ruimte.

Maar ik heb u de urologenblik beloofd. Dus hup in de beugels, minihanddoekje voor het geslacht (van mij uit gezien) en daar is het livebeeld, op een scherm direct naast de cliënt, die hier eigenlijk al tot patiënt transformeert.

Een licht baant zich een weg door een tunnel, roodachtig, en dan, even door een kort punt van weerstand (dat is de sluitspier, luidt het begeleidend commentaar van de uroloog) zijn we in de blaas.

Een minuscule kosmos

Nooit eerder was hier licht, ik kijk met de uroloog in een wonder. Niet alleen licht treedt hier nu binnen, maar ook bolt in het licht water op, want de blaas wordt daarmee door de ingebrachte slang gevuld en gerekt voor een betere blik.

Hoewel verre van comfortabel zie ik een bijna troost schenkende koepelvormige ruimte opdoemen, maagdelijk wit, met fijne, donkerblauwe adertjes in de wanden, fris en helder. In een flits zie ik de schoonheid van deze minuscule kosmos.

Dan zwenkt de camera iets en neemt een paar vlekken waar in de wand, rood van kleur, neigend naar bruin, met aan een rand iets dat op een kort stukje opgezwollen ader lijkt, lichtblauw, poliepachtig. Hierop concentreert zich de urologenblik.

Bingo. Werk.

Protocollen. Procedures.

De columnist kermt. Het is mogelijk dat zijn leven hier bij deze blik een wending neemt. Ja, onder zijn hoofd hangt nu ineens een lijf. 

Klein Verslag  

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Lees meer afleveringen van zijn Klein Verslag op trouw.nl/kleinverslag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden