'Een imam kun je niet via het VWO opleiden'

ROTTERDAM - “Ze bedoelt het goed, maar begrijpt er niets van.” Zo reageert Ibrahim Spalburg, coördinator van de Stichting platform islamitische organisaties Rijnmond (Spior), op het plan van staatssecretaris van onderwijs Netelenbos om middelbare scholen de mogelijkheid te geven hun islamitische Havo- en VWO-leerlingen op te leiden tot imam. Dit moet dan gebeuren in de zogenaamde vrije ruimte van de basisvorming.

Als voormalig imam weet Spalburg - “Ik ben via de Molukse moslimgemeenschap op m'n achttiende tot de islam gekomen” - waarover hij het heeft. Uit het regeringsvoorstel, gretig omarmd door VVD-fractieleider Bolkestein, blijkt volgens hem dat de staatssecretaris denkt dat de islam een vast opleidingsstramien kent voor imams (primair voorgangers in de moskee, maar in ons land ook vaak geestelijke en sociale raadslieden). Spalburg: “Netelenbos heeft zich duidelijk blind gestaard op de geïnstitutionaliseerde vorm van de imam-hatibscholen die de Turkse overheid hanteert. Zo'n strakke regeling vormt binnen de moslimwereld echter een uitzondering. Als de staatssecretaris zich wat beter had laten voorlichten, zou zij haar voorstel nooit gekoppeld hebben aan het begrip imam-opleiding. Dat is namelijk onzin.”

Spalburg, geboren in Suriname, heeft de dagelijkse leiding van de Spior, een koepel van veertig moskeeverenigingen, jongerenorganisaties en sociaal-culturele clubs in het Rijnmondgebied. Het is een breed geheel van Marokkanen, Turken, Somaliërs, Surinamers, Palestijnen, Indonesiërs, Bosniërs en Pakistani. De stichting behartigt hun belangen richting overheid en ontwikkelt sociale activiteiten.

Je kunt, zo laat Spalburg weten, op tal van manieren tot imam worden opgeleid. Elke groepering kent haar eigen vorm. Er bestaat geen uniforme regeling. De meeste moslims die zich tot het voorgangerschap geroepen voelen, volgen een additionele opleiding, na hun studie of beroepsvorming.

“De lokale moskeegemeenschap beslist wie ze als voorganger aanstelt. Daarbij speelt naast religieuze kennis en inzicht ook de persoonlijkheid van de betrokkene een belangrijke rol. Hij moet vertrouwen wekken, respect afdwingen en in staat zijn om de voorbeeldfunctie te vervullen die van een imam wordt verwacht. Natuurlijk, een goed opleidingsniveau is gewenst, zeker in Nederland, maar het zegt niet alles.”

Blij met aanbod

Overigens is Ibrahim Spalburg op zich blij met het aanbod van de staatssecretaris om de mogelijkheid te creëren dat middelbare scholieren van moslimhuize tijdens de lesuren 'katechetisch' onderricht kunnen krijgen. Hoewel hij best beseft dat Netelenbos haar aanbod niet doet uit zuiver idealistische motieven maar omdat zij de integratie wil versnellen, deelt hij niet het wantrouwen van Emin Ates, voorzitter van de Turks-islamitische culturele federatie, dat de regering hiermee de moslims tracht te manipuleren.

“Je moet alleen niet de indruk willen wekken dat het plan iets van doen heeft met een imamopleiding. Dat is onjuist. De vraag hoe imams moeten worden gevormd dient de overheid aan de moslimgemeenschap over te laten. Uit de woorden van de staatssecretaris blijkt een onderschatting van de rol van een imam in deze tijd. Die leid je niet op in een paar uur onder schooltijd. Daar komt meer voor kijken.”

Het idee van de staatssecretaris om de docenten voor het islamonderricht op middelbare scholen onder meer te halen uit de HBO-opleiding islam die komend studiejaar op de Hogeschool Holland in Diemen van start gaat, vindt bij Spalburg goed gehoor. Alleen moet volgens hem ook hier elke suggestie worden vermeden dat de toekomstige leraren hun havo- of VWO-leerlingen opleiden tot imam.

Als voorzitter van het Cis, Centrum voor islamstudies, is hij nauw betrokken bij voorbereiding en uitwerking van de nieuwe HBO-studie. Het is de bedoeling dat studenten die deze vierjarige dagopleiding met succes hebben gevolgd, (onder meer) als leraar islam gaan werken op scholen voor middelbaar en voortgezet onderwijs met veel moslimjongeren.

Het Cis, bestaande uit acht moslims en twee leden namens de hogeschool, staat garant voor het islamitisch gehalte van de opleiding. Zo heeft men een zware adviserende stem bij het opstellen van de islamitische onderdelen van het leerplan en bij de aanstelling van docenten voor de echte islamvakken. Tot nu hebben zich 51 leerlingen voor de studie aangemeld.

Ates liet onlangs in Trouw weten niets te zien in de HBO- opleiding. Het feit dat het Cis alleen adviseert en niet meebeslist, is zijn grootste bezwaar. Spalburg zegt dat ook hij liever een eigen moslimopleiding had gezien. “Maar we moeten reëel blijven. Tot dusver is het ons, moslims, niet gelukt zelf een lerarenopleiding van de grond te krijgen. Laten we daarom de hand grijpen die vanuit Diemen wordt uitgestoken. Het zou dom zijn dat niet te doen.”

Desgevraagd: “Het is belangrijk dat moslimscholieren die met klemmende vragen zitten over het geloof en over hun dubbele identiteit, reële antwoorden krijgen aangereikt door goedopgeleide leraren die uit de eigen gemeenschap voortkomen en hierdoor weten wat er speelt. Zij kunnen moslimjongeren concrete normen en waarden aanreiken waardoor die een duidelijke identiteit en zelfrespect krijgen. Dat helpt bij hun integratie.”

Naar buitenland

Ook doet het, aldus Spalburg, moslimouders ervan afzien om hun kinderen, na de Nederlandse basisschool, naar Turkije of Marokko te sturen om er een middelbare opleiding te volgen. Dit in de overtuiging dat het kind zo niet wordt blootgesteld aan de westerse secularisatie.

“Als zij echter zien dat ook Nederlandse middelbare scholen een gedegen islamitische vorming bieden, zullen moslimouders eerder geneigd zien om hun kinderen hier te houden. En dat is beter voor het integratieproces van de tweede en derde generatie moslims en beter voor Nederland. Overigens vind ik de zeven uur die staatssecretaris Netelenbos voor het islamitisch onderricht op middelbare scholen uittrekt te weinig. Dat zullen er zeker dertien moeten zijn.”

Ibrahim Spalburg wijst er nog eens nadrukkelijk op dat Diemen niet opleidt tot imam. “Daarvoor zijn nog andere bekwaamheden vereist die geheel buiten het bestek van de lerarenopleiding vallen, zoals het op een juiste manier reciteren van de Koran.” Wel zou hij zich kunnen indenken dat een toekomstige Nederlandse imamopleiding aansluiting zoekt bij het leerprogram van de Hogeschool Holland en ook gebruik maakt van de aanwezige faciliteiten, “maar ze zal voor de rest een pure moslimaangelegenheid moeten zijn.”

Spalburg ziet ook onder de moslimstudenten die in Leiden islamologie hebben gestudeerd, potentiële kandidaten voor zo'n toekomstige imamopleiding. “Na hun doctoraal zouden die zich dan in een mogelijk imamschap kunnen bekwamen.”

Zonder ook maar een moment neer te kijken op de imams die momenteel in ons land werken en die elders hun opleiding hebben gekregen - “ik heb een grote bewondering voor hen, leer ook veel van hen” - vindt hij toch dat de voorgangers in Nederlandse moskees op den duur ook hier moeten zijn opgeleid.

“Zo krijgen ze meer grip op de jongere generatie. Ze spreken Nederlands, kennen de maatschappelijke omstandigheden hier uit eigen ervaring, zullen meestal goed zijn opgeleid en kunnen zo meer diepte in hun antwoorden leggen dan wat de meeste moslimjongeren thuis te horen krijgen. Vaak gaat het er niet verder dan: 'Dat mag niet. Waarom niet? Omdat het in de Koran staat.' Daar nemen jongeren tegenwoordig geen genoegen meer mee.”

Ibrahim Spalburg vindt het “de hoogste tijd” voor een imamopleiding in ons land. “Als we nog langer wachten lopen we het risico dat een heleboel moslimjongeren zich teleurgesteld van de islam afwenden en definitief afhaken. Dat zou erg zijn, want de islam heeft hun veel te bieden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden