Reportage

Een kerkhof vol pijnlijk ongemak

In het Limburgse dorp Ysselsteyn liggen Duitse soldaten en foute Nederlanders uit de Tweede Wereldoorlog begraven. Beeld Merlin Daleman

Nergens liggen in Nederland zoveel doden uit de Tweede Wereldoorlog bij elkaar als in het Limburgse dorp Ysselsteyn. Het zijn Duitse soldaten en foute Nederlanders en dus is die begraafplaats bij veel mensen onbekend. Na zeventig jaar komt daar wellicht verandering in

Op 4 mei hangt op de Duitse Militaire Begraafplaats in Ysselsteyn altijd de vlag halfstok. Verder is daar op die dag niets te beleven. Het kerkhof met het immense aantal van 32.000 graven is een plek die bewust uit de publiciteit is gehouden. Duitse soldaten, Nederlandse SS'ers en Landwachters vonden daar hun laatste rustplaats. Te pijnlijk voor Nederlanders, maar ook uit angst voor de komst van neonazi's.

Geïsoleerd ligt de begraafplaats nog steeds. De plek is met openbaar vervoer zo goed als onbereikbaar. Slechts enkele kleine borden in Ysselsteyn geven aan hoe je er kunt komen. Alsof het niet mocht bestaan. De begraafplaats is vanaf de weg ook niet te zien. Hoge bomen omzomen de dodenakker.

De bezoeker moet vanaf het parkeerterrein een zijpad in en dan rechts afslaan. Pas dan wordt in de verte een enorme betonnen kruis zichtbaar. Daaromheen een zee van 32.000 kruizen met daarop namen. Het pad dat dwars over het kerkhof loopt is 800 meter lang. Ter vergelijking: de Amerikaanse begraafplaats Margraten telt 8300 graven.

Historicus Joost Rosendaal is al lange tijd gefascineerd door deze plek in Ysselsteyn. Toen de Radboud Universiteit hem vroeg een onderzoeksprogramma voor studenten geschiedenis samen te stellen, hoefde hij niet lang na te denken. Zo hebben studenten het afgelopen jaar onder meer de achtergronden uitgezocht van mensen die daar begraven liggen. Het beeld dat daaruit naar voren kwam was volgens Rosendaal veelkleuriger dan verwacht.

Stateloze en foute Nederlanders
Behalve Duitsers liggen op de begraafplaats ongeveer 550 stateloze en foute Nederlanders. Ruim honderd van hen zaten na de bevrijding in 1944 in Kamp Vught geïnterneerd, zo schat Rosendaal. "Daarbij zat ook een man, Veldink, die wegens lidmaatschap van de NSB vastzat. Na een tijdje werd hij ziek, zoals zovelen in Vught. Op de dag dat bekend werd dat hij niet zou worden vervolgd, overleed hij. Op een of andere manier is hij toch hier terechtgekomen. Het is een kerkhof vol ironie."

Tijdens de wandeling over het terrein wijst Rosendaal op vijf kruizen met Aziatisch klinkende namen. "Dat zijn Turkmenen die door de Duitsers in de Sovjet-Unie krijgsgevangen zijn gemaakt. Liever dan gevangen zitten, kozen zij voor het Duitse leger. In Nederland overvielen zij een boerderij bij Julianadorp. Daar verkrachtten zij de dochter. Hiervoor werden zij door de Duitsers ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Nu liggen zij hier, misschien zelfs wel naast de mensen die hen doodschoten."

Tekst loopt door onder foto.

Beeld Merlin Daleman
Beeld Merlin Daleman

Held van de Luftwaffe
Even later komen we bij de graven van twee prinsen, van wie één een ver familielid was van prins Bernhard: Egmont Prinz zur Lippe Weissenfeld (1918). Hij was een held van de Luftwaffe, omdat hij 51 geallieerde tegenstanders uit de lucht had geschoten. "Zijn tegenstanders spraken met veel respect over hem", zegt Rosendaal. Deze prins is in de Ardennen gesneuveld en toch is hij hier begraven. "Hij was in Leeuwarden gelegerd en had aangegeven dat hij bij zijn kameraden bijgezet wilde worden en niet in een familiegraf."

In Ysselsteyn is elk jaar op een zondag in november de herdenking op Volkstrauertag. In Duitsland is dat de nationale herdenkingsdag voor alle Duitsers die omkwamen in gewapende conflicten. Vorig jaar was Rosendaal een van de bezoekers die zag hoe een gecombineerd Nederlands/Duits detachement een krans legde bij het enorme stenen kruis dat midden op de licht glooiende dodenakker staat. Vervolgens legden militaire attachés van de VS en Rusland een krans.

"Ik moet je zeggen dat ik me toen heel ongemakkelijk voelde", zegt Rosendaal. "Weet je dat hier ook Antoine van Dijk ligt? Hij was volbloed antisemiet en nationaalsocialist. In Nijmegen was hij als politiecommissaris verantwoordelijk voor een meedogenloze Jodenvervolging. Als Nijmegenaar doet me dat heel veel. Ik dacht: sta ik hier nu respect te hebben voor Antoine van Dijk? Wat doe ik hier?"

Maar dat gevoel vloeide volgens Rosendaal langzaam weg door wat er verder tijdens de herdenking gebeurde. "Op 4 mei herdenken we de slachtoffers en op 5 mei vieren we de vrijheid. In Ysselsteyn wordt meer stilgestaan bij vrede en het onheil dat oorlog brengt. Het kerkhof is een soort 'Mahnmal', een waarschuwingsmonument. Ook proef je de gedachte van 'nie wieder Krieg'."

Dan staan we stil bij een Nederlands klinkende naam: Maria Derks. "Waarom zij hier ligt?" Rosendaal kijkt in zijn computer. "We weten alleen dat zij is omgekomen bij het bombardement van de Mauritsmijn in Geleen. Er zal ongetwijfeld een verhaal achter zitten. Zo liggen hier 32.000 verhalen verborgen."

De keus van zijn studenten viel ook op Johannes van Lent. Het jongetje heeft zes weken geleefd en is in strafkamp Vught geboren en overleden. "De vader is onbekend. Het jongetje heeft de naam van de moeder, van wie we niet weten of ze nog leeft. Het kan zijn dat zij na de oorlog is getrouwd en wie weet heeft Johannes ergens halfbroertjes of -zusjes rondlopen. Dat maakt tegenstrijdige gevoelens bij je los. Het is geen gemakkelijke plaats van herinnering."

Beeld Merlin Daleman

De begraafplaats is eigendom van de Volksbund, zeg maar de Duitse oorlogsgravenstichting. Die heeft nooit een probleem gemaakt van het verdomhoekje waarin ze werd geplaatst. Daar was alle begrip voor. De Volksbund was al lang blij dat neonazi's het kerkhof niet als een bedevaartplaats zijn gaan beschouwen.

Wel kwam al snel het idee op om de begraafplaats te gebruiken voor educatieve doeleinden. Naast de ingang staat nu een Jugendbegegnungsstätte voor Duitse jongeren van 14, 15, 16 jaar, met blokhutten waarin zij kunnen overnachten. Zij helpen met het onderhoud van de graven, maar het verblijf is vooral bedoeld om hen te confronteren met de gevolgen van oorlog.

Volgens hoofd educatie Sjoerd Ewals maken de kinderen altijd een excursie naar het Oorlogsmuseum Overloon dat enkele kilometers verderop ligt. "Dat vinden ze prachtig, die kanonnen en tanks. Als ze terug zijn zeggen we dat de mensen die toen in die tank zaten, nu ergens onder dat grasveld liggen. Dat vinden we een vrij sterke combi."

Hadden ze een keus?
Op een andere dag duiken de scholieren in brieven en documenten van Duitse soldaten. "Ze moeten proberen het leven van de soldaten in beeld te brengen. We vragen of soldaten een keuze hadden of juist niet. Ze komen erachter dat op het kerkhof 1400 kindsoldaten liggen. Je merkt dat voor hen de oorlog dan heel dichtbij komt. De implicatie is: voor hetzelfde geld hadden wij hier gelegen."

Behalve aanvragen van Duitse scholen tonen ook steeds meer Nederlandse scholen belangstelling voor een bezoek. "Eigenlijk meer dan we aankunnen", zegt Ewals. Er zijn vergevorderde plannen om volgend jaar te beginnen met de bouw van een bezoekerscentrum - werktitel: Tolerantiepaviljoen - met ruimte voor exposities en uitleg van de betekenis van de begraafplaats.

"Mensen willen steeds meer weten over deze plek", zegt Ewals. "Daarnaast hebben we de behoefte om meer zichtbaar te zijn. We denken dat we een verhaal te vertellen hebben en dat is niet zo van: hier liggen arme jongens. Het beeld is juist heel divers. Hier zijn kindsoldaten van 14 jaar begraven, maar er zijn ook mensen van wie het goed is dat zij daar liggen. Als je de bizarre gevolgen van de oorlog wilt zien, dan kan dat hier. In die zin is dit een geschikte bezinningsplek."

'Er zijn kindsoldaten van 14 jaar begraven maar ook mensen van wie het goed is dat zij daar liggen. Als je de bizarre gevolgen van de oorlog wilt zien, dan kan dat hier.'

Op de begraafplaats in Ysselsteyn liggen 32.000 mensen begraven, meest Duitsers maar ook 550 Nederlanders.

‘Ik ben er nog’

Actrice Debby Petter speelt vandaag op de Duitse Militaire begraafplaats haar solovoorstelling ‘Ik ben er nog’. Zij vertelt daarin over haar Joodse moeder Hélène Egger die in de oorlog moest onderduiken en na de bevrijding ontdekte dat haar familieleden in Duitse kampen waren vermoord. De voorstelling wordt ingeleid door journalist Frits Barend. Petter speelt het stuk in de dagen daarna ook in het Anne Frankhuis en andere herinneringscentra.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden