Een kerstwandeling die zelfs voor een ezel geen pretje is

VAN NAZARETH NAAR BETHLEHEM Vanuit Birdaard, bereikbaar met de bus uit Leeuwarden en Dokkum, voert een fietspad een eind langs de Dokkumer Ee naar het zuiden, tot Tergracht. Via de Iedyk loopt de route naar het voormalig klooster Genezareth, over de weg of langs de Hallumertrekvaart en dan bij de molen over een blubberig polderpaadje. Er is bij Bartlehiem geen mogelijkheid de Dokkumer Ee over te steken; de vier kroegen zijn helaas opgeheven. Dat betekent dus terugwandelen naar Birdaard, bijvoorbeeld via het terpdorpje Wanswerd. De route naar Bethlehem, aan de oostkant van de Dokkumer Ee, moet worden gedeeld met auto's en fietsers. De Friese VVV (tel. 058-132224) heeft informatie over wandelingen door Noordwest-Friesland en over een fietsroute langs de Dokkumer Ee.

HARO HIELKEMA

Alleen als er ijs in de sloten ligt, is de wandeling de moeite waard. Dan is de afstand ook maar een peuleschilletje, twee kilometer op z'n hoogst: via Frieslands bekendste gehucht Bartlehiem en met een oversteek over de beruchte vaart waar de deelnemers aan de Elfstedentocht andere rijders en vooral zichzelf tegenkomen, de Dokkumer Ee. Maar ijs is ook in Friesland niet op bestelling verkrijgbaar en het veerpontje van Bartlehiem is al vele jaren uit de vaart. Er zit daarom niets anders op dan om te lopen via Birdaard, aan weerszijden van de 'Y' (de Ee).

Het is dus niet de route die het 'm doet. Het zijn de namen die de pelgrims trekken, en de geschiedenis van deze twee voormalige vrouwenkloosters. Op zichzelf is het niet vreemd dat Genezareth (Nazareth) en Bethlehem zo dicht bij elkaar liggen. Veel kloosters uit de twaalfde en dertiende eeuw droegen bijbelse namen (Sion, Jeruzalem, Galilea) en in Friesland wemelde het van de religieuze vestigingen. Het interessante van Nazareth en Bethlehem is vooral dat ze elkaars concurrenten waren, en bepaald niet gering.

Ze worden gerekend tot de oudste kloosters van Nederland; in feite waren ze dochter-kloostertjes, afhankelijk van een mannenabdij. Bethlehem werd vermoedelijk omstreeks 1170 gesticht als nonnenpriorij van het klooster Mariengaarde bij Hallum, het oudste centrum van de premonstratenzer monniken in Friesland. Nazareth komt in de boeken voor sinds 1215 als cistercienzerinnenklooster, als dependance van de onder Dokkum gelegen abdij Klaarkamp.

Aanvankelijk waren het mannen en vrouwen, die de moederkloosters bevolkten. Maar met de komst van steeds meer monniken en nonnen, lekebroeders en andere wereldse arbeidskrachten raakten centra als Mariengaarde en Klaarkamp overvol en zochten de orden in de zompige Friese kleigebieden andere terpen om er een dochterhuis op te richten. Via die bij-kloosters kon een orde haar grondbezit vergroten. De historicus Hans Mol uit Leeuwarden heeft na bestudering van oude bronnen vastgesteld dat Klaarkamp en Mariengaarde in de twaalfde en dertiende eeuw rijke en machtige abdijen moeten zijn geweest.

Die welvaart dankten zij mede aan de vele Friese boeren, die het hoofd niet meer boven water konden houden en hun have en goed aanboden op voorwaarde dat de kloosterlingen in hun levensonderhoud zouden voorzien. Ook de Friese adel bedacht Mariengaarde en Klaarkamp regelmatig met een stuk grond of een donatie in ruil voor een plaatsje in het klooster voor een zoon of dochter en - mogelijk - voor een beetje zieleheil.

Nazareth was zo'n 'opberghuis' voor rijke dochters, Bethlehem (dat aanvankelijk was gesticht voor armelui) werd het ook. Ze moeten elkaar regelmatig zijn tegengekomen, de bewoonsters - al was het alleen al omdat hun beider hoofdkloosters hun grondbezit met graagte wilden uitbreiden. Als kemphanen stonden ze tegenover elkaar toen er vlak bij Nazareth een deel van het Wijdemeer was drooggevallen. Het conflict over het bezitsrecht heeft lang geduurd, zo geven oude bronnen aan.

Wie nu zijn heil zoekt in Nazareth en Bethlehem, merkt daar niets meer van. In beide gevallen herinnert alleen de verhoging in het land nog aan de kloostertijd en in beide gevallen staat op de terp nu een boerderij. Op 'Genezareth' weten ze dat de kunstmatige hoogte voor een deel is afgegraven en dat er “iets van een gang” moeten lopen onder de grond naar Bethlehem. Boer Van der Wal heeft ooit een put leeggehaald, die vroeger bij het klooster hoorde, en hij vindt wel eens botten en andere skeletdelen. Maar 'Leeuwarden' (hij bedoelt het Fries Museum) heeft geen interesse voor de vondsten, laat hij weten.

Aan de andere kant van de Dokkumer Ee, op de hoeve Bethlehem, kennen ze ook een verhaal van een tunnel die het klooster op deze terp ondergronds zou hebben verbonden met Mariengaarde in Hallum. Maar voor boer Hoogland is dat niet meer dan een aardig fabeltje. Er is wel een gang, hij is er zelf in geweest. In 1963 hebben archeologen die opengelegd en kwamen er prachtige gewelven, gave kloostermoppen en roodgroene estrikken te voorschijn. Misschien was het een vluchtgang, misschien een soort waterleidingsysteem, zegt Hoogland. Ook op Bethlehem heeft de bodem iets van het kloosterleven prijs gegeven, het museum in Leeuwarden en de kerk van Oudkerk maken er goede sier mee. Waar nu Hooglands ligboxenstal staat, moet vroeger een kerkhof hebben gelegen - Hooglands kinderen fietsten wel eens met de 'non' achterop naar school.

Nazareth en Bethlehem, het is Bartlehiem-west en Bartlehiem-oost, het zijn twee gemeenten en zelfs in het telefoonboek staan ze niet onder dezelfde plaatsnaam. Pas als de Dokkumer Ee is dichtgevroren en het 'heechhout' (bruggetje) van Bartlehiem een dag lang de navel van de wereld is, dan hebben Nazareth en Bethlehem weer iets met elkaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden