Een in wit marmer gebeitelde dictatuur

De Turkmeense president Nijazov, die gisteren overleed, regeerde over een land vol oogverblindende paleizen. Maar ook over een land met een enorme werkloosheid en een verstikkende politieke onvrijheid.

Als de zon schijnt, moet je je ogen dichtknijpen. Het spierwitte marmer van de Turkmeense hoofdstad Asjchabad doet pijn aan je ogen.

De gisteren overleden president Sapoermoerat Nijazov had volgens de verhalen een grondige hekel aan de grijze standaardflats van de sovjettijd. Daarom kletteren in de stad middenin de Karalkoem-woestijn nu fonteinen en verrijzen elegante witte paleizen.

Paradepaardje is het presidentiële paleis, verborgen achter dikgebladerde bomen en zware hekken. Streng kijkende soldaten en politieagenten loeren om zich heen. Op het brede Turkmenbasji-plein voor het paleis bewegen een paar stipjes. Het zijn vrouwen in traditionele, enkellange fluwelen jurken en kleurige hoofddoeken. Een eenzame buitenlander propt haastig zijn camera in zijn tas. Het paleis mag je niet fotograferen, dat is hem wel twintig keer verteld.

President Turkmenbasji - leider van alle Turkmenen, zoals Nijazov zich ook noemde - verkondigde vaak dat ’de 21e eeuw de Gouden Eeuw van de Turkmenen’ was. Het straalt van Asjchabad af. In het Onafhankelijkheidspark wisselen levensgrote gouden beelden en marmeren monumenten elkaar af. Een man in te grote rubberlaarzen controleert het sproeisysteem in het helgroene gras. Twintig meter verderop begint abrupt de woestijn.

Maar de pronkstad is nog niet af. ’s Nachts stampen de kranen door en zijn de bouwputten vol bedrijvigheid. Luxe sneeuwwitte appartementenflats met zo’n twintig verdiepingen verrijzen als paddestoelen. Wie wonen daar? „Gewone werknemers”, zeggen negen van de tien taxichauffeurs. „Rijkelui”, schampt een tiende. Een flat zou tussen de 20.000 en 40.000 dollar kosten.

Een bruidsstoet stopt bij het Onafhankelijkheidspark, een geblinddoekte bruid stapt uit en schuifelt naar het standbeeld van de president. „Ze zeggen dat het geluk brengt om daar foto’s te maken”, vertelt taxichauffeur Moerat Roezimov. „Tijden zijn veranderd, vroeger gingen ze naar de ’eeuwige vlam voor de gevallen soldaat’”, meldt hij zonder emotie. Een paar monumenten en enkele gesprekken verder valt hij uit de plooi. „Hopeloos”, bromt Moerat, „wie heeft er ooit bedacht dat straten nummers rond de 2000 moeten hebben in plaats van namen?”

President Nijazov regeerde het land met strakke hand. Ruimte voor andersdenkenden is er niet in Turkmenistan, oppositie wordt de mond gesnoerd. Media zijn in handen van de overheid, zelfcensuur wordt consequent toegepast.

Ook naar buiten toe stelt het land zich geïsoleerd op. Internationale verplichtingen worden afgewimpeld met een beroep op de zelfverklaarde ’neutraliteit’. Symbool daarvan is de ’Ark van de neutraliteit’, een monument met een met de zon meedraaiend gouden standbeeld van de president. Tijdens de parade op Onafhankelijkheidsdag marcheren colonnes soldaten, tanks, raketten en kanonnen langs de bogen van het monument.

„Noord-Korea en Turkmenistan zijn de enige landen ter wereld waar toeristen niet zonder gids mogen reizen”, vertelt de vertegenwoordigster van het staatstoerismebureau. Ze zegt het niet zonder trots. Toeristen die zich buiten de hoofdstad willen begeven, hebben een speciaal stempel op hun visum nodig en staan onder constante begeleiding.

De controle begint al bij het reisbureau buiten Turkmenistan. „Jullie zijn toch geen journalisten?” vraagt de reisagent met enige schrik in zijn stem. „Of erger, missionarissen?” Ondanks een beslist hoofdschudden voegt hij er voor de zekerheid aan toe: „Ik waarschuw jullie: koffers vol Bijbels zijn in Turkmenistan beslist niet welkom!” De soennitische islam is de officiële godsdienst.

Reizen naar en vanuit Turkmenistan is geen eenvoudige zaak. Zonder een uitnodigingsbrief, afgestempeld door de ’Staats Buitenlanders Registratie Dienst’, krijg je geen visum. Maar ook mét brief is een visum niet gegarandeerd. De laatste tijd worden steeds meer toeristen visa geweigerd, vertelt Anja Ivanova, die in de toeristensector werkt, „en ze vertellen nooit waarom”.

Voor Turkmenen die het land willen verlaten, is het nog veel moeilijker. Onder grote internationale druk schafte president Turkmenbasji in 2004 de zogenoemde ’exit-visa’ af. Maar in de praktijk is het voor velen nog steeds onmogelijk om naar het buitenland te reizen.

„Je moet toestemming hebben om het land uit te gaan. Dat kan worden geweigerd zonder opgaaf van redenen”, vertelt Anja.

Binnenlandse vluchten daarentegen worden veel gebruikt en zijn spotgoedkoop. Een enkeltje van Asjchabad naar het 300 kilometer verderop gelegen Mary kost voor buitenlanders 25 dollar. Voor Turkmenen is dat 9 à 10 dollar plus ’commissie’ om een plaatsje te veroveren. Het is maar een fractie duurder dan de trage treinen, zodat de vluchten steevast overboekt zijn.

„Moet je je zorgen maken als een vliegticket maar 25 dollar kost?”, vraagt een expat zich af, bleek rond de neus. Het blijkt alles mee te vallen. Turkmenistan Airlines heeft een vloot gloednieuwe Boeings.

„In ons land is benzine goedkoper dan water”, lacht taxichauffeur Koerban vol trots. Een liter benzine kost 400 Manat (1,6 cent), terwijl een glas water 500 (2 cent) kost. Onder het ’Tien Jaar Welvaart’-programma van president Turkmenbasji zijn gas, water en electriciteit grotendeels kosteloos. Ook zout wordt vrij verstrekt. In ’winkel 42’ op de Turkmenbasjiboulevard staat een groot bord naast een schap met zakken zout. ’Onder Verordening 6351 ontvangt ieder gezin bij inlevering van een coupon 400 gram zout per persoon per maand gratis’.

Maar Turkmenistans Gouden Eeuw schittert niet voor iedereen. „Geen werk zeker?”, knikt een etnisch Russische vrouw begrijpend wanneer een man haar uitlegt waarom hij op maandagmiddag een kerk kan bezoeken. Met een geschat werkloosheidscijfer van meer dan zestig procent leven veel gezinnen in armoede.

Dit treft de niet-Turkmeense bewoners van het land extra hard. Armenen, Russen en Oezbeken vestigden zich er tijdens de sovjettijd. Na de onafhankelijk werd Turkmeens uitgeroepen tot officiële staatstaal. Communicatie op televisie, scholen en in staatsinstellingen wordt nu in het Turkmeens gevoerd.

Het zet niet-Turkmenen buitenspel voor universiteiten en overheidsbanen. Sinds de Turkmeense onafhankelijkheid zouden de meeste van de ongeveer 100.000 Russen het land zijn uitgetrokken. Anderen wachten op een kans en toestemming om weg te gaan.

Ook veel leden van andere minderheidsgroepen hebben het land verlaten. Als ze uitstappen drukt een taxichauffeur buitenlandse toeristen een A4’tje in de hand. Op een afgedrukte pasfoto staat een lachende donkere tiener. „Dit is het CV van mijn dochter, misschien weten jullie een baan voor haar.”

In de lobby van het luxe President Hotel - alles in empire-stijl, geïmporteerd uit Italië - ligt een Turkmeense krant op de bank. De krant is voornamelijk gevuld met foto’s en artikelen over de bezigheden van president Turkmenbasji.

Dankzij het Italiaanse management kun je in het hotel voortreffelijk eten en drinken. Praten kun je er minder goed. Reisbureaus en ervaren Turkmenistan-gangers waarschuwen dat hotelkamers en restaurants vergeven zijn van microfoons. Je kunt maar beter niets negatiefs over de president zeggen. Big Brother KNB (de voormalige KGB) hoort immers alles. Ook hier lijkt Turkmenistan op Noord-Korea. Mensen durven niet openlijk met elkaar te praten. Onverifieerbare geruchten doen de ronde, zoals de vermeende arrestatie van een buitenlander die zijn sigaret had uitgedrukt in een krant, per ongeluk bovenop een – moeilijk te vermijden – foto van Noord-Korea’s Grote Leider Kim Jong-il.

Dat de consequenties van overtredingen tragisch kunnen zijn, bleek afgelopen zomer. Een Franse journaliste maakte een met verborgen camera gefilmde documentaire over Turkmenistan voor het televisiekanaal France 2. Na haar vertrek filmden drie lokale journalisten verder met een James Bond-achtige camera verstopt in een bril. De journalisten werden gearresteerd. Een van hen, Ogoelsapar Moeradova, stierf in september in de gevangenis onder onduidelijke omstandigheden.

In de vertrekhal van het vliegveld in Asjchabad hangt een Engelse vertaling van teksten uit de Roechnama, ’s lands ’spirituele wegwijzer’ geschreven door de president. ’Try to wash yourself more often’, probeer uzelf vaker te wassen, is een van de verkondigde wijsheden.

Turkmeense vrouwen in fluwelen jurken en sokken in badslippers dringen met mannen in onberispelijke, net te kleine, pakken voor de gate. Met plastic tasjes in de hand spoeden ze zich door de steriele gangen.

Als de wielen van het vliegtuig de landingsbaan loslaten, richt een Europeaan zich op en kijkt om zich heen. De lichten zijn gedimd, het toestel klimt brommend omhoog. Met een zucht laat hij zich terugvallen in zijn stoel.

Omwille van hun veiligheid zijn de namen van de Turkmeense personen in dit artikel fictief.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden