Een intiem contact met Jeroen Bosch

Een team kunsthistorici gewapend met moderne onderzoekstechnieken ontleedt sinds een jaar werken van Jeroen Bosch. We weten nog weinig van de beroemdste Nederlandse laatmiddeleeuwse schilder. In 2016, 500 jaar na zijn dood, moet dat anders zijn.

In het Jeroen Bosch Art Center, een voormalige kerk in het centrum van Den Bosch, hangen vreemde vissen en vogels aan het plafond. Het zijn de typische hersenspinsels van Jeroen Bosch die zijn schilderijen bevolken. Zulke vreemd vervormde, nachtmerrie-achtige wezens kunnen slechts door één man verzonnen en geschilderd zijn.

Maar is dat wel zo? Schilderde Bosch (ca. 1450-1516) zijn schilderijen allemaal zelf? Was hij een eenling die ver van het welvarende Vlaanderen in zijn eentje zijn bijzondere oeuvre opbouwde?

Een van de weinige dingen die we over Bosch weten, is dat hij juist niet alleen werkte, aldus Ron Spronk, technisch kunsthistoricus en hoogleraar aan de Queen's University in Kingston (Canada) en de Radboud Universiteit in Nijmegen. "Zijn grootvader, vader, broers, neven en ooms waren allemaal schilder. Een aantal van hen werkte hoogstwaarschijnlijk met Jeroen in hetzelfde atelier. Er waren altijd wel 5 of 6 mensen tegelijk in een laatmiddeleeuwse werkplaats bezig, met het maken van verf, met de ondertekening of met het aanbrengen van verflagen op een schilderij. We mogen dan ook aannemen dat Jeroen niet alles zelf heeft geschilderd. De betekenis van zijn voorstellingen wordt al lang bestudeerd, maar over zijn techniek weten we relatief weinig. De schilderijen zijn nog niet allemaal onderzocht."

Maar daar is verandering in gekomen. Den Bosch wil in 2016 de 500ste sterfdag van de schilder herdenken. Onder andere met een grootschalig onderzoek naar Bosch' werk, waarvan de uitkomsten in 2016 zullen worden gepresenteerd. Spronk is daarbij betrokken. In twee jaar tijd reist hij met zijn team naar alle musea ter wereld waar werk van Bosch hangt om het grondig te bestuderen. "Nog nooit eerder is het oeuvre van een schilder zo grondig gedocumenteerd", zegt hij. Met onder andere infrarood reflectografie, röntgenstraling en onderzoek naar de leeftijd van het hout waarop werd geschilderd, hoopt hij nieuwe dingen te weten te komen over de 25 à 30 schilderijen die aan Bosch worden toegeschreven. Zo maakte hij recent bekend dat onder het schilderij 'De verzoeking van Antonius' een andere opzet zit. Kennelijk moest het van de opdrachtgever worden aangepast.

Wat kun je zoal met technische hulpmiddelen zeggen over deze eeuwenoude schilderijen? Bijvoorbeeld wanneer ze ongeveer zijn ontstaan. De ouderdom van het houten paneel waarop geschilderd is, is te bepalen. Als de boom nog groeide toen Bosch al dood was, weet je zeker dat het een replica of een werk van een andere schilder is. Zo werd tien jaar geleden bekend dat 'De bruiloft te Cana' uit Museum Boijmans van Beuningen niet van Bosch kan zijn. Ook bleek dat 'De tuin der lusten' in het Prado een vroeg werk van Bosch kan zijn. Spronk: "Velen namen altijd aan dat het een laat werk was, maar harde aanwijzingen daarvoor waren er niet. Het zou toch uit een vroege periode kunnen komen, want het schilderij is relatief netjes en precies geschilderd, zoals al zijn vroege werk." Ander werk van hem is veel vrijer, met snelle, expressieve penseelstreken. Spronk: "Dan lijkt het van dichtbij wel Frans Hals of een van de impressionisten, zo vrij en modern."

Ook in zijn schildertechniek was hij zijn tijd vooruit, blijkt uit dit onderzoek. Spronk: "Bosch begon met de ondertekening, dan schilderde hij een dunne transparante verflaag en dan pas ging hij modelleren met dekkende verf. Bij Van Eyck en tijdgenoten kwamen de transparante lagen juist als laatste. Het voordeel voor Bosch was dat hij sneller kon werken, doordat zijn eerste, dun geschilderde verflagen sneller droogden."

Spronk: "De infraroodtechniek is een van de leukste onderzoeksmethoden. Daarmee kunnen we de tekening die de basis van het schilderij is en onder de verflagen zit, zichtbaar maken. Dan voel je een intiem contact met de schilder, want je ziet het creatieve moment, het moment waarop de compositie van het schilderij wordt gemaakt. Bij Bosch wordt al langer vermoed dat verschillende mensen aan die ondertekening hebben gewerkt. We zien namelijk verschillende tekenstijlen. Een professor in Wenen beweert nu dat een aantal werken van Bosch door een ander is gemaakt, een goede linkshandige knecht van Bosch die hij de Meester van de hooiwagen noemt. Deze aanname onderzoeken wij nu ook."

Zelf denkt Spronk dat de zaken nog ingewikkelder liggen. "Een opdeling in twee paar handen is te simpel. We zien allerlei verschillen in ondertekeningen en schildertechnieken, vooral onderin een schilderij. Dat kan te verklaren zijn door de werkplaatspraktijk. De overeenkomsten zitten juist in de bovenste laag, haast alsof iemand op het laatst de schilderijen stilistisch bij elkaar bracht. Dat zou Jeroen kunnen zijn geweest. Maar ons onderzoek is nog maar net begonnen."

Sommigen zullen het jammer vinden als het onderzoek aantoont dat Bosch niet alles zelf geschilderd heeft.

Spronk: "We doen dit onderzoek niet om de schilder Bosch te ontkrachten, maar om dichter bij hem te kunnen komen. Ons beeld is eeuwenlang bepaald door zijn fantastische beeldentaal. Maar het is ook razend interessant dat nu blijkt dat Bosch wat schildertechniek betreft een echte vernieuwer was."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden