Een jonge bleke soldaat wil naar huis

De piano stond scheef in de kamer. Hij sloot een hoek af. Van die kleine kamer in ons heel kleine huis. En daar stond ik. Waarom? Ik denk, om een nieuwe opdracht van moeder af te wachten. Ik weet het niet. Mijn moeder was met ons, vier zoontjes, na het bombardement van Rotterdam zodra zich een mogelijkheid had voorgedaan naar het oosten van ons land verhuisd.

Het was helder weer. Maar er stond veel wind. Veel blauwe lucht was er en zon. Maar dan, even later, weer veel wolken. Ook wij waren onrustig. Iedereen was dat. Ik geloof, dat we helemaal niet naar school gingen zelfs. Er heerste een raar “los” gevoel, alsof er niemand meer was die de boel een beetje bij elkaar hield en stuurde, in de gaten hield. Want al vele dagen lang trokken er colonnes Duitse soldaten door ons dorp. En het leek, of iedereen opgewonden raakte van de laatste berichten. Sommige soldaten waren raar uitgedost en vele droegen ergens verband. Gewond dus, maar toch te voet of met rare middelen van vervoer. Maar nu waren er al een hele tijd geen Duitsers meer door ons dorp gekomen. Gek, maar soms was ik bang voor het dichterbij komen van het front en kwam er héél even, in een opwelling, een momentje waarop ik dacht : “Och, laat het ook maar zo blijven¿.” Alsof het toch ook een soort “bescherming” gaf, die Duitse bezetting. Die vertrouwde radiostem van Max Blokzijl en al dat andere. Zo groot is blijkbaar de menselijke behoefte aan stabiliteit, ook al zou dat een afschuwelijk soort “stabiliteit” zijn geweest. Maar meteen schaamde ik me dan ook en heb het nooit aan iemand verteld. We waren als jongetjes erg goed op de hoogte van de situatie. We hadden met de andere jongetjes uit de buurt, een héél enkele keer, zelfs over de gruwelijkheden van de kampen gepraat. Ook al zeiden mensen later wel, dat in die tijd niemand daarvan wist. Hoe wisten wij dat? Alleen in de lucht was het intussen wél rustig, er kwamen geen vliegtuigen over. Dat was vaak wel anders, als het weer helder was. En op ons dorp leek het wel, of iedereen maar wat deed. Er waren steeds veel mensen op straat. Die allerlei dingen wisten, die ik niet wist. De Duitsers waren aan het terugtrekken. Nu achteraf herinner ik mij, dat ik in mijn kleine slaapkamertje met de ellebogen op de vensterbank naar buiten keek, op de weg naar Almelo. En dat ik daar, laat, nog een enkele Duitse soldaat zag langs sjokken, in de richting van Het Midden. Hij had een verband om zijn hoofd. Dat zou de laatste Duitse soldaat zijn die ik in mijn leven zou zien.

Ik had een mooie fiets. Geen fiets met autobandrepen als banden, maar iets met rondgebogen houten latten en veren, slim aan de velgen aangebracht. Ik vond dat beter, redde mij er goed mee, maar het ratelde wel. Dat deden die autobanden niet, dat was wel waar. Moeder had gezegd : als je hem niet gebruikt moet je hem achter de dennen achter in de tuin gooien, anders wordt hij misschien meegenomen¿.Nu was het niet de eerste keer, dat ik niet gehoorzaam was. We hadden een adres aan de Almelose Weg, waar we melk konden kopen. Dat was bij Bos-Jo. Ik moest daar altijd linea recta heen fietsen om melk te halen en ook linea recta weer terug. Zo snel en ongemerkt mogelijk. Maar eens fietste ik niet rechtstreeks naar huis, maar achter om de melkfabriek heen. Iemand (van de melkfabriek) had dat gezien en aan mijn moeder verteld en ik kreeg er ongenadig van langs, omdat wij alleen melk mochten verkrijgen via die melkfabriek. Ik begreep heel goed waarom ik mij aan dit soort verboden moest houden, maar dacht, dat het allemaal wel zo¿n vaart niet zou lopen – het zou wel zó toevallig zijn, als het net deze keer fout zou lopen¿

Maar ook nu liep het fout. Omdat ik na een boodschap verwachtte, nog iets per fiets voor mijn moeder te moeten opknappen had ik mijn fiets maar even tegen de zijkant van het huis gezet en dus niet achter in de tuin verstopt. En stond nu in de kamer te wachten.

Er kwam een heel jonge Duitse soldaat ons straatje op, een bleke jongen, in zijn eentje op de vlucht naar zijn Heimat. Het leek een beetje of hij slaapwandelde. Maar hij pakte wél mijn fiets vast. Nu was mijn moeder een fanatiek verdedigster van ons, haar vier zoontjes, en hun belangen en ze vloog hem zuiver vanuit haar instinct aan : ”Blijf af!” De soldaat haalde zijn geweer van zijn schouder, maar mijn oudste broer snelde toe, probeerde moeder te kalmeren en het huis in te dwingen. De soldaat hield het erbij, schouderde zijn geweer weer, stapte op mijn fiets en verdween.

Dit voorval heb ik beter kunnen verdringen dan het gebeuren, waarbij Engelse vliegers eens boven ons huis in een luchtgevecht verwikkeld waren, ik naar huis rende en de patroonhulzen links en rechts van mij in de grond hoorde inslaan. Zou er nog meer zijn, dat ik in die tijd verdrongen heb?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden