Review

Een humanist hecht aan tafelmanieren

Wie vragen heeft over de etiquette, kan elders in deze krant terecht bij Beatrijs Ritsema. Vijf eeuwen geleden gaf Desiderius Erasmus goede raad. Ook deze adviezen zijn nu voor iedereen toegankelijk, want voor het eerst verschijnt er een Nederlandse uitgave van het verzameld werk van de grote humanist .

In zijn verhandeling ’Leren studeren’ schrijft Desiderius Erasmus dat je kinderen zo vroeg mogelijk vertrouwd moet maken met Grieks en Latijn, omdat ’ongeveer alles wat het weten waard is’ in die talen is geschreven. Zelf schreef hij in het Latijn, zoals in die tijd voor geleerden gebruikelijk was. Een paar eeuwen geleden kon menig klassiek geschoolde leek Erasmus nog in de oorspronkelijke taal lezen, maar tegenwoordig kan bijna niemand dat meer, alle gymnasia ten spijt.

Maar niet getreurd, want voor het eerst verschijnt er nu een Nederlandse uitgave van zijn verzameld werk, en dan nog in een heel fraaie vertaling, die zo’n natuurlijke en tijdloze indruk maakt dat ze over dertig jaar, bij de viering van de Erasmus’ vijfhonderdste sterfdag, niet of nauwelijks verouderd zal zijn. En alsof we nog niet genoeg worden verwend, wordt er ook gewerkt aan de integrale vertaling van zijn brieven. Onbekendheid met de Latijnse taal is straks in ieder geval geen excuus meer om het werk van deze grote Nederlandse humanist ongelezen te laten.

’Leren studeren’ staat in het derde deel van het verzameld werk, dat is verschenen onder de titel ’Opvoeding’, en grotendeels is gevuld met de opvoedkundige traktaten van Erasmus. De laatste tekst, de lange dialoog ’Tegen de barbaren’, heeft een ander karakter, maar past qua thematiek heel goed bij de overige. Het is een felle kritiek op de neiging van veel christenen om de klassieke scholing en de studie van de wetenschap te verwaarlozen, in de mening dat die voor een christen niet nodig zijn – de apostelen waren immers ook simpel en ongeschoold. Deze houding heeft er volgens Erasmus toe geleid dat de christenen niets meer hebben toegevoegd aan de uitvindingen van de Oudheid – integendeel: we hebben ’veel schade toegebracht en alles in de war geschopt’. Anderzijds wijst hij erop dat de kerkvaders, levend in de eerste eeuwen van het christendom en in de nadagen van de klassieke Oudheid, nog heel geleerd waren. En wat de apostelen betreft: zij waren zeker geen dommeriken of simpele zielen. Goed, ze hadden geen opleiding genoten aan Plato’s Academie, maar daar staat tegenover dat ze elke dag konden luisteren naar de grootste bron van kennis, Christus zelf, de ware ’vader van de filosofie’.

Erasmus, zelf tot priester gewijd en het toonbeeld van geleerdheid, betoogt dat de nieuwe, christelijke barbaarsheid nooit Gods bedoeling kan zijn geweest. Het is een misvatting dat ’ongeschoolde vroomheid’ God het liefst zou zijn – ’alsof lompheid van onze kant Hem plezier zou doen’! Opvoeding betekent voor Erasmus niet alleen het bijbrengen van kennis, maar ook en vooral de daarmee gepaard gaande innerlijke en uiterlijke beschaving, de vorming van het karakter en het leren van manieren.

Dat laatste komt aan de orde in ’Etiquette’, waarin hij een jonge edelman erop wijst dat uiterlijk fatsoen en een goed geordende geest met elkaar samenhangen. Uit dit boekje, waarin uiteenlopende zaken worden behandeld als tafelmanieren, conversatie, kleding, lachen en het snuiten van de neus, blijkt dat veel van de slechte manieren van tegenwoordig door humanisten als Erasmus ook al werden afgekeurd. Hij behoorde tot de trendsetters van wat wij nu onder ’fatsoenlijk’ verstaan.

Ook in zijn verhandeling ’De opvoeding van kinderen’ staat nog veel wat tot in onze tijd van toepassing is gebleven. Zo hamert hij erop dat de onderwijzer rekening moet houden met wat kinderen op een bepaalde leeftijd aankunnen, dat leren het beste lukt als het met plezier gepaard gaat, en dat slaan alleen het uiterste redmiddel mag zijn. De dagelijkse praktijk was helaas anders: veel onderwijzers, die in de klas niets te leren hebben, zijn een kwelgeest voor de schoolgaande jeugd, omdat ze niets anders doen dan ’de tijd zoek maken met slaan en schelden’. Erasmus heeft ook geen goed woord over voor de barbaarse praktijken van de ontgroening, die destijds al gangbaar waren in studentenkringen.

Ook in dit opzicht was Erasmus een ’humanist’, iemand die humaniteit verdedigde tegen geweld en wreedheid, zoals hij zich ook een fervent tegenstander betoonde van de oorlog. Christenen zouden niet tegen andere christenen moeten strijden, en liefst ook niet tegen de Turken – in ieder geval niet zolang zijzelf nog geen echte christenen zijn en eerder zijn bedacht op wereldse zaken als macht en rijkdom dan op de verbreiding van hun geloof. Zijn argumenten tegen het oorlogvoeren, die hij ook in andere geschriften aanvoert, houdt hij in zijn lange verhandeling ’De opvoeding van de christenvorst’ voor aan de jonge prins Karel, de toekomstige Karel V, tot wiens raadsheer hij was benoemd (een baantje dat verder niet veel om het lijf had).

Erasmus vergelijkt de prins met niemand minder dan Alexander de Grote, die zijn kortstondige wereldrijk had veroverd met veel bloedvergieten. Karel daarentegen zal zijn rijk in vrede erven, en heeft bovendien het onschatbare voordeel dat hij een christen is. Daarom zal het niet moeilijk voor hem zijn Alexander in wijsheid te overtreffen. Zonder filosofie ontaardt een koning in een tiran – daarop werd al gewezen door Plato en door Aristoteles, de leraar van Alexander. Maar een christelijke vorst kan zijn voorbeeld nemen aan de hoogste leraar, Christus zelf. Een filosoof is eigenlijk precies hetzelfde als een christen, namelijk iemand die ’onverschrokken het pad van het ware goede uitkiest en volgt’.

De goede christenvorst beseft dat hij geen heer en meester is over het rijk dat hij regeert, maar dat dit hem alleen is toevertrouwd om het na te laten in een betere toestand dan waarin hij het onder zijn hoede kreeg. Het welzijn van de onderdanen is zijn enige doel. Als vorst is hij de plaatsvervanger van Christus, en zoals Christus een voorbeeld is voor de gelovigen, moet hij een voorbeeld zijn voor zijn onderdanen, die zich in hun denken en doen naar hem richten. Daarom is een goede opvoeding van toekomstige vorsten zo belangrijk: door één persoon op te voeden, voed je tegelijk een heel volk op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden