Een kankerpatiënt is ook dochter of fotograaf

Op kanker wordt soms vreemd en krampachtig gereageerd, vindt Hans Alderliesten. Hij deelt enkele inzichten uit eigen ervaring.

Collectanten en campagnes zullen deze maanden uw aandacht vragen voor kanker. Mensen kunnen zich echter vergissen in de ziekte en in kankerpatiënten. Daarom deel ik graag drie inzichten, helaas uit eigen ervaring.

Twee jaar geleden bezocht ik voor het eerst het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis in Amsterdam (AvL). Hoogste trede oncologische zorg in Nederland. Verboden terrein voor een onbezonnen 25-jarige. Het moest wel. Bij mijn vrouw werd een tumor ontdekt en ze werd daarvoor behandeld - succesvol. Ook wij stapten er onwetend in. Chemotherapie is voor buitenstaanders inderdaad abstract. Of je een tumor kunt zien? Ja en nee.

Onwetendheid kan niemand kwalijk worden genomen, onvoorzichtigheid wel. 'Jullie gaan de strijd winnen', klinkt het dan. Lege woorden van omstanders kunnen onbarmhartig zijn.

Kanker hebben is één, het weerstaan van zogenaamde empathie is twee. Hoe wapen je je tegen iemand die erop staat een kop thee met je te drinken terwijl je daar geen zin in hebt? Hoe onderscheid je ramptoerisme van mededogen?

Geen strijd

Het discours met betrekking tot de ziekte is rijk aan woorden die refereren aan strijd: strijd aangaan, kwade cellen verslaan, niet opgeven. Maar het is geen strijd. Niemand kiest voor kanker. Een militair is ervoor opgeleid, maar de wapenuitrusting tegen kanker zit niet in onze basispolis. Het discours impliceert ook dat je kunt verliezen. In overlijdensadvertenties komt het terug: de strijd verloren. Alsof het aan jou lag. Had meer strijdlust getoond. Ja, wat dan?

Ten tweede is elke tumor uniek. Het AvL voerde destijds een opmerkelijke campagne: 'Ik ben tegen gelijke behandeling. Ieder mens is uniek. Elke tumor ook.' Geen mens heeft dezelfde tumor en dus kan je nooit zeggen: 'Dat had X ook' (om daar onbarmhartig aan toe te voegen: 'en die is eraan overleden').

Mensen bemoeien zich met je. 'Kaal zijn heeft ook voordelen.' Het is een bemoeizucht die ook optreedt bij zwangere vrouwen. 'Mooie buik zeg, het is vast een jongetje.' Tot en met aanraken. Nooit gehoord van de etiquetteregel dat je je niet behoort uit te laten over andermans gezondheid?

Het emotieloze 'prettig weekend' kan voelen als een trap na. Voor een kankerpatiënt is er alleen een vandaag (en soms een morgen). Waarom heeft iedereen het nu al over Kerstmis? De kankerpatiënt heeft zijn eigen worsteling. De een deelt intieme details op een blog, de ander sluit zich liever af. Gun een kankerpatiënt zijn eigen route.

Meer dan patiënt

Ten slotte is een patiënt meer dan zijn ziekte. Spreken over iemand als kankerpatiënt is onjuist. Iemand ís geen kankerpatiënt, iemand hééft kanker. En diegene is veel meer dan patiënt: vader, schoondochter, amateurfotografe. Een tbs'er is ook meer dan zijn delict.

Er is geen voorkomen en soms ook geen genezen, helaas. De storm die door de wereld raast, richt willekeurig schade aan. Spreek daarom met de patiënt niet alleen over de ziekte want de ziekte heeft de agenda van de patiënt al overgenomen. Kom niet met een fruitbakje, maar met jezelf. Accentueer niet de ziekte, maar sticht gezelschap en heb het over gewone dingen.

Wat rest is een aforisme van Augustinus: 'Wie de last van de ziekte heeft ondervonden, beseft de vreugde van de gezondheid.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden