Een jas van zeehondenbont moet kunnen

Waarom zouden de Inuit ('Eskimo's') uit Groenland de zeehondenhuiden die zij zelf niet gebruiken niet naar Nederland mogen exporteren, terwijl onze groenten en varkenskarbonaden wel in hun supermarkten te koop zijn? En waarom zou iemand het dan 'te bont maken' als hij of zij een jas van zeehondenbont uit Groenland draagt? Vorige week vrijdag 19 november presenteerde 'Wees Meester en Vormgever van Jezelf' van ontwerper Simon de Boer haar nieuwe modecollectie waarin voor het eerst sinds een tiental jaren zeehondenbont is verwerkt. Een gedurfde stap.

In het Museon loopt op dit moment de tentoonstelling: 'Verleden, heden en toekomst van de Groenlandse Inuit - Eskimoland: de kunst van het overleven'. Een rode draad door de tentoonstelling is de zeehondenjacht door de Groenlanders.

Voor de Groenlandse Inuit is zeehondenvlees het 'dagelijks brood'. Groenland is tachtig keer zo groot als Nederland, bijna geheel bedekt met ijs en er wonen zo'n 60 000 mensen. In het barre klimaat zijn de economische mogelijkheden bijzonder klein. Naast beperkte grondstoffendelving, visvangst en toerisme biedt eigenlijk alleen de jacht op zeehonden enig perspectief. Al eeuwenlang vormt de zeehond het hoofdbestanddeel van het voedsel van de Inuit in het Arctisch gebied. Ze verwerken de zeehonden direct nadat ze gedood zijn. Bijna alle delen van de zeehond krijgen een bestemming. Spieren, spek en ingewanden dienen als voedsel voor mens en sledehond, en de huid wordt aangewend voor de vervaardiging van kleding en schoenen. De huiden die overblijven nadat men in de eigen behoeften heeft voorzien, zijn beschikbaar voor de internationale kledingmarkt.

De campagnes van dierenbeschermingsorganisaties tegen het doodknuppelen van jonge zeehonden deden de markt in zeehondenhuiden volledig in elkaar storten. In de campagnes werden beelden van gevilde jonge zeehondjes gebruikt als illustratiemateriaal, afkomstig uit Canada. Als gevolg van deze campagnes hebben eerst de Verenigde Staten (1972) en vervolgens de Europese Unie (1983) de import en verkoop van producten van jonge zeehonden aan banden gelegd. Nederland kende een algeheel invoerverbod van zeehondenproducten, maar heeft haar wetgeving aan de EU aangepast. De belofte die de EU indertijd deed, om ter compensatie van de maatregel een campagne te houden om het publiek te informeren over het verschil tussen producten van huiden van jonge zeehonden en de huiden afkomstig van de jacht door de Inuit, is echter nooit nagekomen.

Nagenoeg niemand heeft toentertijd daadwerkelijk rekening gehouden met de essentiële rol die de zeehondenjacht vervult in de traditionele manier van leven van de Inuit. De negatieve publiciteit rondom de commerciële zeehondenvangst heeft de traditionele zeehondenjacht ernstig geschaad. Het ineenstorten van de markt heeft grote economische problemen veroorzaakt voor gemeenschappen waar de jacht centraal staat. Landbouw is immers niet mogelijk in hun ruige leefomgeving. Als gevolg hiervan is de lokale bevolking meer afhankelijk van de staat geworden. De moeilijke economische situatie heeft daarbij nog allerlei sociale problemen met zich meegebracht.

In april 1999 zijn er namens bijna alle Tweede-Kamerfracties vragen over de jacht op zeehonden gesteld aan de staatssecretaris van landbouw, natuurbeheer en visserij, mevrouw Faber. Aanleiding daartoe was een bezoek van de Kamerleden Willie Swildens (PvdA) en Dick Stellingwerf (RPF) aan Canada, op uitnodiging van het IFAW ('International Fund for Animal Welfare'). Met eigen ogen zagen de geschokte parlementariërs de commerciële zeehondenjagers in actie aan de oostkust van Canada. De Kamer pleitte voor een algeheel invoerverbod van zeehondenproducten in Nederland en verzocht de regering tevens om pogingen te ondernemen het verbod ook op Europese niveau te laten gelden. Daarmee wil de Kamer het moeizaam bereikte EU-invoerverbod uit 1983 van huiden afkomstig van jonge zeehonden ter discussie stellen - terwijl er nagenoeg geen invoer in Nederland is. Ook gaat de Kamer voorbij aan de ernstige gevolgen die het instellen van een dergelijk Europees invoerverbod zal hebben voor de Inuit.

De jacht op zeehonden door Inuit is niet over één kam te scheren met de commerciële jacht. Het moet het toch mogelijk zijn om in Nederland - in het kader van de 'fair trade' gedachte - kleding te dragen die is gemaakt van zeehondenbont uit Groenland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden