Een jaar voor de verkiezingen: tijd om je vertrek aan te kondigen

Niet alleen in het laatste jaar blazen kamerleden de aftocht. Het begint nu te komen, Kamerleden die niet meer kandidaat willen zijn bij de verkiezingen volgend jaar maart en nu al hun vertrek aankondigen. Gisteren was het de beurt aan Helma Neppérus (VVD): dit is haar laatste periode in de Kamer.

Vorige week kwam SP-Kamerlid Farshad Bashir met dezelfde mededeling. Drie fractiegenoten gingen hem al voor: Paul Ulenbelt, Sharon Gesthuizen en Arnold Merkies. Ook Jacques Monasch (PvdA) en Sjoera Dikkers (PvdA) keren volgend jaar niet terug in de Kamer.

Geen schijn van kans

Nu de politieke partijen werken aan de kandidatenlijsten voor de verkiezingen in 2017, kan in de komende maanden vaker van dit soort nieuws worden verwacht. Naar de ware reden van het vertrek is het meestal gissen. Zo zou Monasch, sinds 2010 Kamerlid, oprecht iets anders kunnen willen. Maar het zou ook zo maar kunnen dat hij weet dat hij geen schijn van kans meer maakt, sinds zijn verklaring dat Diederik Samsom niet nog eens de lijst moet trekken. Daarmee gaat hij in tegen de lijn van de partijtop.

Behalve Kamerleden die nu al hun vertrek voor volgend jaar aankondigen, zijn er ook die meteen de daad bij het woord voegen. Dit jaar stapten al drie Kamerleden over naar een andere baan. Peter Oskam (CDA) werd burgemeester, Wassila Hachchi (D66) verraste vriend en vijand door plotseling te verklaren te werken voor de campagne van Hillary Clinton, en Bart de Liefde (VVD) werd lobbyist voor het taxibedrijf Uber.

Vaak wordt beweerd dat Kamerleden die weten dat zij geen kans meer maken op een verkiesbare plaats in het laatste jaar voor de verkiezingen hun kans grijpen om elders aan de slag gaan. Gek is dat niet, want eenmaal Kamerlid af is het vaak heel moeilijk weer aan het werk te komen.

Maar het is zeker niet zo dat er in het laatste jaar voor verkiezingen altijd opvallend meer Kamerleden vertrekken dan bijvoorbeeld in het eerste jaar na de verkiezingen. Het is nogal eens andersom. En dan doelen we niet op Kamerleden die overstappen naar het kabinet. Zo kozen in het eerste jaar na de Kamerverkiezingen van september 1989 acht Kamerleden voor een baan in het openbaar bestuur of in het bedrijfsleven. In het laatste jaar voor de eerst volgende verkiezingen in 1994 waren dat er slechts drie.

Rampjaar

Hetzelfde verhaal geldt voor de regeringsperiode van het eerste paarse kabinet: in het eerste jaar na de verkiezingen in 1994 hielden acht Kamerleden het voor gezien, in het laatste jaar voor de verkiezingen in 1998 drie. Tijdens het tweede paarse kabinet was er sprake van evenwicht: in het eerste jaar drie vertrekkers, in het laatste jaar vier. Gedurende de huidige kabinetsperiode valt het ook mee: vier vertrekkers in het eerste jaar, onder wie Myrthe Hilkens en Desirée Bonis, terwijl de teller in dit laatste jaar voor de verkiezingen in 2017 op drie staat.

Vooral wanneer kiezers een enorm slagveld aanrichten, is de neiging om Den Haag te ontvluchten onder politici groot. In het rampjaar 2002 (de moord op Fortuyn) kregen de paarse partijen van de kiezer zo op hun kop dat maar liefst zeven gekozenen gefrustreerd hun zetel niet eens accepteerden, onder wie niet de geringsten (zie kader). Nog vijf Kamerleden volgden in de loop van dat jaar. In 2010, pak slaag voor het CDA, telden we zeven vertrekkers in het eerste jaar. Premier Jan Peter Balkenende en zijn politieke steun en toeverlaat Jack de Vries weigerden zelfs hun zetels in te nemen. Politieke verantwoordelijkheid nemen heet dat heel beheerst, maar de emoties zijn op zo'n moment enorm.

1.Jan Peter Balkenende (2010)

2.Jan Pronk (2002)

3.Roger van Boxtel (2002)

Bekende zetelweigeraars

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden