Een kaalgeslagen noch wollige Stravinsky

De opname van de Wereldomroep wordt op 31 januari ook door de NOS via Radio 4 uitgezonden.

Het uitgangspunt was natuurlijk Mozarts grote, onvoltooide Mis in c, KV 427. De combinatie met de enige Mis van Stravinsky was zowel verrassend als om een aantal redenen voor de hand liggend.

Stravinsky werd tot het schrijven van dit strikt religieus bedoelde werk aangezet door het bestuderen van enkele mis-partituren van Mozart; het meewerkende Nederlands Kamerkoor is in beide stijlen - in welke trouwens niet? even goed thuis; het RPhO is overtuigend een orkest van de 18de en 20ste eeuw; en Bruggen heeft als blokfluitist zoveel ervaring met muziek van zijn eigen tijd opgedaan, dat het minstens interessant voor hem moet zijn om ook als dirigent zijn grenzen daarin te verkennen.

Die grenzen liggen, zo te horen, vooralsnog in de 19de eeuw. Zowel in zijn Mis voor gemengd koor en dubbel blaaskwintet als in het vooraf gespeelde Monumentum pro Gesualdo di Venosa betrachtte Stravinsky uiterste soberheid aan middelen en expressie.

Met het vlekkeloos zingende kamerkoor en de meer dan bereidwillige instrumentalisten kwam Bruggen toch niet veel verder dan een min of meer adekwate weergave van het notenbeeld, verbrokkeld in korte mootjes uit angst het geheel enige gedrevenheid mee te geven en desondanks in een volstrekt 19de eeuwse muzikale expressie belandend.

Een geheel kaalgeslagen Stravinsky is net zo erg als een te wollige, een juiste middenweg vond Bruggen niet. Vooral wat dat onderdeel betreft is het dus extra jammer dat dit programma slechts eenmalig was, aangezien herhaling een grotere zekerheid en een juister muzikaal evenwicht had kunnen opleveren.

Voor Mozart hoeft Bruggen niet meer te zoeken naar zijn waarheid, want die muziek, die hem als blokfluitist niets te bieden had, heeft hij als dirigent stevig weten te omarmen. Hij slaagt er volkomen in om koor en orkest naar zijn hand te zetten, in een visie op Mozart die geen enkel gewild 'authentiek' geluid laat horen, maar vanuit een sterke muziekdramatische ondergrond heel natuurlijk het juiste klankevenwicht en een zowel spontane als heel beheerste muzikale expressie doet opborrelen. Absolute logica is in dit repertoire misschien wel het sterkste wapen dat Bruggens handen hebben.

Van de vier solisten kan sopraan Lynne Dawson qua Mozartstijl en coloratuurbekwaamheid nog het een en ander leren van haar collega Ellen Schuring, in hun gezamenlijke duet in het Gloria leek zij dat ook gedaan te hebben.

De bescheiden bijdragen van tenor Nico van der Meel en bas Jelle Draijer waren moeiteloos van het niveau dat ook het Nederlands Kamerkoor (ingestudeerd door Kent Hatteberg) en het kleinbezette Rotterdams Philharmonisch te bieden hadden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden