Een illegale zanger die overal in Frankrijk welkom was

Het succes van de grootste Afrikaanse hit aller tijden, Mory Kanté’s ’Yéké yéké’ begon twintig jaar geleden met een Nederlandse nummer 1.

„Zonder ongelijkheid zou de wereld zich nooit ontwikkelen.” Mory Kanté, ’de elektrische troubadour’ uit het West-Afrikaanse Guinée kan het weten. Als telg uit een familie van djéli’s, rondreizende dichters en muzikanten, ofwel het Afrikaanse equivalent van de Europese minstreel of troubadour, is hij geboren voor het podium. Dat hij als 37ste kind van zijn 107 jaar oud geworden vader de grootste Afrikaanse hit allertijden zal scoren met ruim een miljoen verkochte exemplaren van ’Yéké Yéké’, had hij echter nooit kunnen bevroeden toen hij als puber naar Mali werd gestuurd om het vak te leren.

Op een dag speelt de jonge Kanté er stiekem op de kora (een 21-snarige Afrikaanse harp) van zijn gerenommeerde leermeester. Ontroerd door het spel van de puber, doet deze hem zijn instrument subiet cadeau. „Moge deze kora jou en je kinderen en kleinkinderen voeden”, voegt de leraar hem toe over de klinkende kalebas, waarmee Kanté zijn wereldhit ’Yéké Yéke’ zou spelen. Met genoegen rakelt Kanté de anekdote op bij zijn eerste concert ooit met zijn elektrische band in zijn thuisland Guinée. „De kora reist overal over de wereld met me mee”, zegt Kanté trots.

Mory Kanté ziet zichzelf graag als groot vernieuwer van de Afrikaanse muziek. Terwijl eind jaren zeventig steeds meer Afrikaanse artiesten op westerse instrumenten overstappen, plugt Kanté, die net Salif Keita heeft afgelost als zanger van de destijds beroemde Rail Band, een stekker in zijn kora en begint elektrische muziek te maken met traditionele instrumenten. Hij wordt verketterd om het ’ontheiligen’ van zijn instrument, waarmee hij tot overmaat van ramp ook nog eens rock en salsa speelt.

Inmiddels wordt Kanté geroemd om het redden van Afrikaanse instrumenten. Na ’Yéké Yéké’ maakte hij enkele geflopte elektrische platen en kwam hij pas in 2004 met ’Sabou’, een akoestisch album met een maximum aan ’verloren’ traditionele instrumenten. De plaat bereikt de nummer 1 positie in de mondiale hitlijst voor wereldmuziek, ook al bezweert Kanté dat hij er de top van ’alle muziek, de internationale muziek’ mee bereikte. ’Sabou’ (de oorzaak) is waar Kanté om herinnerd wil worden, niet ’Yéké Yéké’. „Ik ben ervoor gaan zitten om geluidslagen te mengen en nieuwe klanken te vinden, zoals een schilder geel en blauw tot groen mengt.”

De andere gedroomde mijlpaal van Kanté is Nongo Village, een studio en platform voor jonge Afrikaanse artiesten in de naar hem vernoemde wijk Mory Kantea van de Guinese hoofdstad Conakry. Na vijftien jaar dromen is hij er nog bitter weinig verder mee gekomen. „Mory had zijn droom moeten realiseren toen hij er het geld voor had”, zegt Azoca Bah, chef cultuur van ’s lands belangrijkste krant Lynx teleurgesteld. „Kijk naar iemand als Youssou N’Dour, die in Senegal een radiostation, nachtclub en tv-zender heeft opgericht en veel lokale mensen in dienst heeft. Mensen moeten het gevoel hebben dat een artiest zich interesseert voor zijn land.” Nu ja, een profeet wordt nooit gehoord in eigen land, voegt hij er vergoelijkend aan toe.

In Guinée is Mory Kanté desalniettemin nog altijd een wereldster. Hij is cultureel ambassadeur van zijn vaderland. En ambassadeur van de VN-organisaties FAO en UNHCR. Maar over de voedselcrisis spreekt hij niet. Gevraagd naar hoe zijn jarenlange verblijf in Parijs als sans papier zijn kijk op immigratie en misère van illegalen in Europa beïnvloedt, lacht hij breeduit. „Ach, in Parijs leefde ik als een prins. Alle Afrikanen kenden me van mijn prijzen in Afrika. Ik kon overal terecht.”

Voor Mory Kanté is de echte troubadour ’het bloed van de samenleving’, radio en geschiedenisboek ineen. „Muziek is niet meer dan het lokkertje”, zegt hij. Maar Mory Kanté is vooral muzikant. Op het podium is hij thuis. Gevraagd naar Nederland, de wieg van zijn wereldwijde succes, komt de ambassadeur dan toch boven. Hij klaart op.

„Aaah Nederland”, straalt hij. „Nederlanders houden van mij.” Snel voegt hij toe: „En ik houd van Nederland.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden