Een jeugd gevangen in een houten kistje

Een fotoalbum waarin je jeugd nog eens voorbij trekt. Een eeuw geleden was dat nog ongewoon. In de serie over iconische beelden uit de Nederlandse geschiedenis vandaag aandacht voor de familiefoto's van de Teding van Berkhouts.

Het kleine meisje dat in 1910 door haar wieg zakte, meldde zich in 1995 bij het Rijksprentenkabinet. Suzanna Frida baronnes van Hoëvell- Teding van Berkhout had een bijzonder fraai ingelegd, mahoniehouten kistje bij zich. Toen het met een sleutel werd geopend, kwamen op geschept papier geplakte foto's tevoorschijn, inclusief die van het door haar wieg gezakte meisje.

Op iets oudere leeftijd gaf jonkeer Hendrik Teding van Berkhout zijn beide dochters een kistje met deze inhoud. Vanaf zijn verloving met Anna Lieftinck had hij met een camera de dierbaarste momenten vastgelegd. Suzanna Frida en haar zus Anna Clara kregen een beeldverslag van hun jeugd, een soort luxe versie van het fotoalbum, dat in de eeuw die volgde zo gewoon zou worden.

Vele decennia later vroeg nu een van de twee of het Rijksprentenkabinet belangstelling had voor het kistje met inhoud. Dat instituut, met de grootste collectie prenten, tekeningen en foto's van Nederland, wilde de schenking maar al te graag accepteren. Deels uit sentimentele overwegingen: Teding van Berkhout was tussen 1908 en 1934 directeur van het Rijksprentenkabinet. Maar vooral vanwege de kwaliteit van het aangebodene: hier was een amateur met professionele gaven aan het werk geweest.

Dat was niet helemaal toevallig. Wie eind negentiende, begin twintigste eeuw in welgestelde, adellijke kringen opgroeide, wist zich van jongsaf aan omringd door mooie spullen en kreeg haast als vanzelf een gevoel voor esthetiek mee. In de kunstwereld is het blauw bloed tot op de dag van vandaag prominent aanwezig. Het Rijksmuseum had meerdere jonkheren als directeur. Het Stedelijk Museum werd na de Tweede Wereldoorlog op de kaart gezet door zijn eerste man van toen, jonkheer Willem Sandberg.

De in 1879 in Haarlem geboren Hendrik Teding van Berkhout was de zoon van een Haarlemse bankier. Die had van de vader van de eerste vrouw van zijn vader een unieke collectie van duizenden prenten uit diverse eeuwen geërfd, die hij met veel liefde beheerde. Die passie sloeg over op de zoon. En die trouwde ook nog eens met Anna Lieftinck, dochter van een Groningse tabaksfabrikant die in zijn vrije tijd Japanse grafiek verzamelde. Samen betrokken ze een door de architect Berlage ontworpen, met smaak ingericht huis aan de Amsterdamse Vossiusstraat, met uitzicht op het Vondelpark.

Teding van Berkhout wist mede dankzij de van huis uit meegekregen kennis als twintiger een aanstelling te krijgen als onderdirecteur. Na het overlijden van zijn baas werd hij diens opvolger. Onder werktijd en daarna kreeg de jonkheer ontzettend veel onder ogen en al die beelden met bijbehorende kennis sloeg hij op.

Zijn interesse reikte ook verder dan de traditionele interessegebieden. Een goed voorbeeld was de collectie kindertekeningen (tegenwoordig in het bezit van het stadsarchief in Amsterdam) die hij aanlegde met zijn vrouw, tot haar huwelijk onderwijzeres. Let wel, deze verzameling begon ver voordat andere kenners en menig kunststroming serieuze belangstelling voor dit soort basaal werk begonnen te tonen.

Volgens Mattie Boom, conservator bij het huidige Rijksprentenkabinet, is aan de huiselijke foto's van Teding van Berkhout te zien dat hij een geoefend oog had. "Aan alles is te zien hoeveel hij beeldtaal hij bewust en onbewust had opgeslagen. Hij heeft zich waarschijnlijk wel in zijn graf omgedraaid toen zijn privéfoto's deel werden van de collectie van het Rijksprentenkabinet en ook werden tentoongesteld." De camera was iets voor thuis. Voor het vastleggen van intieme momenten met zijn vrouw en kinderen. Dat dit verslag van een rimpelloos en rijk bestaan ooit museaal zou worden, was destijds onvoorstelbaar.

Teding van Berkhout had zijn beide dochters zo'n kistje meegegeven. Als een soort alternatief fotoalbum deed het verslag van zijn verloving en huwelijk met Anna Clara Lieftinck en het opgroeien van de kinderen.

Het fotograferen van zijn familie was wel een serieuze zaak voor de directeur van het Rijksprentenkabinet. Hij nam de camera niet alleen mee op wandelingen in het Vondelpark of op vakanties, maar had ook oog voor de kleine en grote momenten binnenshuis: het spelen van de meisjes, de eerste stappen, de huisdieren, de dienstbodes en overig personeel. Voor het vastleggen van zijn dochter in de kapotte wieg kwam hij zelfs speciaal even van het werk naar huis. Ook de nazorg voor de foto's verraadt toewijding: het geschepte papier, de nauwkeurige dateringen en bijschriften, de door een Amsterdamse meubelmaker speciaal voor dit doel vervaardigde kistjes.

Het familieportret had begin twintigste eeuw al enige geschiedenis. De Amsterdamse advocaat en fotopionier Eduard Isaac Asser maakte ze al in jaren veertig van de negentiende eeuw. Maar fotograferen was toen nog oneindig veel ingewikkelder. De hobbyist moest beschikken over een grote technische en chemische kennis. Zijn onderwerpen moesten met een engelengeduld onbeweeglijk poseren. Niet zelden werden ze met klemmen vastgezet.

Snellere, lichtere, gebruiksvriendelijkere en goedkopere apparatuur bracht de fotografie naar veel meer huishoudens. De in 1888 door Kodak geïntroduceerde boxcamera was een grote stap vooruit. 'U drukt op de knop, wij doen de rest', was de wervende slogan van deze firma. Guy de Coral&Co, met fotozaken in Amsterdam, Den Haag, Groningen en Alkmaar zinspeelde op de verdere verbreiding van het medium met de leus: 'Iedereen fotografeert.'

Rond 1910 was dat nog wensdenken en konden alleen de welgestelden zich een camera veroorloven. Later, en zeker na de Tweede Wereldoorlog, vonden de apparaten met miljoenen hun weg naar de Nederlandse gezinnen. Elk huis ging wel een of meer albums vol vastgelegd gezinsgeluk herbergen.

Digitale fotografie heeft slordigheid in de hand gewerkt. Er wordt, ook in familiaire kring, meer gefotografeerd dan ooit tevoren. Maar het zorgvuldig bewaren krijgt een stuk minder aandacht dan voorheen.

Tijdens de tentoonstelling 'Modern Times', over twintigste-eeuwse fotografie, in het Rijksmuseum gehouden van november vorig jaar tot januari van dit jaar, hingen de foto's van Teding van Berkhout aan het begin van de expositie. Een statement, bedoeld om het belang van de amateurfotografie te onderstrepen.

Het attendeerde kennelijk ook een vrouw uit Den Haag op haar bijzondere bezit. Zij kwam aandragen met het tweede kistje. De door hun vader samengestelde prentenkabinetjes van de zusjes Suzanna Frida en Anna Clara Teding van Berkhout zijn weer samen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden