Een kans om het anders te doen

De publieke omroep moet wéér bezuinigen. Een pijnlijke operatie, maar ook de kans om het helemaal anders te doen in Hilversum. Welke alternatieven zijn er?

Het is 'rücksichtslos kappen', vindt VPRO-baas Lennart van der Meulen. Omroep MAX-directeur Jan Slagter heeft het over 'visieloos bezuinigen'. En Henk Hagoort, directeur van koepelorganisatie NPO, waarschuwt voor een verschraling van het tv-aanbod. De reacties in Hilversum op de nieuwe bezuinigingsronde die de omroepen te wachten staat, liegen er niet om.

Het nieuwe kabinet haalt nog eens 100 miljoen euro van de mediabegroting af. Dat komt bovenop de 200 miljoen euro van het vorige kabinet, een bezuinigingsronde die nog moet beginnen. Komende jaren gaat er veel veranderen op het mediapark: zo vermindert het aantal omroepen van 21 naar acht.

Nu er weer geld verdwijnt, is mogelijk het moment gekomen om het roer helemaal om te gooien in Hilversum. "Je kunt wel blijven amputeren, eerst een vinger, dan een voet, nog een arm, maar dat is aanmodderen", zegt Hans Laroes, voormalig hoofdredacteur van het Achtuurjournaal. "Ontwerp liever een nieuw systeem van publieke media in de digitale eeuw."

Hoe ziet zo'n moderne publieke omroep eruit? Trouw vroeg verschillende mediadeskundigen om hun visie.

Hef die ledenomroepen maar op
Het medialandschap is sterk aan het veranderen. Online videoplatform Youtube richt tv-zenders op met bosjes tegelijk. Vorige maand weer honderd nieuwe kanalen, waarop professionele programma's worden uitgezonden. Smart tv's die verbonden zijn met internet vergroten de wereld van de televisiekijker, en tweede en derde schermen schreeuwen om aandacht.

In deze ontwikkelingen moet ook Hilversum een nieuwe plek vinden. Een publieke omroep moet gaan waar het publiek gaat, vindt Bardoel. "Als de consument massaal op internet te vinden is, moet ook de publieke omroep zijn aanbod daarop aanpassen."

Het draait allemaal om innovatie, stelt Van Heeswijk. "De ontwikkelingen gaan snel, maar voorlopig bestaat de traditionele televisieavond nog wel. Als je events creëert, bijvoorbeeld thema-avonden of uitzendingen met een sterk live-gevoel, blijft het eerste scherm ongenaakbaar. Toch zal ook Hilversum steeds meer producties gaan maken die alleen online te zien zijn."

Programma's bij de publieke omroep moeten te zien zijn via alle mogelijke platforms, vindt hij, helemaal als je jongeren wil bereiken. "Nu wordt er moeilijk of prikkelbaar gedaan over websites, Youtube en apps. Als je de publieke omroep verbiedt om zulke ontwikkelingen te volgen, bevries je de geschiedenis."

De omroepen kunnen wat Van Heeswijk betreft gewoon blijven bestaan. "Het verschil tussen acht omroepen of acht Youtubekanalen met een eigen kleur is niet zo groot."

Weg met amusement en sport
De publieke omroep moet niet langer een 'pretfabriek' zijn. Twee zenders met uitsluitend cultuur en nieuws. Een opera op prime time, voorafgegaan door een voorbeschouwing. Interessante speelfilms en documentaires. Dat is het ideaal van Ad 's-Gravesande, lid van de werkgroep Andere Publieke Omroep.

Al jaren wordt er gediscussieerd over de vraag of de publieke omroep bepaalde programma's wel moet maken. En in tijden van bezuinigingen ligt amusement het eerst onder vuur. Erik van Heeswijk begrijpt dat wel: "Als de middelen afnemen, moet je keuzes maken: 'Ranking the Stars' of 'Tegenlicht'. Amusement ligt als speerpunt niet erg voor de hand."

Bovendien staan commerciële zenders in de rij om 'Boer zoekt vrouw' - een KRO-programma dat al seizoenen lang miljoenen kijkers trekt - over te nemen, meent 's-Gravesande. Ook de sport kan er wat hem betreft uit. De voetbaluitzendrechten vinden wel hun plek bij een commerciële partij.

Hans Laroes vreest dat er dan een elitaire omroep overblijft. De publieke omroep moet per definitie breed programmeren, vindt hij. "Maar zorg dan wel voor intelligent amusement."

Maar wie bepaalt welk amusement daaronder valt en welke niet? vraagt Peter Kuipers, directeur van de Tros, zich af. "De een vindt 'Koefnoen' leuk, de ander kijkt naar 'Bananasplit' of Paul de Leeuw. Wat overblijft als je amusement schrapt is een publieke omroep voor de grachtengordel."

Kuipers wil die kant niet op. "Dan ga je voorbij aan het feit dat het bestel uit belastinggeld wordt betaald en dus voor iedereen is. Sommige mensen kijken nou eenmaal liever naar amusement dan naar documentaires. Waarom zouden zij niet bij ons terecht kunnen?"

"Bovendien maakt de publieke omroep ander amusement dan de commerciële zenders doen", zegt de omroepdirecteur. "De Tros maakt haar programma's vanuit een publiek gevoel. We hebben normen en waarden die we belangrijk vinden. Zo zullen wij in onze programma's mensen nooit te kakken zetten. 'Bananasplit' zou bij een commerciële zender niet hetzelfde zijn."

"Al in de Mediawet van 1967 is vastgelegd dat de omroepen ook moeten verstrooien", zegt Sonja de Leeuw. "De houding tegenover amusement is wel veranderd met de komst van de commerciële zenders. Maar ik vind ook zeker dat een publieke omroep amusement moet bieden. Denk aan de slogan van de BBC: 'to inform, to educate and to entertain'."

De publieke omroep moet breed programmeren, vindt Jo Bardoel. Maar daarbij moeten de omroepen hun kerntaken niet uit het oog verliezen: nieuws, cultuur en educatie. "De omroepen drijven nu soms wel erg ver af van hun belangrijkste taak. NPO-directeur Henk Hagoort waarschuwde dat als de bezuinigingen doorgaan, de KRO straks niet meer 'Boer zoekt vrouw' én 'Spoorloos' én 'De Reünie' kan maken. Dan denk ik: is het erg als een of twee van die programma's verdwijnen?"

Fons van Westerloo kiest voor een middenweg: "Er kan één puur publieke zender komen, waar het allemaal draait om nieuws, achtergrond en cultuur, die niet onderbroken wordt door reclames. Daarnaast komen er twee zenders waar de bestaande omroepen de zendtijd verdelen: de semi-publieke zender. De overheid bepaalt daarvan de contouren. Ze bepalen niet de inhoud, maar zetten wel hekjes om aan te geven waar de publieke taak eindigt. Op die semi-publieke zender kan wel geld worden verdiend met reclames."

Het model van Van Westerloo vraagt wel om een goede samenwerking: de omroepen moeten er onderling uitkomen wie welk programma wanneer uitzendt. Niet eenvoudig, geeft Van Westerloo toe, maar dat overleg zal volgens hem makkelijker worden omdat er door fusies minder omroepen komen.

De publieke omroep 2.0
Het huidige publieke bestel, waarin zendtijd tussen de omroepen verdeeld wordt aan de hand van ledenaantallen, is hopeloos ouderwets, vindt Fons van Westerloo. "De meeste mensen zijn lid uit gewenning", stelt de media-adviseur, die in het verleden bij de Avro, SBS, RTL en WNL werkte. "Of omdat ze de tv-gids zo leuk vinden. Sommigen weten niet eens dat daar een lidmaatschap van een omroep aan vastzit."

Ook Hans Laroes ziet de waarde van de ledenomroepen niet langer in. "Historisch gezien zijn ze te verklaren. Maar nu zijn ze vooral een restant van de verzuiling", zegt de oud-hoofdredacteur.

Het is tijd dat deze 'oude vorm en gedachten afsterven' en dat er een eigentijds vervolg komt, vindt hij. "Creëer zonder dogma's en zonder leden een heldere organisatie die voor een pluriform aanbod zorgt. Het lukt de BBC toch ook om heel divers te programmeren? Versnipper het geld voor nieuws, documentaires, geschiedenis- en wetenschapsprogramma's niet langer. Concentreer het, en maak bijvoorbeeld 'Nieuwsuur' drie keer zo goed."

De BBC wordt in Nederland vaak als voorbeeld gezien. De organisatie, die in Groot-Brittannië verantwoordelijk is voor alle publieke televisie, is beroemd om zijn kwaliteitsprogramma's en formats die over de hele wereld verkocht worden. En dat alles reclamevrij.

Sonja de Leeuw, hoogleraar televisiecultuur aan de Universiteit Utrecht, vindt dat laatste punt zeer belangrijk: "Een publieke omroep die reclamevrij is, garandeert onafhankelijkheid. Die 200 miljoen euro die dat jaarlijks scheelt, moeten we daarvoor op willen brengen. In het groeiende commerciële medialandschap, moet de publieke omroep onbetwistbaar zijn."

Jo Bardoel, hoogleraar journalistiek en media aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, is het eens met dat principe, maar ziet ook nadelen in een reclamevrije publieke omroep: "De omroepen worden dan financieel geheel afhankelijk van de overheid. En die heeft zich een onbetrouwbare partner getoond door steeds opnieuw te bezuinigen, zonder enige visie over welke kant het op moet met de publieke omroep."

Bardoel ziet meer in een publiek bestel waar de omroepen functioneren als productiehuizen. "Een centrale organisatie heeft de touwtjes in handen en bepaalt de uitzendschema's, de omroepen richten zich puur op het maken van programma's. Het voordeel van dit bestel vergeleken met het BBC-model, is dat de productie niet in handen is van één organisatie en dat een gezonde concurrentiestrijd creativiteit uitlokt. Het voordeel boven het huidige model is dat het niet meer gebaseerd is op de verzuiling. Niet elke groep hoeft meer een eigen organisatie te hebben. Je kunt ook één taakorganisatie behouden die zorgt voor verschillende geluiden."

Leden spelen niet langer een doorslaggevende rol in de productiehuizen. Bardoel: "Het feit dat de publieke omroep zo'n groot deel van zijn budget kwijtraakt, zonder dat ook maar één burger daarvoor de straat op is gegaan om te protesteren, geeft aan dat de burger niet langer bij de omroepen betrokken is."

Er zijn meer nadelen aan het BBC-model. Los van het feit dat de Britse publieke omroep zo'n vijf keer duurder is dan de het Nederlandse bestel, is er kans op 'eenheidsworst', stelt cultuurtheoloog Frank Bosman. "De grote vraag is dan: wie bepaalt wat de publieke omroep gaat uitzenden? Moet een commissie vaststellen dat 'Sesamstraat' wel kan en de 'Rijdende Rechter' niet? Wordt daarbij rekening gehouden met de minderheden in Nederland? Of krijgen dan alleen de grotere religies ruimte? Als het tv-aanbod bepaald wordt door één organisatie, zijn dat belangrijke vragen."

Bovendien, stelt Sonja de Leeuw: je kunt de BBC-situatie niet zomaar naar Nederland vertalen. "De BBC heeft een andere toon: paternalistisch, de burger beter willen maken. Onze omroep is vooral pluriform."

Erik van Heeswijk, hoofd nieuwe media van de VPRO en auteur van het boek 'Media Storm', denkt dat de verschillen tussen Londen en Hilversum niet zo groot zijn: "Stel je voor dat je in die nieuwe organisatie een afdeling opricht voor jongeren, en een voor ouderen, en een voor cultuurliefhebbers. Dan lijken die afdelingen al snel op omroepen. Als je de omroepen ziet als merken die zich van elkaar onderscheiden, en elk hun eigen niches bereiken, zijn ze niet meer zo archaïsch als wordt beweerd. Het feit dat een organisatie 300.000 mensen kan verenigen op basis van een gedeelde smaak, is nog altijd bijzonder."

De plannen
De plannen voor de publieke omroep van het nieuwe kabinet:

De regionale omroepen krijgen geen geld meer van de provincie, maar van het Rijk.

Het mediafonds - financier van documentaires en dramaseries - verdwijnt waarschijnlijk.

De kleine levensbeschouwelijke omroepen verliezen hun budget.

De omroepen moeten 45 miljoen euro bezuinigen. Bijvoorbeeld door hun eigen inkomsten te vergroten en niet langer onnodig geld uit te geven aan ledenwerving.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden